Psalmen 83
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Een lied; een psalm van Asaf. O God, houd U niet stil, Niet rustig en werkeloos, o God!
1In finem, pro torcularibus filiis Core. Psalmus.
2Want zie, uw vijanden razen, En uw haters steken hun hoofden omhoog.
2[Quam dilecta tabernacula tua, Domine virtutum !
3Ze smeden listige plannen tegen uw volk, En spannen tegen uw beschermelingen samen:
3Concupiscit, et deficit anima mea in atria Domini; cor meum et caro mea exsultaverunt in Deum vivum.
4“Komt, laat ons ze uitroeien uit de rij van de volken, Zodat men zelfs Israëls naam niet meer noemt!”
4Etenim passer invenit sibi domum, et turtur nidum sibi, ubi ponat pullos suos: altaria tua, Domine virtutum, rex meus, et Deus meus.
5Ja, eensgezind hebben ze samengezworen, En een verbond gesloten tegen U:
5Beati qui habitant in domo tua, Domine; in sæcula sæculorum laudabunt te.
6De tenten van Edom en van de Jisjmaëlieten, Van Moab en de zonen van Hagar.
6Beatus vir cujus est auxilium abs te: ascensiones in corde suo disposuit,
7En Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de bewoners van Tyrus,
7in valle lacrimarum, in loco quem posuit.
8Zelfs Assjoer sluit zich bij hen aan, En leent zijn arm aan de zonen van Lot.
8Etenim benedictionem dabit legislator; ibunt de virtute in virtutem: videbitur Deus deorum in Sion.
9Doe met hen als met Midjan, Als met Sisera en Jabin bij de beek Kisjon,
9Domine Deus virtutum, exaudi orationem meam; auribus percipe, Deus Jacob.
10Die bij En-Dor werden vernietigd, En tot mest voor het veld zijn gemaakt.
10Protector noster, aspice, Deus, et respice in faciem christi tui.
11Zet het hun vorsten betaald als Oreb en Zeëb, Als Zébach en Salmoenna,
11Quia melior est dies una in atriis tuis super millia; elegi abjectus esse in domo Dei mei magis quam habitare in tabernaculis peccatorum.
12Met al hun groten, die zeggen: Laat ons het land van God gaan bezetten!
12Quia misericordiam et veritatem diligit Deus: gratiam et gloriam dabit Dominus.
13Maak ze aan dwarrelende blaren gelijk, o mijn God, En aan kaf voor de wind!
13Non privabit bonis eos qui ambulant in innocentia: Domine virtutum, beatus homo qui sperat in te.]
14En zoals het vuur de bossen verteert, De vlammen de bergen verzengen:
no verse 14 in this text
15Zo moogt Gij hen met uw stormwind vervolgen, In verwarring brengen door uw orkaan!
no verse 15 in this text
16Bedek met smaad hun gelaat, Opdat ze uw Naam mogen eren, o Jahweh;
no verse 16 in this text
17Laat ze beschaamd staan en verbijsterd voor eeuwig, En in schande vergaan!
no verse 17 in this text
18Dan zullen zij weten, dat “Jahweh” uw Naam is; Dat Gij de Allerhoogste zijt op heel de aarde, Gij alleen!
no verse 18 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.