Psalmen 119
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Gelukkig, die onberispelijk zijn in hun wandel, En leven volgens Jahweh’s wet;
1Canticum graduum. [Ad Dominum cum tribularer clamavi, et exaudivit me.
2Gelukkig, die op zijn vermaningen letten, Hem zoeken met geheel hun hart;
2Domine, libera animam meam a labiis iniquis et a lingua dolosa.
3Zij ook, die geen ongerechtigheid plegen, Maar blijven leven naar zijn woord.
3Quid detur tibi, aut quid apponatur tibi ad linguam dolosam?
4Gij zelf hebt uw bevelen gegeven, Opdat men ze trouw zou volbrengen;
4Sagittæ potentis acutæ, cum carbonibus desolatoriis.
5Ach, mocht mijn gedrag zo onwankelbaar zijn, Dat ik uw inzettingen trouw onderhield.
5Heu mihi, quia incolatus meus prolongatus est ! habitavi cum habitantibus Cedar;
6Dan zal ik nooit beschaamd komen staan, Als ik het oog richt op al uw geboden;
6multum incola fuit anima mea.
7Maar in oprechtheid des harten zal ik U danken, Als ik uw rechtvaardige voorschriften leer.
7Cum his qui oderunt pacem eram pacificus; cum loquebar illis, impugnabant me gratis.]
8Ik houd mij vast aan uw bestel: Verlaat mij dan niet voor altoos!
no verse 8 in this text
9Hoe kan een jongeman zijn reinheid bewaren? Door zich te houden aan uw woord!
no verse 9 in this text
10Ik heb U met heel mijn hart gezocht, Laat mij nooit uw geboden verlaten;
no verse 10 in this text
11Ik bewaar uw bestel in mijn hart, Om nooit te zondigen tegen U.
no verse 11 in this text
12Geprezen zijt Gij, o Jahweh, Leer mij uw inzettingen kennen;
no verse 12 in this text
13Dan zal ik met mijn lippen verbreiden Al de voorschriften van uw mond.
no verse 13 in this text
14Ik verheug mij over de weg, die uw vermaning mij wees, Meer dan over alle schatten;
no verse 14 in this text
15Uw bevelen wil ik overwegen, En op uw paden blijven letten;
no verse 15 in this text
16Ik wil mij aan uw wet verkwikken, En nimmermeer uw woord vergeten!
no verse 16 in this text
17Laat uw dienstknecht leven, En ik zal uw woord onderhouden;
no verse 17 in this text
18Neem de sluier van mijn ogen, Opdat ik de wonderen van uw wet aanschouwe.
no verse 18 in this text
19Al ben ik maar een zwerver op aarde, Verberg mij uw bevelen niet;
no verse 19 in this text
20Want mijn ziel wordt verteerd van verlangen Naar uw voorschriften, altijd door.
no verse 20 in this text
21Gij bedreigt de hoogmoedigen, Vervloekt, die uw geboden verlaat;
no verse 21 in this text
22Wend dan smaad en hoon van mij af, Want uw vermaningen neem ik ter harte.
no verse 22 in this text
23Al spannen ook vorsten tegen mij samen, Uw dienstknecht peinst over uw inzettingen na;
no verse 23 in this text
24Ja, uw bestel is mij een lust, En mijn berader.
no verse 24 in this text
25Reeds ligt mijn ziel aan het stof gekluisterd: Wek mij ten leven naar uw woord.
no verse 25 in this text
26Mijn leven heb ik U open gelegd: Gij hebt mij gehoord, Leer mij thans uw inzettingen kennen;
no verse 26 in this text
27Onderricht mij, hoe ik naar uw bevelen moet leven, En ik zal uw wonderen vermelden.
no verse 27 in this text
28Mijn ziel kwijnt weg van ellende: Richt mij naar uw bestel weer op.
no verse 28 in this text
29Houd de weg der leugen ver van mij af, En schenk mij genadig uw wet;
no verse 29 in this text
30Ik heb de weg der waarheid gekozen, Uw voorschriften mij voor ogen gesteld.
no verse 30 in this text
31Ik klamp mij aan uw vermaningen vast, Maak mij niet te schande, o Jahweh;
no verse 31 in this text
32De weg uwer geboden zal ik bewandelen, Als Gij mijn hart maar verblijdt.
no verse 32 in this text
33Leer mij, Jahweh, naar uw inzettingen leven, Opdat ik ze ten einde toe onderhoud;
no verse 33 in this text
34Geef mij inzicht om uw wet te volbrengen, En met heel mijn hart te beleven;
no verse 34 in this text
35Laat mij het pad uwer geboden betreden, Want dat is mijn vreugd.
no verse 35 in this text
36Neig mijn hart naar uw vermaningen, En niet naar gewin;
no verse 36 in this text
37Wend mijn ogen van de ijdelheid af, En laat mij leven naar uw woord.
no verse 37 in this text
38Doe uw bestel aan uw dienstknecht gestand, Dat Gij beschikt hebt voor hen, die U vrezen;
no verse 38 in this text
39Wentel de smaad, die ik ducht, van mij weg, Want uw voorschriften blijven voortreffelijk.
no verse 39 in this text
40Zie, ik hunker naar uw bevelen, Laat mij door uw gerechtigheid leven!
no verse 40 in this text
41Moge uw genade mijn deel zijn, o Jahweh, En uw heil naar uw bestel;
no verse 41 in this text
42Dan zal ik mijn lasteraars te woord kunnen staan, Want ik vertrouw op uw woord;
no verse 42 in this text
43Neem het woord der waarheid niet geheel uit mijn mond, Want ik wacht uw voorschriften af.
no verse 43 in this text
44Uw wet wil ik steeds onderhouden, Voor eeuwig en immer;
no verse 44 in this text
45Dan zal ik ongestoord kunnen leven, Omdat ik naar uw bevelen vraag.
no verse 45 in this text
46Zelfs koningen zal ik van uw vermaningen spreken, En mij er nooit over schamen;
no verse 46 in this text
47Ik zal mij aan uw geboden verkwikken, Die ik van harte bemin;
no verse 47 in this text
48Tot U zal ik mijn handen verheffen, En uw inzettingen overwegen.
no verse 48 in this text
49Gedenk het woord, tot uw dienstknecht gesproken, En waarop Gij mijn hoop hebt gesteld;
no verse 49 in this text
50Dit is mijn troost in mijn ellende, Dat uw bestel mij het leven behoudt.
no verse 50 in this text
51Al bespotten de bozen mij nog zo vijandig, Toch wijk ik niet af van uw wet;
no verse 51 in this text
52Ik blijf uw aloude voorschriften indachtig, En voel mij er door getroost, o Jahweh;
no verse 52 in this text
53Maar gramschap maakt zich van mij meester, Om de zondaars, die uw geboden verlaten.
no verse 53 in this text
54Uw inzettingen ruisen als zangen mij tegen In het huis van mijn ballingschap;
no verse 54 in this text
55Des nachts, o Jahweh, gedenk ik uw Naam, En volg uw vermaningen op;
no verse 55 in this text
56Want dit is mijn plicht: Dat ik uw bevelen volbreng.
no verse 56 in this text
57Gij zijt mijn erfdeel, o Jahweh: Ik heb beloofd, uw woord te volbrengen;
no verse 57 in this text
58Van ganser harte zoek ik uw aanschijn, Wees mij genadig naar uw bestel.
no verse 58 in this text
59Ik overleg bij mijzelf, welke weg ik moet gaan, En naar uw vermaningen richt ik mijn schreden;
no verse 59 in this text
60Ik haast mij, zonder ooit te talmen, Om uw geboden te onderhouden;
no verse 60 in this text
61En al houden mij de strikken der bozen gevangen, Nooit vergeet ik uw wet;
no verse 61 in this text
62Midden in de nacht sta ik op, Om U voor uw rechtvaardige voorschriften te danken.
no verse 62 in this text
63Ik ben de vriend van al, die U vreest, En die uw bevelen volbrengt;
no verse 63 in this text
64De aarde is vol van uw goedheid, o Jahweh, Leer mij maar uw inzettingen kennen.
no verse 64 in this text
65Gij hebt uw dienstknecht wèl gedaan, O Jahweh, naar uw woord;
no verse 65 in this text
66Schenk mij een helder oordeel en inzicht, Want ik heb vertrouwen in uw geboden.
no verse 66 in this text
67Eer ik vernederd werd, dwaalde ik af, Maar nu houd ik mij aan uw bestel;
no verse 67 in this text
68Gij zijt goed en doet wèl: Leer mij dan uw inzettingen kennen.
no verse 68 in this text
69Onbeschaamden belasteren mij, Want van ganser harte neem ik uw bevelen in acht;
no verse 69 in this text
70Lomp als vet is hun hart, Maar ìk vind mijn vreugd in uw wet;
no verse 70 in this text
71En het was mij goed, te worden vernederd, Om uw vermaningen te leren verstaan;
no verse 71 in this text
72Want de voorschriften van uw mond schat ik hoger, Dan duizenden in goud en zilver!
no verse 72 in this text
73Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd, Geef mij ook inzicht, om uw geboden te kennen;
no verse 73 in this text
74Dan zien, die U vrezen, met vreugd op mij neer, Omdat ik vertrouw op uw woord.
no verse 74 in this text
75Ik weet, dat uw oordeel rechtvaardig is, Jahweh, En dat Gij mij naar verdienste kastijdt;
no verse 75 in this text
76Maar uw genade zij mij tot troost, Naar uw bestel voor uw knecht;
no verse 76 in this text
77Uw ontferming dale op mij neer, en doe mij herleven, Want uw wet is mij een verkwikking.
no verse 77 in this text
78Schande voor de trotsen, die onverdiend mij verdrukken, Daar ik uw bevelen bedenk;
no verse 78 in this text
79Maar mijn vrienden mogen zijn, die U vrezen, En die uw vermaningen kennen;
no verse 79 in this text
80Door uw inzettingen worde mijn hart zonder smet, Zodat ik niet beschaamd hoef te staan.
no verse 80 in this text
81Mijn ziel smacht naar uw heil, Ik vertrouw op uw woord;
no verse 81 in this text
82Mijn ogen hunkeren naar uw bestel, En vragen: Wanneer brengt Gij mij troost?
no verse 82 in this text
83Al ben ik als een leren zak in de rook, Toch vergeet ik uw inzettingen niet.
no verse 83 in this text
84Ach, hoelang zal uw dienstknecht nog leven, En wanneer voltrekt Gij aan mijn vervolgers uw oordeel?
no verse 84 in this text
85Onbeschaamden hebben mij kuilen gegraven, Want ze leven niet naar uw wet.
no verse 85 in this text
86Al uw geboden zijn waarachtig, Maar men vervolgt mij met leugens: Ach kom mij te hulp;
no verse 86 in this text
87Men had mij haast van de aarde verdelgd, Toch had ik mij niet aan uw bevelen onttrokken;
no verse 87 in this text
88Behoud mij in het leven naar uw genade, En de vermaningen van uw mond volg ik op!
no verse 88 in this text
89Uw woord blijft eeuwig, o Jahweh, Het staat vast als de hemel;
no verse 89 in this text
90Uw bestel houdt stand van geslacht tot geslacht, Staat vast als de aarde, die Gij hebt gegrond;
no verse 90 in this text
91En naar uw voorschriften blijven ze ook nu nog bestaan, Want het heelal is uw dienstknecht!
no verse 91 in this text
92Wanneer uw wet mij niet had verkwikt, Dan was ik in mijn ellende te gronde gegaan;
no verse 92 in this text
93Nimmer zal ik dan uw bevelen vergeten, Want juist daardoor doet Gij mij leven.
no verse 93 in this text
94Ik ben de uwe: Ach, kom mij te hulp, Want ijverig spoor ik uw voorschriften na;
no verse 94 in this text
95De bozen loeren, om mij te verdelgen, Maar ik blijf uw vermaningen achten.
no verse 95 in this text
96Aan alles zie ik een eind, al is het nog zo volmaakt, Maar uw gebod is onbegrensd!
no verse 96 in this text
97Hoe lief toch heb ik uw wet, Ik overweeg ze de hele dag door!
no verse 97 in this text
98Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden zijn, Want het vergezelt mij voor eeuwig;
no verse 98 in this text
99Ik heb meer verstand dan al mijn meesters, Want ik denk over uw vermaningen na;
no verse 99 in this text
100En ik heb helderder inzicht dan de oudsten, Want ik neem uw bevelen in acht.
no verse 100 in this text
101Van alle slechte paden houd ik mijn voeten, Om uw woord te volbrengen;
no verse 101 in this text
102En van uw voorschriften wijk ik niet af, Want Gij hebt ze mij zelf onderwezen.
no verse 102 in this text
103Hoe zoet voor mijn gehemelte is uw bestel, Meer dan honing voor mijn mond;
no verse 103 in this text
104Door uw inzettingen ben ik verstandig geworden, En haat dus ieder leugenpad.
no verse 104 in this text
105Uw woord is een lamp voor mijn voeten, En een licht op mijn pad;
no verse 105 in this text
106Ik heb gezworen, en zal het gestand doen, Uw rechtvaardige voorschriften te onderhouden.
no verse 106 in this text
107Ach, Jahweh, ik ga zo diep gebukt, Wek mij ten leven naar uw bestel;
no verse 107 in this text
108Wil de offeranden van mijn mond aanvaarden, o Jahweh, En onderricht mij in uw geboden.
no verse 108 in this text
109Al zweeft mijn leven in voortdurend gevaar, Toch vergeet ik nimmer uw wet;
no verse 109 in this text
110En al leggen de bozen mij strikken, Van al uw bevelen wijk ik niet af.
no verse 110 in this text
111Uw vermaningen blijven mijn erfdeel voor eeuwig, Want ze zijn de vreugd van mijn hart;
no verse 111 in this text
112En ik heb er mijn hart op gezet, Naar uw inzettingen te leven voor eeuwig en immer!
no verse 112 in this text
113Ik haat halfslachtige wezens, Maar uw wet heb ik lief;
no verse 113 in this text
114Gij zijt mijn schuts en mijn schild, Ik vertrouw op uw woord;
no verse 114 in this text
115Weg van mij, zondaars, Laat mij de geboden van mijn God onderhouden!
no verse 115 in this text
116Sterk mij naar uw bestel, opdat ik blijf leven, En laat mijn hoop niet worden beschaamd;
no verse 116 in this text
117Stut mij, opdat ik worde gered, En mij altijd aan uw bevelen verkwikke.
no verse 117 in this text
118Wie uw inzettingen verlaten, zijn U een gruwel, Want ze bedenken enkel leugens;
no verse 118 in this text
119En als afval veracht Gij alle bozen op aarde, Daarom heb ik uw vermaningen lief.
no verse 119 in this text
120Mijn lichaam beeft voor U van schrik, En ik ben bevreesd voor uw oordeel!
no verse 120 in this text
121Een rechtvaardig oordeel hebt Gij geveld, Lever mij niet over aan mijn verdrukkers;
no verse 121 in this text
122Uw woord blijve borg voor uw dienaar, Laat geen onbeschaamde mij kwellen.
no verse 122 in this text
123Mijn ogen smachten naar uw heil, En naar uw rechtvaardig bestel;
no verse 123 in this text
124Handel met uw dienstknecht naar uw genade, En leer mij uw inzettingen kennen;
no verse 124 in this text
125Ik ben uw dienstknecht: ach, geef mij verstand, Opdat ik uw vermaningen moge begrijpen.
no verse 125 in this text
126Het is tijd om te handelen, Jahweh: Men verkracht uw wet;
no verse 126 in this text
127Daarom heb ik uw geboden lief, Boven goud en edel metaal;
no verse 127 in this text
128Daarom richt ik mij naar al uw bevelen, En haat ik ieder leugenpad.
no verse 128 in this text
129Uw vermaningen zijn wondervol, Mijn ziel neemt ze daarom in acht;
no verse 129 in this text
130De openbaring van uw woord straalt licht van zich uit, En geeft wijsheid aan de eenvoudigen;
no verse 130 in this text
131En smachtend open ik mijn mond, Want ik hunker naar uw geboden.
no verse 131 in this text
132Keer U tot mij, en wees mij genadig, Naar uw beschikking voor hen, die uw Naam beminnen;
no verse 132 in this text
133Richt mijn schreden naar uw bestel, En laat geen onheil mij treffen.
no verse 133 in this text
134Bevrijd mij van de verdrukking der mensen, Opdat ik trouw uw bevelen volbrenge;
no verse 134 in this text
135Laat uw aangezicht stralen over uw dienstknecht, En leer mij uw inzettingen kennen.
no verse 135 in this text
136Stromen van tranen ontwellen mijn ogen, Omdat men uw wet niet beleeft.
no verse 136 in this text
137Rechtvaardig zijt Gij, o Jahweh, En ook uw voorschriften zijn volgens recht;
no verse 137 in this text
138In gerechtigheid hebt Gij uw vermaningen gegeven, En in volledige trouw.
no verse 138 in this text
139Ik word door ergernis verteerd, Omdat mijn vijanden uw woord vergeten;
no verse 139 in this text
140Maar uw bestel is beproefd als in vuur, En uw dienstknecht heeft het lief;
no verse 140 in this text
141En al ben ik maar klein en gering, Nooit wil ik uw bevelen vergeten.
no verse 141 in this text
142Ongerept blijft uw gerechtigheid voor eeuwig en immer, En waarachtig uw wet;
no verse 142 in this text
143Al treffen mij nood en ellende, Uw geboden zijn mijn verkwikking.
no verse 143 in this text
144Uw inzettingen zijn rechtvaardig voor eeuwig; Onderricht mij er in, opdat ik blijf leven!
no verse 144 in this text
145Ik roep met heel mijn hart: Jahweh verhoor mij! Uw inzettingen wil ik trouw onderhouden;
no verse 145 in this text
146Ik roep U aan: ach, kom mij te hulp, Om uw vermaningen te beleven.
no verse 146 in this text
147Ik ben met mijn smeken de dageraad vóór, Want ik smacht naar uw woord;
no verse 147 in this text
148En mijn ogen voorkomen de nachtwake, Om op te zien naar uw bestel.
no verse 148 in this text
149Hoor in uw goedheid mijn smeken, o Jahweh, En wek mij naar uw beschikking ten leven;
no verse 149 in this text
150Mijn listige vervolgers zijn al nabij, Maar ze houden zich ver van uw wet;
no verse 150 in this text
151Maar Gij ook, Jahweh, zijt nabij, En waarachtig zijn al uw geboden;
no verse 151 in this text
152Van oudsher ken ik uw bevelen, Want Gij hebt ze gegeven voor eeuwig!
no verse 152 in this text
153Aanschouw mijn ellende, en kom mij te hulp, Want nooit vergeet ik uw wet;
no verse 153 in this text
154Wees mijn verdediger en mijn beschermer, En doe mij leven naar uw bestel.
no verse 154 in this text
155Het heil blijft ver van de bozen verwijderd, Want ze zoeken uw inzettingen niet;
no verse 155 in this text
156Maar uw barmhartigheid, Jahweh, is groot, Wek mij ten leven naar uw woord.
no verse 156 in this text
157Al zijn mijn vervolgers en vijanden talrijk, Van uw vermaningen wijk ik niet af;
no verse 157 in this text
158Het walgt mij, als ik trouwelozen aanschouw, Die uw geboden niet willen volbrengen.
no verse 158 in this text
159Zie, hoe ik uw bevelen liefheb, o Jahweh, Laat mij dan leven naar uw genade;
no verse 159 in this text
160Uw woord is een en al waarheid, En eeuwig houden al uw rechtvaardige voorschriften stand.
no verse 160 in this text
161Vorsten vervolgen mij zonder enige grond, Maar mijn hart is enkel beducht voor uw woord.
no verse 161 in this text
162Ik verheug mij over uw bestel, Als iemand, die rijke buit heeft gemaakt;
no verse 162 in this text
163Leugen en haat verfoei ik, Maar uw inzettingen heb ik lief.
no verse 163 in this text
164Zeven maal daags zing ik uw lof, Om uw rechtvaardige voorschriften;
no verse 164 in this text
165Die uw wet beminnen, genieten een heerlijke vrede, En struikelen nooit.
no verse 165 in this text
166Jahweh, ik smacht naar uw heil, En onderhoud uw geboden;
no verse 166 in this text
167Ik volg uw vermaningen op, En bemin ze van harte;
no verse 167 in this text
168Ik volbreng uw bevelen, Ja, heel mijn leven ligt voor U bloot!
no verse 168 in this text
169Jahweh, mijn smeken dringe tot U door, Geef mij inzicht naar uw woord;
no verse 169 in this text
170Moge mijn gebed voor uw aangezicht komen, Breng mij redding naar uw bestel.
no verse 170 in this text
171Dan zal een lofzang mijn lippen ontstromen, Omdat Gij uw inzettingen mij hebt geleerd;
no verse 171 in this text
172En mijn tong zal uw waarachtigheid loven, Want al uw vermaningen zijn gerecht.
no verse 172 in this text
173Uw hand zij bereid, mij te helpen, Want uw bevelen heb ik verkoren;
no verse 173 in this text
174Jahweh, ik smacht naar uw heil, En uw wet is mij een verkwikking.
no verse 174 in this text
175Mijn ziel moge leven, om U te loven, En uw voorschriften mogen mij helpen;
no verse 175 in this text
176Als een verloren schaap dool ik rond: zoek uw dienaar weer op, Want nimmer heb ik uw geboden vergeten!
no verse 176 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.