Psalmen
Chapter 119
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Bíblia Portuguesa …
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Gelukkig, die onberispelijk zijn in hun wandel, En leven volgens Jahweh’s wet;
1Bem-aventurados os irrepreensíveis no seu caminho, que andam na lei do SENHOR.
2Gelukkig, die op zijn vermaningen letten, Hem zoeken met geheel hun hart;
2Bem-aventurados os que guardam os seus estatutos, que o buscam de todo o coração.
3Zij ook, die geen ongerechtigheid plegen, Maar blijven leven naar zijn woord.
3Sim, não praticam a iniquidade; andam nos seus caminhos.
4Gij zelf hebt uw bevelen gegeven, Opdat men ze trouw zou volbrengen;
4Tu ordenaste os teus preceitos, para que os obedeçamos totalmente.
5Ach, mocht mijn gedrag zo onwankelbaar zijn, Dat ik uw inzettingen trouw onderhield.
5Quem dera os meus caminhos fossem firmes na obediência aos teus estatutos!
6Dan zal ik nooit beschaamd komen staan, Als ik het oog richt op al uw geboden;
6Então eu não ficaria decepcionado, ao considerar todos os teus mandamentos.
7Maar in oprechtheid des harten zal ik U danken, Als ik uw rechtvaardige voorschriften leer.
7Eu te darei graças com retidão de coração, quando aprender os teus justos juízos.
8Ik houd mij vast aan uw bestel: Verlaat mij dan niet voor altoos!
8Observarei os teus estatutos. Não me abandones totalmente.
9Hoe kan een jongeman zijn reinheid bewaren? Door zich te houden aan uw woord!
9Como pode um jovem manter puro o seu caminho? Vivendo de acordo com a tua palavra.
10Ik heb U met heel mijn hart gezocht, Laat mij nooit uw geboden verlaten;
10De todo o meu coração eu te busquei. Não me deixes desviar dos teus mandamentos.
11Ik bewaar uw bestel in mijn hart, Om nooit te zondigen tegen U.
11Escondi a tua palavra no meu coração, para não pecar contra ti.
12Geprezen zijt Gij, o Jahweh, Leer mij uw inzettingen kennen;
12Bendito és tu, SENHOR. Ensina-me os teus estatutos.
13Dan zal ik met mijn lippen verbreiden Al de voorschriften van uw mond.
13Com os meus lábios, declarei todas as ordenanças da tua boca.
14Ik verheug mij over de weg, die uw vermaning mij wees, Meer dan over alle schatten;
14Regozijei-me no caminho dos teus testemunhos, tanto quanto em todas as riquezas.
15Uw bevelen wil ik overwegen, En op uw paden blijven letten;
15Meditarei nos teus preceitos, e considerarei os teus caminhos.
16Ik wil mij aan uw wet verkwikken, En nimmermeer uw woord vergeten!
16Terei prazer nos teus estatutos. Não me esquecerei da tua palavra.
17Laat uw dienstknecht leven, En ik zal uw woord onderhouden;
17Faze o bem ao teu servo. Viverei e obedecerei à tua palavra.
18Neem de sluier van mijn ogen, Opdat ik de wonderen van uw wet aanschouwe.
18Abre os meus olhos, para que eu veja as maravilhas da tua lei.
19Al ben ik maar een zwerver op aarde, Verberg mij uw bevelen niet;
19Sou estrangeiro na terra. Não escondas de mim os teus mandamentos.
20Want mijn ziel wordt verteerd van verlangen Naar uw voorschriften, altijd door.
20A minha alma consome-se de anseio pelas tuas ordenanças em todo o tempo.
21Gij bedreigt de hoogmoedigen, Vervloekt, die uw geboden verlaat;
21Tu repreendeste os orgulhosos que são malditos, que se desviam dos teus mandamentos.
22Wend dan smaad en hoon van mij af, Want uw vermaningen neem ik ter harte.
22Tira de mim a vergonha e o desprezo, pois tenho guardado os teus estatutos.
23Al spannen ook vorsten tegen mij samen, Uw dienstknecht peinst over uw inzettingen na;
23Embora príncipes se assentem e me caluniem, o teu servo meditará nos teus estatutos.
24Ja, uw bestel is mij een lust, En mijn berader.
24De fato, os teus estatutos são o meu prazer, e os meus conselheiros.
25Reeds ligt mijn ziel aan het stof gekluisterd: Wek mij ten leven naar uw woord.
25A minha alma está abatida no pó. Vivifica-me segundo a tua palavra!
26Mijn leven heb ik U open gelegd: Gij hebt mij gehoord, Leer mij thans uw inzettingen kennen;
26Declarei os meus caminhos, e tu me respondeste. Ensina-me os teus estatutos.
27Onderricht mij, hoe ik naar uw bevelen moet leven, En ik zal uw wonderen vermelden.
27Faze-me entender o ensino dos teus preceitos! Então meditarei nas tuas maravilhas.
28Mijn ziel kwijnt weg van ellende: Richt mij naar uw bestel weer op.
28A minha alma está exausta de tristeza; fortalece-me segundo a tua palavra.
29Houd de weg der leugen ver van mij af, En schenk mij genadig uw wet;
29Afasta-me do caminho do engano. Concede-me a tua lei graciosamente!
30Ik heb de weg der waarheid gekozen, Uw voorschriften mij voor ogen gesteld.
30Escolhi o caminho da verdade. Coloquei as tuas ordenanças diante de mim.
31Ik klamp mij aan uw vermaningen vast, Maak mij niet te schande, o Jahweh;
31Apego-me aos teus estatutos, SENHOR. Não me deixes ficar decepcionado.
32De weg uwer geboden zal ik bewandelen, Als Gij mijn hart maar verblijdt.
32Corro pelo caminho dos teus mandamentos, pois libertaste o meu coração.
33Leer mij, Jahweh, naar uw inzettingen leven, Opdat ik ze ten einde toe onderhoud;
33Ensina-me, SENHOR, o caminho dos teus estatutos. Eu os guardarei até o fim.
34Geef mij inzicht om uw wet te volbrengen, En met heel mijn hart te beleven;
34Dá-me entendimento, e guardarei a tua lei. Sim, eu a obedecerei de todo o meu coração.
35Laat mij het pad uwer geboden betreden, Want dat is mijn vreugd.
35Guia-me pelo caminho dos teus mandamentos, pois neles tenho prazer.
36Neig mijn hart naar uw vermaningen, En niet naar gewin;
36Inclina o meu coração para os teus estatutos, e não para o ganho egoísta.
37Wend mijn ogen van de ijdelheid af, En laat mij leven naar uw woord.
37Desvia os meus olhos de olharem para coisas inúteis. Vivifica-me nos teus caminhos.
38Doe uw bestel aan uw dienstknecht gestand, Dat Gij beschikt hebt voor hen, die U vrezen;
38Cumpre a tua promessa ao teu servo, para que sejas temido.
39Wentel de smaad, die ik ducht, van mij weg, Want uw voorschriften blijven voortreffelijk.
39Tira a minha desonra, da qual tenho pavor, pois as tuas ordenanças são boas.
40Zie, ik hunker naar uw bevelen, Laat mij door uw gerechtigheid leven!
40Eis que anseio pelos teus preceitos! Vivifica-me na tua justiça.
41Moge uw genade mijn deel zijn, o Jahweh, En uw heil naar uw bestel;
41Venha também a mim a tua bondade, SENHOR, a tua salvação, segundo a tua palavra.
42Dan zal ik mijn lasteraars te woord kunnen staan, Want ik vertrouw op uw woord;
42Assim terei uma resposta para aquele que me ofende, pois confio na tua palavra.
43Neem het woord der waarheid niet geheel uit mijn mond, Want ik wacht uw voorschriften af.
43Não tires a palavra da verdade da minha boca, pois coloco a minha esperança nas tuas ordenanças.
44Uw wet wil ik steeds onderhouden, Voor eeuwig en immer;
44Assim obedecerei à tua lei continuamente, para todo o sempre.
45Dan zal ik ongestoord kunnen leven, Omdat ik naar uw bevelen vraag.
45Andarei em liberdade, pois tenho buscado os teus preceitos.
46Zelfs koningen zal ik van uw vermaningen spreken, En mij er nooit over schamen;
46Também falarei dos teus estatutos diante de reis, e não ficarei decepcionado.
47Ik zal mij aan uw geboden verkwikken, Die ik van harte bemin;
47Terei prazer nos teus mandamentos, porque os amo.
48Tot U zal ik mijn handen verheffen, En uw inzettingen overwegen.
48Estendo as minhas mãos para os teus mandamentos, que eu amo. Meditarei nos teus estatutos.
49Gedenk het woord, tot uw dienstknecht gesproken, En waarop Gij mijn hoop hebt gesteld;
49Lembra-te da tua palavra ao teu servo, porque me deste esperança.
50Dit is mijn troost in mijn ellende, Dat uw bestel mij het leven behoudt.
50Este é o meu consolo na minha aflição: que a tua palavra me vivificou.
51Al bespotten de bozen mij nog zo vijandig, Toch wijk ik niet af van uw wet;
51Os arrogantes zombam de mim excessivamente, mas não me desvio da tua lei.
52Ik blijf uw aloude voorschriften indachtig, En voel mij er door getroost, o Jahweh;
52Lembro-me das tuas ordenanças antigas, SENHOR, e me consolo.
53Maar gramschap maakt zich van mij meester, Om de zondaars, die uw geboden verlaten.
53A indignação apoderou-se de mim, por causa dos ímpios que abandonam a tua lei.
54Uw inzettingen ruisen als zangen mij tegen In het huis van mijn ballingschap;
54Os teus estatutos têm sido as minhas canções na casa onde vivo.
55Des nachts, o Jahweh, gedenk ik uw Naam, En volg uw vermaningen op;
55Lembrei-me do teu nome, SENHOR, de noite, e obedeço à tua lei.
56Want dit is mijn plicht: Dat ik uw bevelen volbreng.
56Este é o meu caminho, que eu guarde os teus preceitos.
57Gij zijt mijn erfdeel, o Jahweh: Ik heb beloofd, uw woord te volbrengen;
57O SENHOR é a minha porção. Prometi obedecer às tuas palavras.
58Van ganser harte zoek ik uw aanschijn, Wees mij genadig naar uw bestel.
58Busquei o teu favor de todo o meu coração. Tem misericórdia de mim segundo a tua palavra.
59Ik overleg bij mijzelf, welke weg ik moet gaan, En naar uw vermaningen richt ik mijn schreden;
59Considerei os meus caminhos, e voltei os meus passos para os teus estatutos.
60Ik haast mij, zonder ooit te talmen, Om uw geboden te onderhouden;
60Apressar-me-ei, e não me demorarei, em obedecer aos teus mandamentos.
61En al houden mij de strikken der bozen gevangen, Nooit vergeet ik uw wet;
61As cordas dos ímpios me amarram, mas não me esquecerei da tua lei.
62Midden in de nacht sta ik op, Om U voor uw rechtvaardige voorschriften te danken.
62À meia-noite me levantarei para te dar graças, por causa das tuas justas ordenanças.
63Ik ben de vriend van al, die U vreest, En die uw bevelen volbrengt;
63Sou amigo de todos os que te temem, daqueles que observam os teus preceitos.
64De aarde is vol van uw goedheid, o Jahweh, Leer mij maar uw inzettingen kennen.
64A terra está cheia da tua bondade, SENHOR. Ensina-me os teus estatutos.
65Gij hebt uw dienstknecht wèl gedaan, O Jahweh, naar uw woord;
65Tu trataste bem o teu servo, segundo a tua palavra, SENHOR.
66Schenk mij een helder oordeel en inzicht, Want ik heb vertrouwen in uw geboden.
66Ensina-me o bom senso e o conhecimento, pois creio nos teus mandamentos.
67Eer ik vernederd werd, dwaalde ik af, Maar nu houd ik mij aan uw bestel;
67Antes de ser afligido, eu andava desviado; mas agora observo a tua palavra.
68Gij zijt goed en doet wèl: Leer mij dan uw inzettingen kennen.
68Tu és bom, e fazes o bem. Ensina-me os teus estatutos.
69Onbeschaamden belasteren mij, Want van ganser harte neem ik uw bevelen in acht;
69Os orgulhosos mancharam-me com mentiras. De todo o meu coração, guardarei os teus preceitos.
70Lomp als vet is hun hart, Maar ìk vind mijn vreugd in uw wet;
70O coração deles é insensível como a gordura, mas eu tenho prazer na tua lei.
71En het was mij goed, te worden vernederd, Om uw vermaningen te leren verstaan;
71Foi bom para mim ter sido afligido, para que eu aprendesse os teus estatutos.
72Want de voorschriften van uw mond schat ik hoger, Dan duizenden in goud en zilver!
72A lei da tua boca é melhor para mim do que milhares de peças de ouro e prata.
73Uw handen hebben mij gemaakt en gevormd, Geef mij ook inzicht, om uw geboden te kennen;
73As tuas mãos me fizeram e me formaram. Dá-me entendimento, para que eu aprenda os teus mandamentos.
74Dan zien, die U vrezen, met vreugd op mij neer, Omdat ik vertrouw op uw woord.
74Aqueles que te temem me verão e se alegrarão, porque coloquei a minha esperança na tua palavra.
75Ik weet, dat uw oordeel rechtvaardig is, Jahweh, En dat Gij mij naar verdienste kastijdt;
75SENHOR, eu sei que os teus juízos são justos, e que em fidelidade me afligiste.
76Maar uw genade zij mij tot troost, Naar uw bestel voor uw knecht;
76Por favor, que a tua bondade seja o meu consolo, segundo a tua palavra ao teu servo.
77Uw ontferming dale op mij neer, en doe mij herleven, Want uw wet is mij een verkwikking.
77Venham a mim as tuas ternas misericórdias, para que eu viva; pois a tua lei é o meu prazer.
78Schande voor de trotsen, die onverdiend mij verdrukken, Daar ik uw bevelen bedenk;
78Fiquem decepcionados os orgulhosos, pois me derrubaram injustamente. Eu meditarei nos teus preceitos.
79Maar mijn vrienden mogen zijn, die U vrezen, En die uw vermaningen kennen;
79Voltem-se para mim aqueles que te temem. Eles conhecerão os teus estatutos.
80Door uw inzettingen worde mijn hart zonder smet, Zodat ik niet beschaamd hoef te staan.
80Seja o meu coração irrepreensível para com os teus decretos, para que eu não fique decepcionado.
81Mijn ziel smacht naar uw heil, Ik vertrouw op uw woord;
81A minha alma desfalece pela tua salvação. Espero na tua palavra.
82Mijn ogen hunkeren naar uw bestel, En vragen: Wanneer brengt Gij mij troost?
82Os meus olhos desfalecem pela tua palavra. Eu digo: “Quando me consolarás?”
83Al ben ik als een leren zak in de rook, Toch vergeet ik uw inzettingen niet.
83Pois tornei-me como um odre na fumaça. Não me esqueço dos teus estatutos.
84Ach, hoelang zal uw dienstknecht nog leven, En wanneer voltrekt Gij aan mijn vervolgers uw oordeel?
84Quantos são os dias do teu servo? Quando executarás o juízo sobre aqueles que me perseguem?
85Onbeschaamden hebben mij kuilen gegraven, Want ze leven niet naar uw wet.
85Os orgulhosos cavaram buracos para mim, contrariando a tua lei.
86Al uw geboden zijn waarachtig, Maar men vervolgt mij met leugens: Ach kom mij te hulp;
86Todos os teus mandamentos são fiéis. Eles me perseguem injustamente. Ajuda-me!
87Men had mij haast van de aarde verdelgd, Toch had ik mij niet aan uw bevelen onttrokken;
87Quase me varreram da terra, mas eu não abandonei os teus preceitos.
88Behoud mij in het leven naar uw genade, En de vermaningen van uw mond volg ik op!
88Preserva a minha vida segundo a tua bondade, para que eu obedeça aos estatutos da tua boca.
89Uw woord blijft eeuwig, o Jahweh, Het staat vast als de hemel;
89SENHOR, a tua palavra está firmada nos céus para sempre.
90Uw bestel houdt stand van geslacht tot geslacht, Staat vast als de aarde, die Gij hebt gegrond;
90A tua fidelidade estende-se a todas as gerações. Tu estabeleceste a terra, e ela permanece.
91En naar uw voorschriften blijven ze ook nu nog bestaan, Want het heelal is uw dienstknecht!
91As tuas leis permanecem até hoje, pois todas as coisas te servem.
92Wanneer uw wet mij niet had verkwikt, Dan was ik in mijn ellende te gronde gegaan;
92Se a tua lei não tivesse sido o meu prazer, eu teria perecido na minha aflição.
93Nimmer zal ik dan uw bevelen vergeten, Want juist daardoor doet Gij mij leven.
93Nunca me esquecerei dos teus preceitos, pois com eles tu me vivificaste.
94Ik ben de uwe: Ach, kom mij te hulp, Want ijverig spoor ik uw voorschriften na;
94Eu sou teu. Salva-me, pois tenho buscado os teus preceitos.
95De bozen loeren, om mij te verdelgen, Maar ik blijf uw vermaningen achten.
95Os ímpios esperaram por mim, para me destruir. Eu considerarei os teus estatutos.
96Aan alles zie ik een eind, al is het nog zo volmaakt, Maar uw gebod is onbegrensd!
96Tenho visto um limite para toda perfeição, mas os teus mandamentos não têm limites.
97Hoe lief toch heb ik uw wet, Ik overweeg ze de hele dag door!
97Como eu amo a tua lei! Ela é a minha meditação o dia todo.
98Uw gebod maakt mij wijzer dan mijn vijanden zijn, Want het vergezelt mij voor eeuwig;
98Os teus mandamentos me fazem mais sábio que os meus inimigos, pois os teus mandamentos estão sempre comigo.
99Ik heb meer verstand dan al mijn meesters, Want ik denk over uw vermaningen na;
99Tenho mais entendimento do que todos os meus mestres, pois os teus testemunhos são a minha meditação.
100En ik heb helderder inzicht dan de oudsten, Want ik neem uw bevelen in acht.
100Entendo mais do que os idosos, porque tenho guardado os teus preceitos.
101Van alle slechte paden houd ik mijn voeten, Om uw woord te volbrengen;
101Desviei os meus pés de todo caminho mau, para que eu pudesse observar a tua palavra.
102En van uw voorschriften wijk ik niet af, Want Gij hebt ze mij zelf onderwezen.
102Não me afastei das tuas ordenanças, pois tu me ensinaste.
103Hoe zoet voor mijn gehemelte is uw bestel, Meer dan honing voor mijn mond;
103Quão doces são as tuas promessas ao meu paladar, mais do que o mel à minha boca!
104Door uw inzettingen ben ik verstandig geworden, En haat dus ieder leugenpad.
104Através dos teus preceitos, obtenho entendimento; por isso odeio todo caminho falso.
105Uw woord is een lamp voor mijn voeten, En een licht op mijn pad;
105A tua palavra é lâmpada para os meus pés, e luz para o meu caminho.
106Ik heb gezworen, en zal het gestand doen, Uw rechtvaardige voorschriften te onderhouden.
106Jurei, e o confirmei, que obedecerei às tuas justas ordenanças.
107Ach, Jahweh, ik ga zo diep gebukt, Wek mij ten leven naar uw bestel;
107Estou muito aflito. Vivifica-me, SENHOR, segundo a tua palavra.
108Wil de offeranden van mijn mond aanvaarden, o Jahweh, En onderricht mij in uw geboden.
108Aceita, eu te peço, as ofertas voluntárias da minha boca. SENHOR, ensina-me as tuas ordenanças.
109Al zweeft mijn leven in voortdurend gevaar, Toch vergeet ik nimmer uw wet;
109A minha vida está continuamente em perigo, contudo não me esquecerei da tua lei.
110En al leggen de bozen mij strikken, Van al uw bevelen wijk ik niet af.
110Os ímpios armaram um laço para mim, contudo não me desviei dos teus preceitos.
111Uw vermaningen blijven mijn erfdeel voor eeuwig, Want ze zijn de vreugd van mijn hart;
111Tomei os teus testemunhos como herança para sempre, pois eles são a alegria do meu coração.
112En ik heb er mijn hart op gezet, Naar uw inzettingen te leven voor eeuwig en immer!
112Inclinei o meu coração para cumprir os teus estatutos para sempre, até o fim.
113Ik haat halfslachtige wezens, Maar uw wet heb ik lief;
113Odeio os homens de coração dúplice, mas amo a tua lei.
114Gij zijt mijn schuts en mijn schild, Ik vertrouw op uw woord;
114Tu és o meu esconderijo e o meu escudo. Espero na tua palavra.
115Weg van mij, zondaars, Laat mij de geboden van mijn God onderhouden!
115Afastem-se de mim, malfeitores, para que eu guarde os mandamentos do meu Deus.
116Sterk mij naar uw bestel, opdat ik blijf leven, En laat mijn hoop niet worden beschaamd;
116Sustenta-me segundo a tua palavra, para que eu viva. Não me deixes envergonhado da minha esperança.
117Stut mij, opdat ik worde gered, En mij altijd aan uw bevelen verkwikke.
117Ampara-me, e estarei seguro, e terei respeito pelos teus estatutos continuamente.
118Wie uw inzettingen verlaten, zijn U een gruwel, Want ze bedenken enkel leugens;
118Tu rejeitas todos os que se desviam dos teus estatutos, pois o engano deles é em vão.
119En als afval veracht Gij alle bozen op aarde, Daarom heb ik uw vermaningen lief.
119Tu removes todos os ímpios da terra como escória. Por isso amo os teus testemunhos.
120Mijn lichaam beeft voor U van schrik, En ik ben bevreesd voor uw oordeel!
120A minha carne treme de medo de ti. Tenho temor dos teus juízos.
121Een rechtvaardig oordeel hebt Gij geveld, Lever mij niet over aan mijn verdrukkers;
121Tenho feito o que é justo e reto. Não me entregues aos meus opressores.
122Uw woord blijve borg voor uw dienaar, Laat geen onbeschaamde mij kwellen.
122Garante o bem-estar do teu servo. Não deixes que os orgulhosos me oprimam.
123Mijn ogen smachten naar uw heil, En naar uw rechtvaardig bestel;
123Os meus olhos desfalecem à espera da tua salvação, e da tua justa palavra.
124Handel met uw dienstknecht naar uw genade, En leer mij uw inzettingen kennen;
124Trata com o teu servo segundo a tua bondade. Ensina-me os teus estatutos.
125Ik ben uw dienstknecht: ach, geef mij verstand, Opdat ik uw vermaningen moge begrijpen.
125Sou teu servo. Dá-me entendimento, para que eu conheça os teus testemunhos.
126Het is tijd om te handelen, Jahweh: Men verkracht uw wet;
126Já é tempo de agires, SENHOR, pois eles quebram a tua lei.
127Daarom heb ik uw geboden lief, Boven goud en edel metaal;
127Por isso amo os teus mandamentos mais do que o ouro, sim, mais do que o ouro puro.
128Daarom richt ik mij naar al uw bevelen, En haat ik ieder leugenpad.
128Por isso considero retos todos os teus preceitos. Odeio todo caminho falso.
129Uw vermaningen zijn wondervol, Mijn ziel neemt ze daarom in acht;
129Os teus testemunhos são maravilhosos, por isso a minha alma os guarda.
130De openbaring van uw woord straalt licht van zich uit, En geeft wijsheid aan de eenvoudigen;
130A revelação das tuas palavras traz luz. Dá entendimento aos simples.
131En smachtend open ik mijn mond, Want ik hunker naar uw geboden.
131Abri bem a minha boca e suspirei, pois ansiava pelos teus mandamentos.
132Keer U tot mij, en wees mij genadig, Naar uw beschikking voor hen, die uw Naam beminnen;
132Volta-te para mim, e tem misericórdia de mim, como sempre fazes com aqueles que amam o teu nome.
133Richt mijn schreden naar uw bestel, En laat geen onheil mij treffen.
133Firma os meus passos na tua palavra. Não deixes que nenhuma iniquidade tenha domínio sobre mim.
134Bevrijd mij van de verdrukking der mensen, Opdat ik trouw uw bevelen volbrenge;
134Redime-me da opressão dos homens, para que eu observe os teus preceitos.
135Laat uw aangezicht stralen over uw dienstknecht, En leer mij uw inzettingen kennen.
135Faze o teu rosto resplandecer sobre o teu servo. Ensina-me os teus estatutos.
136Stromen van tranen ontwellen mijn ogen, Omdat men uw wet niet beleeft.
136Rios de lágrimas correm dos meus olhos, porque eles não observam a tua lei.
137Rechtvaardig zijt Gij, o Jahweh, En ook uw voorschriften zijn volgens recht;
137Tu és justo, SENHOR. Os teus juízos são retos.
138In gerechtigheid hebt Gij uw vermaningen gegeven, En in volledige trouw.
138Tu ordenaste os teus estatutos em justiça. Eles são totalmente dignos de confiança.
139Ik word door ergernis verteerd, Omdat mijn vijanden uw woord vergeten;
139O meu zelo me consome, porque os meus inimigos ignoram as tuas palavras.
140Maar uw bestel is beproefd als in vuur, En uw dienstknecht heeft het lief;
140As tuas promessas foram totalmente provadas, e o teu servo as ama.
141En al ben ik maar klein en gering, Nooit wil ik uw bevelen vergeten.
141Sou pequeno e desprezado. Não me esqueço dos teus preceitos.
142Ongerept blijft uw gerechtigheid voor eeuwig en immer, En waarachtig uw wet;
142A tua justiça é uma justiça eterna. A tua lei é a verdade.
143Al treffen mij nood en ellende, Uw geboden zijn mijn verkwikking.
143A angústia e a aflição apoderaram-se de mim. Os teus mandamentos são o meu prazer.
144Uw inzettingen zijn rechtvaardig voor eeuwig; Onderricht mij er in, opdat ik blijf leven!
144Os teus testemunhos são justos para sempre. Dá-me entendimento, para que eu viva.
145Ik roep met heel mijn hart: Jahweh verhoor mij! Uw inzettingen wil ik trouw onderhouden;
145Clamei de todo o meu coração. Responde-me, SENHOR! Eu guardarei os teus estatutos.
146Ik roep U aan: ach, kom mij te hulp, Om uw vermaningen te beleven.
146Clamei a ti. Salva-me! Eu obedecerei aos teus estatutos.
147Ik ben met mijn smeken de dageraad vóór, Want ik smacht naar uw woord;
147Levanto-me antes do amanhecer e clamo por socorro. Coloco a minha esperança nas tuas palavras.
148En mijn ogen voorkomen de nachtwake, Om op te zien naar uw bestel.
148Os meus olhos ficam abertos durante as vigílias da noite, para que eu medite na tua palavra.
149Hoor in uw goedheid mijn smeken, o Jahweh, En wek mij naar uw beschikking ten leven;
149Ouve a minha voz segundo a tua bondade. Vivifica-me, SENHOR, segundo as tuas ordenanças.
150Mijn listige vervolgers zijn al nabij, Maar ze houden zich ver van uw wet;
150Aproximam-se os que seguem a maldade. Eles estão longe da tua lei.
151Maar Gij ook, Jahweh, zijt nabij, En waarachtig zijn al uw geboden;
151Tu estás perto, SENHOR. Todos os teus mandamentos são a verdade.
152Van oudsher ken ik uw bevelen, Want Gij hebt ze gegeven voor eeuwig!
152Desde a antiguidade sei pelos teus testemunhos, que tu os fundaste para sempre.
153Aanschouw mijn ellende, en kom mij te hulp, Want nooit vergeet ik uw wet;
153Considera a minha aflição, e livra-me, pois não me esqueço da tua lei.
154Wees mijn verdediger en mijn beschermer, En doe mij leven naar uw bestel.
154Defende a minha causa, e redime-me! Vivifica-me segundo a tua promessa.
155Het heil blijft ver van de bozen verwijderd, Want ze zoeken uw inzettingen niet;
155A salvação está longe dos ímpios, pois eles não buscam os teus estatutos.
156Maar uw barmhartigheid, Jahweh, is groot, Wek mij ten leven naar uw woord.
156Grandes são as tuas ternas misericórdias, SENHOR. Vivifica-me segundo as tuas ordenanças.
157Al zijn mijn vervolgers en vijanden talrijk, Van uw vermaningen wijk ik niet af;
157Muitos são os meus perseguidores e os meus adversários. Não me desviei dos teus testemunhos.
158Het walgt mij, als ik trouwelozen aanschouw, Die uw geboden niet willen volbrengen.
158Olho para os infiéis com aversão, porque eles não observam a tua palavra.
159Zie, hoe ik uw bevelen liefheb, o Jahweh, Laat mij dan leven naar uw genade;
159Considera como eu amo os teus preceitos. Vivifica-me, SENHOR, segundo a tua bondade.
160Uw woord is een en al waarheid, En eeuwig houden al uw rechtvaardige voorschriften stand.
160Todas as tuas palavras são a verdade. Cada uma das tuas justas ordenanças dura para sempre.
161Vorsten vervolgen mij zonder enige grond, Maar mijn hart is enkel beducht voor uw woord.
161Príncipes me perseguiram sem motivo, mas o meu coração teme as tuas palavras.
162Ik verheug mij over uw bestel, Als iemand, die rijke buit heeft gemaakt;
162Regozijo-me com a tua palavra, como alguém que encontra grandes despojos.
163Leugen en haat verfoei ik, Maar uw inzettingen heb ik lief.
163Odeio e abomino a falsidade. Eu amo a tua lei.
164Zeven maal daags zing ik uw lof, Om uw rechtvaardige voorschriften;
164Sete vezes por dia, eu te louvo, por causa das tuas justas ordenanças.
165Die uw wet beminnen, genieten een heerlijke vrede, En struikelen nooit.
165Aqueles que amam a tua lei têm grande paz. Nada os faz tropeçar.
166Jahweh, ik smacht naar uw heil, En onderhoud uw geboden;
166Tenho esperado pela tua salvação, SENHOR. Tenho cumprido os teus mandamentos.
167Ik volg uw vermaningen op, En bemin ze van harte;
167A minha alma tem observado os teus testemunhos. Eu os amo intensamente.
168Ik volbreng uw bevelen, Ja, heel mijn leven ligt voor U bloot!
168Tenho obedecido aos teus preceitos e aos teus testemunhos, pois todos os meus caminhos estão diante de ti.
169Jahweh, mijn smeken dringe tot U door, Geef mij inzicht naar uw woord;
169Chegue o meu clamor diante de ti, SENHOR. Dá-me entendimento segundo a tua palavra.
170Moge mijn gebed voor uw aangezicht komen, Breng mij redding naar uw bestel.
170Chegue a minha súplica diante de ti. Livra-me segundo a tua palavra.
171Dan zal een lofzang mijn lippen ontstromen, Omdat Gij uw inzettingen mij hebt geleerd;
171Profiram os meus lábios o louvor, pois tu me ensinas os teus estatutos.
172En mijn tong zal uw waarachtigheid loven, Want al uw vermaningen zijn gerecht.
172Cante a minha língua sobre a tua palavra, pois todos os teus mandamentos são justiça.
173Uw hand zij bereid, mij te helpen, Want uw bevelen heb ik verkoren;
173Esteja a tua mão pronta para me ajudar, pois escolhi os teus preceitos.
174Jahweh, ik smacht naar uw heil, En uw wet is mij een verkwikking.
174Tenho ansiado pela tua salvação, SENHOR. A tua lei é o meu prazer.
175Mijn ziel moge leven, om U te loven, En uw voorschriften mogen mij helpen;
175Viva a minha alma, para que eu te louve. Que as tuas ordenanças me ajudem.
176Als een verloren schaap dool ik rond: zoek uw dienaar weer op, Want nimmer heb ik uw geboden vergeten!
176Andei desviado como uma ovelha perdida. Busca o teu servo, pois não me esqueço dos teus mandamentos.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.