Psalmen 141
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Bíblia Portuguesa Mundial (Brazilian Portuguese)
1Een psalm van David. Ik roep tot U, Jahweh; ach, snel mij te hulp, Hoor naar mijn klagen, wanneer ik U smeek;
1SENHOR, eu clamo a ti. Vem a mim depressa! Ouve a minha voz quando clamo a ti.
2Laat mijn gebed voor U als een reukoffer gelden, Mijn opgeheven handen als een avondoffer zijn.
2Que a minha oração seja apresentada diante de ti como incenso; e o levantar das minhas mãos como o sacrifício da tarde.
3Jahweh, zet een wacht voor mijn mond, Een post voor de deur van mijn lippen;
3Coloca uma guarda, SENHOR, à minha boca. Vigia a porta dos meus lábios.
4Laat mijn hart zich naar het kwade niet neigen, Om slechte dingen te doen. Met zondaars zoek ik geen omgang, En van hun lekkernijen wil ik niet eten;
4Não inclines o meu coração para nenhuma coisa má, para praticar ações perversas com os homens que praticam a iniquidade. Não me deixes comer das suas iguarias.
5Maar de rechtvaardige, zelfs als hij slaat, is een zegen, En als hij mij tuchtigt, nog balsem op het hoofd. Mijn hoofd zal niet schudden, wanneer ze vermanen, En als ze kastijden, stijgt mijn gebed nog omhoog;
5Que o justo me fira, isso é bondade; que ele me repreenda, isso é como óleo sobre a cabeça; que a minha cabeça não o recuse; Contudo, a minha oração é sempre contra as más obras.
6En al word ik door mijn rechters gestenigd, Zij horen van mij enkel vriendelijke woorden.
6Os seus juízes são lançados pelos lados da rocha. Eles ouvirão as minhas palavras, pois são bem ditas.
7Als barsten en scheuren in de akker Liggen mijn beenderen verstrooid aan de rand van het graf:
7“Como quando alguém ara e fende a terra, os nossos ossos são espalhados à boca do Seol.”
8Maar op U, Jahweh mijn Heer, blijven mijn ogen gericht, Tot U neem ik mijn toevlucht: giet mijn leven niet weg!
8Pois os meus olhos estão em ti, SENHOR, o Senhor. Em ti me refugio. Não deixes a minha alma desamparada.
9Behoed mij voor het net, dat men mij heeft gespannen, En voor de strikken der zondaars;
9Guarda-me do laço que armaram para mim, das armadilhas dos que praticam a iniquidade.
10Laat de bozen in hun eigen kuilen verzinken, Maar ìk er alleen aan ontsnappen!
10Caiam os ímpios juntos nas suas próprias redes, enquanto eu passo ileso.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.