Psalmen 51
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David, nadat de profeet Natan bij hem was gekomen, omdat hij gemeenschap met Bat-Sjéba had gehad. Erbarm U mijner naar uw genade, o God; Delg mijn misdaden uit naar uw grote ontferming;
1In finem. Intellectus David,
2Was mij vlekkeloos schoon van mijn schuld, En reinig mij van mijn zonde.
2cum venit Doëg Idumæus, et nuntiavit Sauli: Venit David in domum Achimelech.
3Want ik ben mij mijn misdaad bewust, En mijn zonde staat mij steeds voor de geest:
3[Quid gloriaris in malitia, qui potens es in iniquitate?
4Tegen U, ach, tegen U heb ik gezondigd, En kwaad in uw ogen gedaan. Zo zult Gij rechtvaardig zijn in uw vonnis, En onberispelijk in uw gericht:
4Tota die injustitiam cogitavit lingua tua; sicut novacula acuta fecisti dolum.
5Want in ongerechtigheid ben ik geboren, En mijn moeder ontving mij in zonde.
5Dilexisti malitiam super benignitatem; iniquitatem magis quam loqui æquitatem.
6Zie, Gij bemint de oprechtheid des harten: Daarom brengt Gij mijn geweten tot inkeer;
6Dilexisti omnia verba præcipitationis; lingua dolosa.
7Gij besprengt mij met hysop, en weer ben ik rein, Gij wast mij schoon, en ik ben blanker dan sneeuw.
7Propterea Deus destruet te in finem; evellet te, et emigrabit te de tabernaculo tuo, et radicem tuam de terra viventium.
8Laat mij weer vreugde en blijdschap genieten, En mijn beenderen juichen, die Gij hebt verbrijzeld;
8Videbunt justi, et timebunt; et super eum ridebunt, et dicent:
9Bedek uw gelaat voor mijn zonden, En delg al mijn misdaden uit.
9Ecce homo qui non posuit Deum adjutorem suum; sed speravit in multitudine divitiarum suarum, et prævaluit in vanitate sua.
10Schep mij een zuiver hart, o mijn God, En leg in mijn boezem een nieuwe, standvastige geest;
10Ego autem, sicut oliva fructifera in domo Dei; speravi in misericordia Dei, in æternum et in sæculum sæculi.
11Verstoot mij niet van uw aanschijn, En neem uw heilige geest niet van mij weg.
11Confitebor tibi in sæculum, quia fecisti; et exspectabo nomen tuum, quoniam bonum est in conspectu sanctorum tuorum.]
12Schenk mij terug de vreugd van uw heil, En versterk in mij de gewillige geest;
no verse 12 in this text
13Dan zal ik de bozen uw wegen doen kennen, En de zondaars zullen zich tot U bekeren.
no verse 13 in this text
14Bevrijd mij van bloedschuld, o Jahweh, God van mijn heil, En mijn tong zal uw barmhartigheid loven;
no verse 14 in this text
15Open mijn lippen, o Heer, En mijn mond verkondigt uw lof.
no verse 15 in this text
16Neen, slachtoffers behagen U niet, En zo ik U brandoffers bracht, Gij zoudt ze niet willen;
no verse 16 in this text
17Maar een vermorzeld gemoed is een offer voor God, Een verbrijzeld en deemoedig hart versmaadt Gij niet, o mijn God!
no verse 17 in this text
18Wees Sion naar uw goedheid genadig, En bouw de muren van Jerusalem weer op;
no verse 18 in this text
19Dan zullen brand- en zoenoffers U als waarachtige offers behagen, En brengt men weer varren op uw altaar.
no verse 19 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.