Psalmen 51
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David, nadat de profeet Natan bij hem was gekomen, omdat hij gemeenschap met Bat-Sjéba had gehad. Erbarm U mijner naar uw genade, o God; Delg mijn misdaden uit naar uw grote ontferming;
1Unto the end, understanding for David,
2Was mij vlekkeloos schoon van mijn schuld, En reinig mij van mijn zonde.
2When Doeg the Edomite came and told Saul David went to the house of Achimelech. [1 Kings 22]
3Want ik ben mij mijn misdaad bewust, En mijn zonde staat mij steeds voor de geest:
3Why dost thou glory in malice, thou that art mighty in iniquity?
4Tegen U, ach, tegen U heb ik gezondigd, En kwaad in uw ogen gedaan. Zo zult Gij rechtvaardig zijn in uw vonnis, En onberispelijk in uw gericht:
4All the day long thy tongue hath devised injustice: as a sharp razor, thou hast wrought deceit.
5Want in ongerechtigheid ben ik geboren, En mijn moeder ontving mij in zonde.
5Thou hast loved malice more than goodness: and iniquity rather than to speak righteousness.
6Zie, Gij bemint de oprechtheid des harten: Daarom brengt Gij mijn geweten tot inkeer;
6Thou hast loved all the words of ruin, O deceitful tongue.
7Gij besprengt mij met hysop, en weer ben ik rein, Gij wast mij schoon, en ik ben blanker dan sneeuw.
7Therefore will God destroy thee for ever: he will pluck thee out, and remove thee from thy dwelling place: and thy root out of the land of the living.
8Laat mij weer vreugde en blijdschap genieten, En mijn beenderen juichen, die Gij hebt verbrijzeld;
8The just shall see and fear, and shall laugh at him, and say:
9Bedek uw gelaat voor mijn zonden, En delg al mijn misdaden uit.
9Behold the man that made not God his helper: But trusted in the abundance of his riches: and prevailed in his vanity.
10Schep mij een zuiver hart, o mijn God, En leg in mijn boezem een nieuwe, standvastige geest;
10But I, as a fruitful olive tree in the house of God, have hoped in the mercy of God for ever, yea for ever and ever.
11Verstoot mij niet van uw aanschijn, En neem uw heilige geest niet van mij weg.
11I will praise thee for ever, because thou hast done it: and I will wait on thy name, for it is good in the sight of thy saints.
12Schenk mij terug de vreugd van uw heil, En versterk in mij de gewillige geest;
no verse 12 in this text
13Dan zal ik de bozen uw wegen doen kennen, En de zondaars zullen zich tot U bekeren.
no verse 13 in this text
14Bevrijd mij van bloedschuld, o Jahweh, God van mijn heil, En mijn tong zal uw barmhartigheid loven;
no verse 14 in this text
15Open mijn lippen, o Heer, En mijn mond verkondigt uw lof.
no verse 15 in this text
16Neen, slachtoffers behagen U niet, En zo ik U brandoffers bracht, Gij zoudt ze niet willen;
no verse 16 in this text
17Maar een vermorzeld gemoed is een offer voor God, Een verbrijzeld en deemoedig hart versmaadt Gij niet, o mijn God!
no verse 17 in this text
18Wees Sion naar uw goedheid genadig, En bouw de muren van Jerusalem weer op;
no verse 18 in this text
19Dan zullen brand- en zoenoffers U als waarachtige offers behagen, En brengt men weer varren op uw altaar.
no verse 19 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.