Psalmen 60
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “De lelie der wet.” Een punt- en leerdicht van David, toen, na zijn oorlog tegen Aram van Mesopotamië en Aram-Soba, Joab terugkeerde, en in het Zoutdal twaalfduizend Edomieten versloeg. O God, Gij hebt ons verstoten, Onze gelederen verbroken; Gij waart vertoornd, En hebt ons doen vluchten.
1Unto the end, in hymns, for David.
2Gij hebt het land laten kraken en scheuren; Het stortte ineen, en ligt nu in puin.
2Hear, O God, my supplication: be attentive to my prayer,
3Gij hebt uw volk harde dingen doen slikken, En ons een koppige wijn laten drinken!
3To thee have I cried from the ends of the earth: when my heart was in anguish, thou hast exalted me on a rock. Thou hast conducted me;
4Maar voor uw vromen hadt Gij een banier opgericht, Om zich daar omheen te verzamelen tegen de boog;
4For thou hast been my hope; a tower of strength against the face of the enemy.
5En om uw geliefden te redden, Strek uw rechterhand uit, en verhoor ons.
5In thy tabernacle I shall dwell for ever: I shall be protected under the covert of thy wings.
6Bij zijn heiligheid heeft God beloofd: Juichend zal ik Sikem verdelen, En het dal van Soekkot meten;
6For thou, my God, hast heard my prayer: thou hast given an inheritance to them that fear thy name.
7Mij behoort Gilad, van mij is Manasse. Efraïm is de helm van mijn hoofd, Juda mijn schepter,
7Thou wilt add days to the days of the king: his years even to generation and generation.
8Moab is mijn voetenbekken; Op Edom werp ik mijn schoeisel, Over Filistea hef ik mijn zegekreet aan.
8He abideth for ever in the sight of God: his mercy and truth who shall search?
9Maar wie brengt mij nu binnen de vesting, Wie zal mij naar Edom geleiden:
9So will I sing a psalm to thy name for ever and ever: that I may pay my vows from day to day.
10Moet Gij het niet zijn, die ons hebt verstoten, o God, En niet langer met onze heirscharen optrekt, o God?
no verse 10 in this text
11Ach, help ons dan tegen den vijand, Want hulp van mensen is ijdel;
no verse 11 in this text
12Maar met God zijn wij sterk, Hij zal onze verdrukkers vertrappen!
no verse 12 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.