Psalmen 102
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Gebed van een ongelukkige, als de moed hem ontzinkt, en hij voor Jahweh zijn jammerklacht uitstort. Jahweh, hoor mijn gebed, Mijn jammerklacht dringe tot U door!
1For David himself. Bless the Lord, O my soul: and let all that is within me bless his holy name.
2Verberg voor mij uw aanschijn niet, Wanneer het mij bang wordt; Luister naar mij, als ik roep, En verhoor mij toch snel!
2Bless the Lord, O my soul, and never forget all he hath done for thee.
3Want als rook gaan mijn dagen voorbij; En mijn gebeente gloeit als een oven;
3Who forgiveth all thy iniquities: who healeth all thy diseases.
4Mijn hart is verdroogd en verdord als het gras, Want ik denk er niet aan, mijn brood nog te eten;
4Who redeemeth thy life from destruction: who crowneth thee with mercy and compassion.
5En door mijn klagen en kermen, Kleeft mijn gebeente aan mijn vlees.
5Who satisfieth thy desire with good things: thy youth shall be renewed like the eagle’s.
6Ik ben als een pelikaan der woestijn, En als een uil tussen puinen;
6The Lord doth mercies, and judgment for all that suffer wrong.
7Ik kan niet meer slapen, en zit maar te klagen, Als een eenzame mus op het dak.
7He hath made his ways known to Moses: his wills to the children of Israel.
8Mijn vijanden houden niet op, mij te honen, En tegen mij te razen en te vloeken.
8The ford is compassionate and merciful: longsuffering and plenteous in mercy.
9Ja, ik eet as als mijn brood, En met tranen meng ik mijn drank;
9He will not always be angry: nor will he threaten for ever.
10Want Gij hebt om uw gramschap en toorn Mij opgenomen en weggeslingerd!
10He hath not dealt with us according to our sins: nor rewarded us according to our iniquities.
11Mijn dagen vlieden heen als een schaduw, Ik kwijn weg als het gras.
11For according to the height of the heaven above the earth: he hath strengthened his mercy towards them that fear him.
12Maar Gij, Jahweh, blijft eeuwig, En uw Naam van geslacht tot geslacht!
12As far as the east is from the west, so far hath he removed our iniquities from us.
13Gij zult opstaan, en U over Sion ontfermen: Het is tijd, hem genadig te zijn; het uur is gekomen!
13As a father hath compassion on his children, so hath the Lord compassion on them that fear him:
14Want uw dienaars hebben zijn stenen lief, En hebben deernis met zijn puinen.
14For he knoweth our frame. He remembereth that we are dust:
15Dan zullen de heidenen de Naam van Jahweh vrezen, Alle vorsten der aarde uw majesteit:
15Man’s days are as grass, as the flower of the field so shall he flourish.
16Omdat Jahweh Sion herbouwt, En Zich openbaart in zijn glorie;
16For the spirit shall pass in him, and he shall not be: and he shall know his place no more.
17Zich tot de bede der verlatenen neigt, En hun gebed niet versmaadt!
17But the mercy of the Lord is from eternity and unto eternity upon them that fear him: And his justice unto children’s children,
18Men schrijve dit op voor een volgend geslacht, Opdat het volk, door Jahweh herschapen, Hem zal prijzen:
18To such as keep his covenant, And are mindful of his commandments to do them.
19Als Jahweh weer neerziet Uit zijn heilige woning, En uit de hemel Weer neerblikt op aarde:
19The Lord hath prepared his throne in heaven: and his kingdom shall rule over all.
20Om het gekerm der gevangenen te horen, Te verlossen, die ten dode zijn gewijd;
20Bless the Lord, all ye his angels: you that are mighty in strength, and execute his word, hearkening to the voice of his orders.
21En om Jahweh’s Naam in Sion te melden, In Jerusalem zijn lof,
21Bless the Lord, all ye his hosts: you ministers of his that do his will.
22Wanneer de volkeren zich verzamelen, En de koninkrijken, om Jahweh te dienen!
22Bless the Lord, all his works: in every place of his dominion, O my soul, bless thou the Lord.
23Wel heeft Hij midden op mijn weg mijn krachten gebroken, En mijn dagen verkort; maar toch blijf ik bidden:
no verse 23 in this text
24Mijn God, neem mij niet weg op de helft mijner dagen; Uw jaren duren van geslacht tot geslacht.
no verse 24 in this text
25In den beginne hebt Gij de aarde gegrond, En de hemelen zijn het werk uwer handen!
no verse 25 in this text
26Zij zullen vergaan, maar Gij blijft; Als een kleed zullen zij allen verslijten.
no verse 26 in this text
27Gij verwisselt ze als een mantel, zij zullen verdwijnen; Maar Gij blijft dezelfde, en uw jaren nemen geen einde.
no verse 27 in this text
28Zo blijven ook de zonen uwer dienaars bestaan, En hun kroost houdt stand voor uw aanschijn!
no verse 28 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.