Psalmen 22
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Voor muziekbegeleiding; wijze: De hinde van de dageraad. Een psalm van David. Mijn God, mijn God, zie op mij neer; Waarom hebt Gij mij verlaten? Waarom houdt Gij U ver van mijn hulp, Ver van mijn jammerklachten, mijn God?
1A psalm for David. The Lord ruleth me: and I shall want nothing.
2Ik roep overdag, Gij antwoordt niet; Des nachts, maar ik vind geen rust.
2He hath set me in a place of pasture. He hath brought me up, on the water of refreshment:
3Toch troont Gij in het heiligdom, Gij, Israëls hoop!
3He hath converted my soul. He hath led me on the paths of justice, for his own name’s sake.
4Op U hebben onze vaderen vertrouwd, Op U zich verlaten, Gij hebt ze verlost;
4For though I should walk in the midst of the shadow of death, I will fear no evils, for thou art with me. Thy rod and thy staff, they have comforted me.
5Tot U geroepen, ze werden gered, Op U gerekend, ze zijn niet beschaamd.
5Thou hast prepared a table before me against them that afflict me. Thou hast anointed my head with oil; and my chalice which inebriateth me, how goodly is it!
6Doch ik ben maar een worm en geen mens, Door de wereld bespot, veracht door het volk;
6And thy mercy will follow me all the days of my life. And that I may dwell in the house of the Lord unto length of days.
7Al die mij zien, lachen mij uit, Grijnzen, en schudden meewarig het hoofd:
no verse 7 in this text
8“Hij heeft op Jahweh vertrouwd. Laat Die hem nu helpen, En hem verlossen, wanneer Hij hem liefheeft!”
no verse 8 in this text
9Ja, Gij zijt het, die mij uit de schoot hebt genomen, Die mij veilig deedt rusten aan de borst mijner moeder;
no verse 9 in this text
10Bij mijn geboorte werd ik op uw knieën gelegd, Gij zijt mijn God van de moederschoot af.
no verse 10 in this text
11Blijf dus niet verre van mij, Want de nood is nabij, en er is niemand die helpt!
no verse 11 in this text
12Bonkige stieren staan om mij heen, Buffels van Basjan omsingelen mij;
no verse 12 in this text
13Ze sperren hun muil naar mij open Als verscheurende, brullende leeuwen.
no verse 13 in this text
14Als water ben ik uitgegoten, Al mijn beenderen zijn ontwricht; Mijn hart is als was, Smelt weg in mijn borst.
no verse 14 in this text
15Mijn keel is droog als een scherf, Mijn tong kleeft aan mijn gehemelte vast; En in het stof van de dood Strekt Gij mij neer.
no verse 15 in this text
16Dan komen honden om mij heen, Een bende boosdoeners houdt mij omlegerd; Ze doorboren mijn handen en voeten,
no verse 16 in this text
17Al mijn beenderen kan ik tellen. Ze werpen begerige blikken, En gluren mij aan;
no verse 17 in this text
18Verdelen mijn kleren onder elkander, En loten om mijn gewaad.
no verse 18 in this text
19O Jahweh, blijf toch niet in de verte; Mijn Sterkte, snel mij te hulp!
no verse 19 in this text
20Bescherm mijn leven tegen het zwaard, Het enige, dat mij nog rest, tegen de honden;
no verse 20 in this text
21Red mij uit de muil van den leeuw, Mij arme, van de hoornen der buffels.
no verse 21 in this text
22Dan zal ik uw Naam aan mijn broeders verkonden, In de kring der gemeente U prijzen:
no verse 22 in this text
23“Looft Jahweh, gij die Hem vreest, Heel Jakobs geslacht; Brengt Hem ere en siddert voor Hem, Alle kinderen van Israël!”
no verse 23 in this text
24“Want nimmer heeft Hij versmaad of veracht De ellende van den verdrukte; Zijn aanschijn voor hem niet verborgen, Maar hem verhoord, als hij Hem riep!”
no verse 24 in this text
25Dit zal mijn danklied voor U zijn In de grote gemeente! Dan zal ik ook mijn belofte vervullen Aan hen, die Hem vrezen:
no verse 25 in this text
26De armen zullen eten, En worden verzadigd; Die Jahweh zoeken, zullen Hem loven. En hun hart zal eeuwig worden verkwikt.
no verse 26 in this text
27Alle grenzen der aarde zullen het gedenken, En zich tot Jahweh bekeren, Alle stammen der heidenen Hem aanbidden!
no verse 27 in this text
28Want Jahweh komt het koningschap toe, Hij is de Heerser der volken;
no verse 28 in this text
29Hem alleen moeten huldigen alle machten der aarde! Dan buigen zich ook voor Hem neer, die in het stof zijn gezonken, En geen leven meer hebben.
no verse 29 in this text
30Dan zal ook mijn zaad Hem dienen, En van den Heer gaan vertellen aan het volgend geslacht,
no verse 30 in this text
31Zijn goedheid verhalen aan het volk, dat nog geboren moet worden: Dat het Jahweh was, die het volbracht!
no verse 31 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.