Psalmen 136
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Halleluja! Looft Jahweh, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
1Upon the rivers of Babylon, there we sat and wept: when we remembered Sion:
2Looft den God der goden: Zijn genade duurt eeuwig!
2On the willows in the midst thereof we hung up our instruments.
3Looft den Heer der heren: Zijn genade duurt eeuwig!
3For there they that led us into captivity required of us the words of songs. And they that carried us away, said: Sing ye to us a hymn of the songs of Sion.
4Die grote wonderen doet, Hij alleen: Zijn genade duurt eeuwig!
4How shall we sing the song of the Lord in a strange land?
5Die met wijsheid de hemelen schiep: Zijn genade duurt eeuwig!
5If I forget thee, O Jerusalem, let my right hand be forgotten.
6De aarde op de wateren legde: Zijn genade duurt eeuwig!
6Let my tongue cleave to my jaws, if I do not remember thee: If I make not Jerusalem the beginning of my joy.
7De grote lichten heeft gemaakt: Zijn genade duurt eeuwig!
7Remember, O Lord, the children of Edom, in the day of Jerusalem: Who say: Rase it, rase it, even to the foundation thereof.
8De zon, om over de dag te heersen: Zijn genade duurt eeuwig!
8O daughter of Babylon, miserable: blessed shall he be who shall repay thee thy payment which thou hast paid us.
9Maan en sterren, om te heersen over de nacht: Zijn genade duurt eeuwig!
9Blessed be he that shall take and dash thy little ones against the rock.
10Die Egypte in zijn eerstgeborenen sloeg: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 10 in this text
11En Israël uit zijn midden voerde: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 11 in this text
12Met sterke hand, en vaste arm: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 12 in this text
13Die de Rode Zee in tweeën kliefde: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 13 in this text
14Israël erdoor deed gaan: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 14 in this text
15Maar Farao in de Rode Zee heeft gestort met zijn heir: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 15 in this text
16Die zijn volk door de woestijn heeft geleid: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 16 in this text
17Machtige vorsten versloeg: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 17 in this text
18Beroemde koningen doodde: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 18 in this text
19Sichon, den vorst der Amorieten: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 19 in this text
20Og, den koning van Basjan: Zijn genade duurt eeuwig! En alle vorsten van Kanaän: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 20 in this text
21Die hun land ten erfdeel gaf: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 21 in this text
22Tot bezit aan Israël; zijn dienaar: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 22 in this text
23Die in onze vernedering ons gedacht: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 23 in this text
24En ons van onzen vijand verloste: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 24 in this text
25Die voedsel geeft aan al wat leeft: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 25 in this text
26Looft den God der hemelen: Zijn genade duurt eeuwig!
no verse 26 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.