Psalmen 140
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Douay-Rheims Bible, American Edition (1899)
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Red mij, Jahweh, uit de macht van de bozen, Behoed mij voor den man van geweld:
1I have cried to the, O Lord, hear me: hearken to my voice, when I cry to thee.
2Die kwaad verzinnen in hun hart, Dag in, dag uit blijven twisten;
2Let my prayer be directed as incense in thy sight; the lifting up of my hands, as evening sacrifice.
3Die scherpe tongen hebben als slangen, En adderengif op hun lippen.
3Set a watch, O Lord, before my mouth: and a door round about my lips.
4Bescherm mij, Jahweh, tegen de macht van den boze, Behoed mij voor den man van geweld, Die mij de voet trachten te lichten,
4Incline not my heart to evil words; to make excuses in sins. With men that work iniquity: and I will not communicate with the choicest of them.
5Mij klemmen en strikken durven leggen, Netten spannen langs mijn weg, En een val voor mij zetten.
5The just shall correct me in mercy, and shall reprove me: but let not the oil of the sinner fatten my head. For my prayer also shall still be against the things with which they are well pleased:
6Ik zeg tot Jahweh: Gij zijt mijn God, Hoor naar mijn smeken, o Jahweh!
6Their judges falling upon the rock have been swallowed up. They shall hear my words, for they have prevailed:
7Jahweh, mijn Heer, Gij zijt mijn machtige Helper, Gij beschut mijn hoofd op de dag van de strijd.
7As when the thickness of the earth is broken up upon the ground: Our bones are scattered by the side of hell.
8Jahweh, laat de opzet der bozen niet slagen, Hun aanslag niet lukken.
8But o to thee, O Lord, Lord, are my eyes: in thee have I put my trust, take not away my soul.
9Laat mijn belagers hun hoofd niet verheffen, Maar de vloek van hun eigen lippen ze treffen;
9Keep me from the snare, which they have laid for me, and from the stumblingblocks of them that work iniquity.
10Laat het vurige kolen op hen regenen, In kuilen hen vallen, waaruit ze niet opstaan.
10The wicked shall fall in his net: I am alone until I pass.
11Moge de kwaadspreker geen voorspoed genieten op aarde, Maar onheil den geweldenaar meedogenloos vervolgen!
no verse 11 in this text
12Ik weet, dat Jahweh den ongelukkige recht zal verschaffen, En gerechtigheid aan de armen;
no verse 12 in this text
13Dan zullen de vromen uw Naam verheerlijken, De deugdzamen voor uw aangezicht wonen!
no verse 13 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.