Psalmen 140
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
King James Version with Apocrypha
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Red mij, Jahweh, uit de macht van de bozen, Behoed mij voor den man van geweld:
1Deliver me, O LORD , from the evil man: preserve me from the violent man;
2Die kwaad verzinnen in hun hart, Dag in, dag uit blijven twisten;
2Which imagine mischiefs in their heart; continually are they gathered together for war.
3Die scherpe tongen hebben als slangen, En adderengif op hun lippen.
3They have sharpened their tongues like a serpent; adders’ poison is under their lips. Selah.
4Bescherm mij, Jahweh, tegen de macht van den boze, Behoed mij voor den man van geweld, Die mij de voet trachten te lichten,
4Keep me, O LORD , from the hands of the wicked; preserve me from the violent man; who have purposed to overthrow my goings.
5Mij klemmen en strikken durven leggen, Netten spannen langs mijn weg, En een val voor mij zetten.
5The proud have hid a snare for me, and cords; they have spread a net by the wayside; they have set gins for me. Selah.
6Ik zeg tot Jahweh: Gij zijt mijn God, Hoor naar mijn smeken, o Jahweh!
6I said unto the LORD , Thou art my God: hear the voice of my supplications, O LORD .
7Jahweh, mijn Heer, Gij zijt mijn machtige Helper, Gij beschut mijn hoofd op de dag van de strijd.
7O GOD the Lord, the strength of my salvation, thou hast covered my head in the day of battle.
8Jahweh, laat de opzet der bozen niet slagen, Hun aanslag niet lukken.
8Grant not, O LORD , the desires of the wicked: further not his wicked device; lest they exalt themselves. Selah.
9Laat mijn belagers hun hoofd niet verheffen, Maar de vloek van hun eigen lippen ze treffen;
9As for the head of those that compass me about, let the mischief of their own lips cover them.
10Laat het vurige kolen op hen regenen, In kuilen hen vallen, waaruit ze niet opstaan.
10Let burning coals fall upon them: let them be cast into the fire; into deep pits, that they rise not up again.
11Moge de kwaadspreker geen voorspoed genieten op aarde, Maar onheil den geweldenaar meedogenloos vervolgen!
11Let not an evil speaker be established in the earth: evil shall hunt the violent man to overthrow him .
12Ik weet, dat Jahweh den ongelukkige recht zal verschaffen, En gerechtigheid aan de armen;
12I know that the LORD will maintain the cause of the afflicted, and the right of the poor.
13Dan zullen de vromen uw Naam verheerlijken, De deugdzamen voor uw aangezicht wonen!
13Surely the righteous shall give thanks unto thy name: the upright shall dwell in thy presence.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.