Psalmen 6
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
King James Version with Apocrypha
1Voor muziekbegeleiding: met harpen en bassen. Een psalm van David. Jahweh, straf mij niet in uw toorn, En tuchtig mij niet in uw gramschap.
1O LORD , rebuke me not in thine anger, neither chasten me in thy hot displeasure.
2Ontferm U, Jahweh, want ik verkwijn; Schenk mij genezing, o Jahweh. Want mijn beenderen rillen,
2Have mercy upon me, O LORD ; for I am weak: O LORD , heal me; for my bones are vexed.
3Mijn ziel is hevig ontsteld. Jahweh, hoe lang nog;
3My soul is also sore vexed: but thou, O LORD , how long?
4Jahweh, houd op! Spaar mijn leven, En kom mij te hulp om uw goedheid.
4Return, O LORD , deliver my soul: oh save me for thy mercies’ sake.
5Want in de dood denkt niemand aan U; Wie prijst U nog in het dodenrijk?
5For in death there is no remembrance of thee: in the grave who shall give thee thanks?
6Ik ben afgetobd Door mijn kreunen; Nacht aan nacht besproei ik mijn sponde, Bevochtig mijn kussen met tranen;
6I am weary with my groaning; all the night make I my bed to swim; I water my couch with my tears.
7Mijn oog is dof van verdriet, Mat van al die mij kwellen.
7Mine eye is consumed because of grief; it waxeth old because of all mine enemies.
8Booswichten, weg van mij, allen! Want Jahweh heeft mijn schreien gehoord,
8Depart from me, all ye workers of iniquity; for the LORD hath heard the voice of my weeping.
9Jahweh heeft naar mijn smeken geluisterd, Jahweh verhoort mijn gebed.
9The LORD hath heard my supplication; the LORD will receive my prayer.
10Al mijn vijanden zullen worden beschaamd en hevig ontstellen, Plotseling vluchten, met schande bedekt.
10Let all mine enemies be ashamed and sore vexed: let them return and be ashamed suddenly.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.