Psalmen
Chapter 140
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Louis Segond 1910
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Red mij, Jahweh, uit de macht van de bozen, Behoed mij voor den man van geweld:
1Au chef des chantres. Psaume de David.
2Die kwaad verzinnen in hun hart, Dag in, dag uit blijven twisten;
2Éternel, délivre-moi des hommes méchants! Préserve-moi des hommes violents,
3Die scherpe tongen hebben als slangen, En adderengif op hun lippen.
3Qui méditent de mauvais desseins dans leur cœur, Et sont toujours prêts à faire la guerre!
4Bescherm mij, Jahweh, tegen de macht van den boze, Behoed mij voor den man van geweld, Die mij de voet trachten te lichten,
4Ils aiguisent leur langue comme un serpent, Ils ont sous leurs lèvres un venin d’aspic. — Pause.
5Mij klemmen en strikken durven leggen, Netten spannen langs mijn weg, En een val voor mij zetten.
5Éternel, garantis-moi des mains du méchant! Préserve-moi des hommes violents, Qui méditent de me faire tomber!
6Ik zeg tot Jahweh: Gij zijt mijn God, Hoor naar mijn smeken, o Jahweh!
6Des orgueilleux me tendent un piège et des filets, Ils placent des rets le long du chemin, Ils me dressent des embûches. — Pause.
7Jahweh, mijn Heer, Gij zijt mijn machtige Helper, Gij beschut mijn hoofd op de dag van de strijd.
7Je dis à l’Éternel: Tu es mon Dieu! Éternel, prête l’oreille à la voix de mes supplications!
8Jahweh, laat de opzet der bozen niet slagen, Hun aanslag niet lukken.
8Éternel, Seigneur, force de mon salut! Tu couvres ma tête au jour du combat.
9Laat mijn belagers hun hoofd niet verheffen, Maar de vloek van hun eigen lippen ze treffen;
9Éternel, n’accomplis pas les désirs du méchant, Ne laisse pas réussir ses projets, de peur qu’il ne s’en glorifie! — Pause.
10Laat het vurige kolen op hen regenen, In kuilen hen vallen, waaruit ze niet opstaan.
10Que sur la tête de ceux qui m’environnent Retombe l’iniquité de leurs lèvres!
11Moge de kwaadspreker geen voorspoed genieten op aarde, Maar onheil den geweldenaar meedogenloos vervolgen!
11Que des charbons ardents soient jetés sur eux! Qu’il les précipite dans le feu, Dans des abîmes, d’où ils ne se relèvent plus!
12Ik weet, dat Jahweh den ongelukkige recht zal verschaffen, En gerechtigheid aan de armen;
12L’homme dont la langue est fausse ne s’affermit pas sur la terre; Et l’homme violent, le malheur l’entraîne à sa perte.
13Dan zullen de vromen uw Naam verheerlijken, De deugdzamen voor uw aangezicht wonen!
13Je sais que l’Éternel fait droit au misérable, Justice aux indigents.
no verse 14 in this text
14Oui, les justes célébreront ton nom, Les hommes droits habiteront devant ta face.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.