Psalmen 111
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Louis Segond 1910
1Halleluja! Ik wil Jahweh loven met heel mijn hart In de kring en de gemeente der vromen:
1Louez l’Éternel! Je louerai l’Éternel de tout mon cœur, Dans la réunion des hommes droits et dans l’assemblée.
2Groot zijn de werken van Jahweh, En door allen gezocht, die hun vreugd erin vinden.
2Les œuvres de l’Éternel sont grandes, Recherchées par tous ceux qui les aiment.
3Zijn daden stralen van glorie en luister, En zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand.
3Son œuvre n’est que splendeur et magnificence, Et sa justice subsiste à jamais.
4Door zijn wonderen heeft Hij het in de herinnering gegrift: “Genadig en barmhartig is Jahweh!”
4Il a laissé la mémoire de ses prodiges, L’Éternel miséricordieux et compatissant.
5Hij gaf voedsel aan hen, die Hem vreesden, En bleef zijn Verbond voor eeuwig indachtig;
5Il a donné de la nourriture à ceux qui le craignent; Il se souvient toujours de son alliance.
6Hij heeft zijn volk zijn machtige daden getoond, Door hun het erfdeel der heidenen te schenken.
6Il a manifesté à son peuple la puissance de ses œuvres, En lui livrant l’héritage des nations.
7Waarheid en recht zijn het werk zijner handen, Onveranderlijk al zijn geboden:
7Les œuvres de ses mains sont fidélité et justice; Toutes ses ordonnances sont véritables,
8Onwrikbaar voor altijd en eeuwig, Gedragen door trouw en door recht.
8Affermies pour l’éternité, Faites avec fidélité et droiture.
9Hij heeft zijn volk verlossing gebracht, Zijn Verbond voor eeuwig bekrachtigd; Heilig, ontzaglijk is zijn Naam!
9Il a envoyé la délivrance à son peuple, Il a établi pour toujours son alliance; Son nom est saint et redoutable.
10Het begin van de wijsheid is de vreze van Jahweh, En die haar beoefent, zal helder inzicht bekomen; Voor eeuwig zij Hij geprezen!
10La crainte de l’Éternel est le commencement de la sagesse; Tous ceux qui l’observent ont une raison saine. Sa gloire subsiste à jamais.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.