Psalmen
Chapter 102
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Clementine Vulgate…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Gebed van een ongelukkige, als de moed hem ontzinkt, en hij voor Jahweh zijn jammerklacht uitstort. Jahweh, hoor mijn gebed, Mijn jammerklacht dringe tot U door!
1Ipsi David. [Benedic, anima mea, Domino, et omnia quæ intra me sunt nomini sancto ejus.
2Verberg voor mij uw aanschijn niet, Wanneer het mij bang wordt; Luister naar mij, als ik roep, En verhoor mij toch snel!
2Benedic, anima mea, Domino, et noli oblivisci omnes retributiones ejus.
3Want als rook gaan mijn dagen voorbij; En mijn gebeente gloeit als een oven;
3Qui propitiatur omnibus iniquitatibus tuis; qui sanat omnes infirmitates tuas:
4Mijn hart is verdroogd en verdord als het gras, Want ik denk er niet aan, mijn brood nog te eten;
4qui redimit de interitu vitam tuam; qui coronat te in misericordia et miserationibus:
5En door mijn klagen en kermen, Kleeft mijn gebeente aan mijn vlees.
5qui replet in bonis desiderium tuum; renovabitur ut aquilæ juventus tua:
6Ik ben als een pelikaan der woestijn, En als een uil tussen puinen;
6faciens misericordias Dominus, et judicium omnibus injuriam patientibus.
7Ik kan niet meer slapen, en zit maar te klagen, Als een eenzame mus op het dak.
7Notas fecit vias suas Moysi; filiis Israël voluntates suas.
8Mijn vijanden houden niet op, mij te honen, En tegen mij te razen en te vloeken.
8Miserator et misericors Dominus: longanimis, et multum misericors.
9Ja, ik eet as als mijn brood, En met tranen meng ik mijn drank;
9Non in perpetuum irascetur, neque in æternum comminabitur.
10Want Gij hebt om uw gramschap en toorn Mij opgenomen en weggeslingerd!
10Non secundum peccata nostra fecit nobis, neque secundum iniquitates nostras retribuit nobis.
11Mijn dagen vlieden heen als een schaduw, Ik kwijn weg als het gras.
11Quoniam secundum altitudinem cæli a terra, corroboravit misericordiam suam super timentes se;
12Maar Gij, Jahweh, blijft eeuwig, En uw Naam van geslacht tot geslacht!
12quantum distat ortus ab occidente, longe fecit a nobis iniquitates nostras.
13Gij zult opstaan, en U over Sion ontfermen: Het is tijd, hem genadig te zijn; het uur is gekomen!
13Quomodo miseretur pater filiorum, misertus est Dominus timentibus se.
14Want uw dienaars hebben zijn stenen lief, En hebben deernis met zijn puinen.
14Quoniam ipse cognovit figmentum nostrum; recordatus est quoniam pulvis sumus.
15Dan zullen de heidenen de Naam van Jahweh vrezen, Alle vorsten der aarde uw majesteit:
15Homo, sicut fœnum dies ejus; tamquam flos agri, sic efflorebit:
16Omdat Jahweh Sion herbouwt, En Zich openbaart in zijn glorie;
16quoniam spiritus pertransibit in illo, et non subsistet, et non cognoscet amplius locum suum.
17Zich tot de bede der verlatenen neigt, En hun gebed niet versmaadt!
17Misericordia autem Domini ab æterno, et usque in æternum super timentes eum. Et justitia illius in filios filiorum,
18Men schrijve dit op voor een volgend geslacht, Opdat het volk, door Jahweh herschapen, Hem zal prijzen:
18his qui servant testamentum ejus, et memores sunt mandatorum ipsius ad faciendum ea.
19Als Jahweh weer neerziet Uit zijn heilige woning, En uit de hemel Weer neerblikt op aarde:
19Dominus in cælo paravit sedem suam, et regnum ipsius omnibus dominabitur.
20Om het gekerm der gevangenen te horen, Te verlossen, die ten dode zijn gewijd;
20Benedicite Domino, omnes angeli ejus: potentes virtute, facientes verbum illius, ad audiendam vocem sermonum ejus.
21En om Jahweh’s Naam in Sion te melden, In Jerusalem zijn lof,
21Benedicite Domino, omnes virtutes ejus; ministri ejus, qui facitis voluntatem ejus.
22Wanneer de volkeren zich verzamelen, En de koninkrijken, om Jahweh te dienen!
22Benedicite Domino, omnia opera ejus: in omni loco dominationis ejus, benedic, anima mea, Domino.]
23Wel heeft Hij midden op mijn weg mijn krachten gebroken, En mijn dagen verkort; maar toch blijf ik bidden:
no verse 23 in this text
24Mijn God, neem mij niet weg op de helft mijner dagen; Uw jaren duren van geslacht tot geslacht.
no verse 24 in this text
25In den beginne hebt Gij de aarde gegrond, En de hemelen zijn het werk uwer handen!
no verse 25 in this text
26Zij zullen vergaan, maar Gij blijft; Als een kleed zullen zij allen verslijten.
no verse 26 in this text
27Gij verwisselt ze als een mantel, zij zullen verdwijnen; Maar Gij blijft dezelfde, en uw jaren nemen geen einde.
no verse 27 in this text
28Zo blijven ook de zonen uwer dienaars bestaan, En hun kroost houdt stand voor uw aanschijn!
no verse 28 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.