Psalmen 57
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Clementine Vulgate, 1598
1Voor muziekbegeleiding: “verderf niet.” Een puntdicht van David, toen hij voor Saül in de spelonk vluchtte. Ontferm U mijner, o God; ontferm U mijner, Want ik neem mijn toevlucht tot U. In de schaduw uwer vleugelen zoek ik een schuilplaats, Totdat het onheil voorbij is. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
1In finem, ne disperdas. David in tituli inscriptionem.
2Ik roep tot God, den Allerhoogste, Tot God, zo goedertieren voor mij;
2[Si vere utique justitiam loquimini, recta judicate, filii hominum.
3Hij zendt mij hulp uit de hemel, en beschaamt mijn belager, God zendt mij zijn liefde en trouw. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
3Etenim in corde iniquitates operamini; in terra injustitias manus vestræ concinnant.
4Zo leg ik mij neer te midden van leeuwen, Van mensen met vlammende ogen, Wier tanden spitsen en pijlen zijn, Scherp is hun tong als een zwaard.
4Alienati sunt peccatores a vulva; erraverunt ab utero: locuti sunt falsa.
5Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
5Furor illis secundum similitudinem serpentis, sicut aspidis surdæ et obturantis aures suas,
6Ze spanden een net voor mijn voeten, Maar hun eigen voet werd er in verstrikt; Ze groeven mij kuilen, Zelf vielen zij er in. Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
6quæ non exaudiet vocem incantantium, et venefici incantantis sapienter.
7Mijn hart is gerust, o mijn God; mijn hart is gerust; Ik wil zingen en spelen.
7Deus conteret dentes eorum in ore ipsorum; molas leonum confringet Dominus.
8Word wakker mijn lofzang: harp en citer, ontwaak; Ik wil het morgenrood wekken! Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
8Ad nihilum devenient tamquam aqua decurrens; intendit arcum suum donec infirmentur.
9Ik wil U loven onder de volken, o Heer, U verheerlijken onder de naties;
9Sicut cera quæ fluit auferentur; supercecidit ignis, et non viderunt solem.
10Want uw goedheid reikt tot de hemel, En tot de wolken uw trouw!
10Priusquam intelligerent spinæ vestræ rhamnum, sicut viventes sic in ira absorbet eos.
11Verhef U boven de hemelen, o God; Uw glorie vervulle de aarde!
11Lætabitur justus cum viderit vindictam; manus suas lavabit in sanguine peccatoris.
no verse 12 in this text
12Et dicet homo: Si utique est fructus justo, utique est Deus judicans eos in terra.]
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.