Psalmen
Chapter 62
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Londona Biblio (Es…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Voor muziekbegeleiding; voor Jedoetoen. Een psalm van David. Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil;
1Nur al Dio esperas mia animo; De Li venas mia savo.
2Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!
2Nur Li estas mia fortikaĵo kaj mia savo, mia rifuĝejo; Mi ne tute renversiĝos.
3Hoe lang nog stormt gij op een ander los, En stoot hem met u allen omver Als een hellende wand, Of een vallende muur?
3Ĝis kiam vi insidos kontraŭ viro kaj ĉiuj vi penos faligi lin, Kiel kliniĝintan muron, kiel barilon kadukan?
4Ze leggen het op zijn ondergang aan, En liegen er op los, om hem in het ongeluk te storten; Ze zegenen wel met hun mond, Maar vervloeken met hun hart.
4Ili meditas nur pri tio, ke ili deĵetu lin de lia altaĵo; Plaĉas al ili malvero; Per la buŝo ili benas, kaj interne ili malbenas. Sela.
5Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil;
5Nur Dion fidu, mia animo; Ĉar Li estas mia espero.
6Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!
6Nur Li estas mia fortikaĵo kaj mia savo, mia rifuĝejo; Mi ne renversiĝos.
7Bij God is mijn heil en mijn eer, God is mijn sterkte en mijn stut.
7En Dio estas mia savo kaj mia honoro; Mia forta roko, mia ŝirmo estas en Dio.
8Blijf altijd op God vertrouwen, mijn volk, Stort uw hart voor Hem uit: onze toevlucht is God!
8Fidu Lin en ĉiu tempo, ho popolo; Elverŝu antaŭ Li vian koron: Dio estas nia defendo. Sela.
9Maar de mens is enkel een zucht, De kinderen der mensen een leugen; In de weegschaal gaan ze allen omhoog, Ze zijn lichter dan lucht. Vertrouw rustig op God, mijn ziel, Want van Hem komt mijn heil; Hij alleen is mijn rots en mijn redding, Mijn toevlucht: nooit zal ik wankelen!
9Nur vantaĵo estas la malaltranguloj, malveraĵo estas la altranguloj; Metitaj sur pesilon, ili ĉiuj estas malpli ol vantaĵo.
10Ook in afpersing stelt geen vertrouwen. Op diefstal geen ijdele hoop; En als de rijkdom vermeerdert, Hecht uw hart er niet aan.
10Ne fidu perfortaĵon, kaj rabitaĵon ne fidu vane; Kiam kreskos riĉeco, ne atentu ĝin per via koro.
11Eén woord heeft God gesproken, En deze twee heb ik gehoord: Bij God is de macht;
11Unu vorton diris Dio, Dufoje mi ĝin aŭdis, Ke la forto estas ĉe Dio.
12bij U de genade, o Heer! En: Gij vergeldt iedereen naar zijn werken!
12Kaj Vi, ho mia Sinjoro, havas favorkorecon; Ĉar Vi redonas al homo laŭ liaj faroj.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.