Psalmen 4
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Londona Biblio (Esperanto, 1910)
1Voor muziek begeleiding: met harpen. Een psalm van David. Verhoor mij, als ik roep, Mijn rechtvaardige God! Breng mij verlichting in mijn benauwdheid; Ontferm U mijner, en hoor mijn gebed.
1Kiam mi vokas, respondu al mi, justa mia Dio! En premo Vi liberigas min; Korfavoru min, kaj aŭskultu mian preĝon.
2Kinderen, hoe lang nog zwaarmoedig; Waarom ijdele verwachting, bedriegelijke hoop nagejaagd?
2Homidoj, ĝis kiam mia honoro estos malhonorata? Ĝis kiam vi amos vantaĵon kaj celos malveron? Sela.
3Beseft toch, dat Jahweh wonderen doet voor die Hem bemint, Dat Jahweh luistert, als ik Hem roep.
3Sciu do, ke la Eternulo apartigis la piulon por Si; La Eternulo aŭdas, kiam mi vokas al Li.
4Moogt gij al uit het veld zijn geslagen, zondigt niet; Op uw sponde pruilen, blijft zwijgen.
4Tremu, kaj ne peku; Meditu en viaj koroj, sur viaj kuŝejoj, kaj estu fortikanimaj. Sela.
5Brengt uw verschuldigde offers, En stelt uw vertrouwen op Jahweh.
5Oferdonu oferojn piajn, Kaj fidu la Eternulon.
6Velen zeggen: “Wie verleent ons geluk; Laat het licht van uw aanschijn over ons opgaan!”
6Multaj diradas: Kiu montros al ni bonon? Direktu sur nin la lumon de Via vizaĝo, ho Eternulo!
7Jahweh, Gij bereidt mijn hart groter vreugd, Dan hùn door overvloed van koren en most.
7Vi metis ĝojon en mian koron, pli ol dum ilia greno kaj ilia mosto plimultiĝas.
8In vrede leg ik mij neer, En aanstonds sluimer ik in; Want Gij alleen, Jahweh, Laat mij zonder zorgen rusten.
8Pace mi kuŝiĝas kaj tuj endormiĝas; Ĉar Vi, ho Eternulo, loĝigas min sola en sendanĝereco.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.