Psalmen 33
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Gij rechtvaardigen, heft Jahweh een jubelzang aan; De psalm is een lust voor de vromen!
1Псалом Давида, когда он притворился безумным пред Авимелехом и был изгнан от него и удалился.
2Looft Jahweh met citers, Bespeelt voor Hem de tiensnarige harp;
2Благословлю Господа во всякое время; хвала Ему непрестанно в устах моих.
3Stemt een nieuw lied voor Hem aan, Tokkelt de lieren, lustig en luid!
3Господом будет хвалиться душа моя; услышат кроткие и возвеселятся.
4Want Jahweh’s woord is waarachtig, Onveranderlijk al zijn daden.
4Величайте Господа со мною, и превознесем имя Его вместе.
5Gerechtigheid en recht heeft Hij lief; Van Jahweh’s goedheid is de aarde vol.
5Я взыскал Господа, и Он услышал меня, и от всех опасностей моих избавил меня.
6Door het woord van Jahweh zijn de hemelen gemaakt, Door de adem van zijn mond heel hun heir;
6Кто обращал взор к Нему, те просвещались, и лица их не постыдятся.
7Hij verzamelde het water der zee in een zak, Legde de oceanen in schuren op.
7Сей нищий воззвал, - и Господь услышал и спас его от всех бед его.
8Heel de aarde moet Jahweh vrezen, Al de bewoners der wereld Hem duchten.
8Ангел Господень ополчается вокруг боящихся Его и избавляет их.
9Want Hij sprak: en het was; Hij gebood: en het stond.
9Вкусите, и увидите, как благ Господь! Блажен человек, который уповает на Него!
10De raadslagen der volken gooit Jahweh omver, Hij verijdelt de plannen der naties;
10Бойтесь Господа, святые Его, ибо нет скудости у боящихся Его.
11Maar Jahweh’s raadsbesluit staat in eeuwigheid vast: Wat zijn hart heeft bedacht, van geslacht tot geslacht.
11Скимны бедствуют и терпят голод, а ищущие Господа не терпят нужды ни в каком благе.
12Gelukkig de natie, die Jahweh tot God heeft, Het volk, dat Hij Zich tot erfdeel verkoos!
12Придите, дети, послушайте меня: страху Господню научу вас.
13Jahweh ziet neer uit de hemel, Richt zijn blik op alle kinderen der mensen.
13Хочет ли человек жить и любит ли долгоденствие, чтобы видеть благо?
14Hij let van de plaats, waar Hij troont, Op alle bewoners der aarde:
14Удерживай язык свой от зла и уста свои от коварных слов.
15Hij, die aller hart heeft geschapen, En al hun daden doorgrondt.
15Уклоняйся от зла и делай добро; ищи мира и следуй за ним.
16Geen koning overwint door de macht van zijn heir, Geen held wordt gered door geweldige kracht;
16Очи Господни обращены на праведников, и уши Его - к воплю их.
17Ook het ros kan de zege niet schenken, Door zijn grote snelheid niet redden.
17Но лице Господне против делающих зло, чтобы истребить с земли память о них.
18Maar het oog van Jahweh rust op hen, die Hem vrezen, En die op zijn goedheid vertrouwen:
18Взывают праведные, и Господь слышит, и от всех скорбей их избавляет их.
19Om ze te redden van de dood, Ze in het leven te houden bij hongersnood.
19Близок Господь к сокрушенным сердцем и смиренных духом спасет.
20Onze ziel blijft opzien tot Jahweh: Hij is onze hulp en ons schild;
20Много скорбей у праведного, и от всех их избавит его Господь.
21In Hem verheugt zich ons hart, Wij vertrouwen op zijn heilige Naam.
21Он хранит все кости его; ни одна из них не сокрушится.
22Uw genade, o Jahweh, dale over ons neer, Naarmate wij op U blijven hopen!
22Убьет грешника зло, и ненавидящие праведного погибнут.
no verse 23 in this text
23Избавит Господь душу рабов Своих, и никто из уповающих на Него не погибнет.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.