Psalmen
Chapter 68
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Voor muziekbegeleiding van David. Een psalm; een lied. God staat op: zijn vijanden stuiven uiteen, Zijn haters vluchten voor Hem weg!
1Начальнику хора. На Шошанниме. Псалом Давида.
2Zoals rook spoorloos verdwijnt, En was wegsmelt in vuur, Zo vergaan de bozen Voor het aanschijn van God.
2Спаси меня, Боже, ибо воды дошли до души моей.
3Maar de rechtvaardigen mogen juichen en jubelen, Zich verheugen en verblijden in God!
3Я погряз в глубоком болоте, и не на чем стать; вошел во глубину вод, и быстрое течение их увлекает меня.
4Zingt God ter ere, en verheerlijkt zijn Naam, Jubelt voor Hem, die door de woestijn kwam gereden; Verheugt u in Jahweh, En juicht voor zijn aanschijn!
4Я изнемог от вопля, засохла гортань моя, истомились глаза мои от ожидания Бога моего.
5Hij is de Vader der wezen, de Beschermer der weduwen, Hij is God in zijn heilige tent;
5Ненавидящих меня без вины больше, нежели волос на голове моей; враги мои, преследующие меня несправедливо, усилились; чего я не отнимал, то должен отдать.
6God, die de eenzame zwervers naar huis geleidde, Maar de weerspannigen bleven in de wildernis achter!
6Боже! Ты знаешь безумие мое, и грехи мои не сокрыты от Тебя.
7Bij uw uittocht, o God, aan de spits van uw volk, En bij uw opmars door de woestijn:
7Да не постыдятся во мне все, надеющиеся на Тебя, Господи, Боже сил. Да не посрамятся во мне ищущие Тебя, Боже Израилев,
8Beefde de aarde, dropen de hemelen voor het aanschijn van God, Rilde de Sinaï voor het aanschijn van Jahweh, Israëls God!
8ибо ради Тебя несу я поношение, и бесчестием покрывают лице мое.
9Een regen van gaven hebt Gij uitgestort, o God, En toen uw erfdeel uitgeput was, hebt Gij het gesterkt;
9Чужим стал я для братьев моих и посторонним для сынов матери моей,
10Uw beesten lieten zich onder hen neer, De uitgehongerden hebt Gij, o God, in uw goedheid verkwikt.
10ибо ревность по доме Твоем снедает меня, и злословия злословящих Тебя падают на меня;
11Toen heeft de Heer zijn belofte vervuld, En een leger van vrouwen kwam het blijde verkonden:
11и плачу, постясь душею моею, и это ставят в поношение мне;
12Machtige koningen slaan met haast op de vlucht, En het schone geslacht verdeelt de buit!
12и возлагаю на себя вместо одежды вретище, и делаюсь для них притчею;
13Nu moogt gij gaan rusten in uw beemden: Zilverwit als de vleugels der duif, met goud overtrokken;
13о мне толкуют сидящие у ворот, и поют в песнях пьющие вино.
14Want de Almachtige heeft de koningen verstrooid, Zoals het sneeuwt op de Salmon!
14А я с молитвою моею к Тебе, Господи; во время благоугодное, Боже, по великой благости Твоей услышь меня в истине спасения Твоего;
15Bergen van Basjan, godengebergte met uw spitsen:
15извлеки меня из тины, чтобы не погрязнуть мне; да избавлюсь от ненавидящих меня и от глубоких вод;
16Bergen en toppen, waarom kijkt gij scheel Naar de berg, die God tot woonplaats verkoos, En waar Jahweh eeuwig zal wonen?
16да не увлечет меня стремление вод, да не поглотит меня пучина, да не затворит надо мною пропасть зева своего.
17Op de wagens van God: tienduizenden, duizend maal duizend, Trokt Gij van de Sinaï uw heiligdom binnen, o Heer;
17Услышь меня, Господи, ибо блага милость Твоя; по множеству щедрот Твоих призри на меня;
18Gij hebt de hoogte beklommen, De gevangenen meegevoerd, Van de mensen geschenken aanvaard, Van weerspannigen zelfs, voor de woonplaats van God!
18не скрывай лица Твоего от раба Твоего, ибо я скорблю; скоро услышь меня;
19Geloofd zij de Heer, die ons altijd beschermt, de God van ons heil;
19приблизься к душе моей, избавь ее; ради врагов моих спаси меня.
20Gij, die ons redt; Jahweh, die nog uitwegen kent van de dood;
20Ты знаешь поношение мое, стыд мой и посрамление мое: враги мои все пред Тобою.
21God, die de kop van zijn vijand verplettert, De harde schedel van hem, die in ongerechtigheid leeft!
21Поношение сокрушило сердце мое, и я изнемог, ждал сострадания, но нет его, утешителей, но не нахожу.
22De Heer heeft gezegd: Ik sleep ze uit Basjan, Haal ze naar boven uit de diepten der zee,
22И дали мне в пищу желчь, и в жажде моей напоили меня уксусом.
23Opdat gij in hun bloed met uw voeten kunt plassen, Ook de tong van uw honden haar deel van de vijanden krijgt!
23Да будет трапеза их сетью им, и мирное пиршество их - западнею;
24Ziet, daar nadert de feeststoet van God, De feeststoet naar het heiligdom van mijn God en mijn Koning!
24да помрачатся глаза их, чтоб им не видеть, и чресла их расслабь навсегда;
25Voorop gaan de zangers, de harpspelers volgen;
25излей на них ярость Твою, и пламень гнева Твоего да обымет их;
26In het midden de maagden met pauken: in koren loven ze God. Dan de heersers, uit Israëls bronnen ontsprongen:
26жилище их да будет пусто, и в шатрах их да не будет живущих,
27Benjamin de jongste vooraan, Met de vorsten van Juda in machtige drommen, En de vorsten van Zabulon en Neftali’s vorsten!
27ибо, кого Ты поразил, они еще преследуют, и страдания уязвленных Тобою умножают.
28Toon nu uw almacht, o God, die Gij ons hebt betuigd,
28Приложи беззаконие к беззаконию их, и да не войдут они в правду Твою;
29Van uw heiligdom uit voor Jerusalems heil! Laat koningen U geschenken brengen:
29да изгладятся они из книги живых и с праведниками да не напишутся.
30Jonge schapen, kudden stieren en kalveren uit Patros; Met staven van zilver en goud Als vrijwillige schatting der volken;
30А я беден и страдаю; помощь Твоя, Боже, да восставит меня.
31Laat Egypte zijn vette gaven brengen, Koesj zijn handen vullen voor God!
31Я буду славить имя Бога моего в песни, буду превозносить Его в славословии,
32Koninkrijken der aarde, zingt ter ere van God, En stemt een loflied aan voor den Heer:
32и будет это благоугоднее Господу, нежели вол, нежели телец с рогами и с копытами.
33Die de hoogste hemel der hemelen bestijgt, En met zijn stem de machtige donder doet rollen!
33Увидят это страждущие и возрадуются. И оживет сердце ваше, ищущие Бога,
34Geeft glorie aan Israëls God, Wiens macht en kracht in de wolken reikt!
34ибо Господь внемлет нищим и не пренебрегает узников Своих.
35Ontzaglijk is God in zijn heilige woning: Hij, Israëls God, Die kracht en sterkte geeft aan het volk: Gezegend zij God!
35Да восхвалят Его небеса и земля, моря и все движущееся в них;
no verse 36 in this text
36ибо спасет Бог Сион, создаст города Иудины, и поселятся там и наследуют его,
no verse 37 in this text
37и потомство рабов Его утвердится в нем, и любящие имя Его будут поселяться на нем.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.