Psalmen
Chapter 73
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Synodal Translatio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Psalm van Asaf. Waarachtig; God is goed voor den rechtvaardige, Jahweh voor de reinen van hart!
1Для чего, Боже, отринул нас навсегда? возгорелся гнев Твой на овец пажити Твоей?
2Toch waren haast mijn voeten gestruikeld, Mijn schreden bijna uitgegleden!
2Вспомни сонм Твой, который Ты стяжал издревле, искупил в жезл достояния Твоего, - эту гору Сион, на которой Ты веселился.
3Want ik was jaloers op de bozen, Omdat ik de voorspoed der zondaars zag;
3Подвигни стопы Твои к вековым развалинам: все разрушил враг во святилище.
4Voor hen toch bestaat er geen lijden, Gezond en vol kracht is hun lijf.
4Рыкают враги Твои среди собраний Твоих; поставили знаки свои вместо знамений наших;
5Ze hebben geen zorgen als andere mensen, Worden niet als anderen geplaagd;
5показывали себя подобными поднимающему вверх секиру на сплетшиеся ветви дерева;
6Daarom hangen ze hoogmoed om als een keten, Bedekt hen geweld als een mantel.
6и ныне все резьбы в нем в один раз разрушили секирами и бердышами;
7De misdaad puilt uit hun vet, Hun hart loopt over van slechte gedachten;
7предали огню святилище Твое; совсем осквернили жилище имени Твоего;
8Ze honen en lasteren, En dreigen op hoge toon met geweld.
8сказали в сердце своем: “разорим их совсем”,- и сожгли все места собраний Божиих на земле.
9Ze zetten een mond op tegen de hemel, En hun tong gaat zich tegen de aarde te buiten.
9Знамений наших мы не видим, нет уже пророка, и нет с нами, кто знал бы, доколе это будет.
10Daarom lopen de dwazen achter hen aan, En slurpen begerig hun woorden op.
10Доколе, Боже, будет поносить враг? вечно ли будет хулить противник имя Твое?
11Ze zeggen: “Hoe zou God er iets van weten, De Allerhoogste er kennis van hebben?”
11Для чего отклоняешь руку Твою и десницу Твою? Из среды недра Твоего порази их.
12Zie, zo gaat het de zondaars: Ze zijn altijd gelukkig, en hopen zich rijkdommen op!
12Боже, Царь мой от века, устрояющий спасение посреди земли!
13Heb ik dan mijn hart vergeefs in reinheid bewaard, En mijn handen in onschuld gewassen:
13Ты расторг силою Твоею море, Ты сокрушил головы змиев в воде;
14De ganse dag word ik geplaagd, Iedere morgen opnieuw geslagen!
14Ты сокрушил голову левиафана, отдал его в пищу людям пустыни;
15Dacht ik: Zo wil ik spreken! Dan brak ik de trouw van het geslacht uwer kinderen;
15Ты иссек источник и поток, Ты иссушил сильные реки.
16Maar als ik ging peinzen, om het te vatten, Dan bleef het een raadsel in mijn oog.
16Твой день и Твоя ночь: Ты уготовал светила и солнце;
17Totdat ik in Gods raadsbesluiten drong, En op hun einde ging letten:
17Ты установил все пределы земли, лето и зиму Ты учредил.
18Ja, Gij hebt ze op een glibberige bodem gezet, Ze gestort in hun eigen verderf!
18Вспомни же: враг поносит Господа, и люди безумные хулят имя Твое.
19Hoe zijn ze in een oogwenk vernietigd, Verdwenen, in verschrikkelijke rampen vergaan:
19Не предай зверям душу горлицы Твоей; собрания убогих Твоих не забудь навсегда.
20Heer, als een droom, die bij het ontwaken vervliegt, Wiens beeld we bij het opstaan verachten!
20Призри на завет Твой; ибо наполнились все мрачные места земли жилищами насилия.
21Als dus mijn hart nog verbitterd zou zijn, En mijn nieren bleven geprikkeld,
21Да не возвратится угнетенный посрамлен-ным; нищий и убогий да восхвалят имя Твое.
22Dan was ik een dwaas en een zot, Een stuk vee in uw oog.
22Восстань, Боже, защити дело Твое, вспомни вседневное поношение Твое от безумного;
23Want ik blijf altijd bij U, Gij houdt mij bij de rechterhand;
23не забудь крика врагов Твоих; шум восстающих против Тебя непрестанно поднимается.
24Gij leidt mij naar uw raadsbesluit, En herstelt mij in ere!
no verse 24 in this text
25Wat heb ik toch in de hemel; Ook op aarde verlang ik niets buiten U!
no verse 25 in this text
26Al bezwijken mijn vlees en mijn hart, God is voor eeuwig de Rots van mijn hart en mijn erfdeel.
no verse 26 in this text
27Maar die U verlaten, gaan zeker te gronde, Gij vernietigt wie van U afvalt;
no verse 27 in this text
28Doch mij is het goed, in Gods nabijheid te blijven, En mijn vertrouwen te stellen op Jahweh, mijn Heer!
no verse 28 in this text

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.