Psalmen 7
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Een klaaglied van David, dat hij Jahweh toezong naar aanleiding van Koesj, den Benjamiet. Jahweh, mijn God, tot U neem ik mijn toevlucht; Help mij, en verlos mij van al mijn vervolgers,
1Плачевная песнь, которую Давид воспел Господу по делу Хуса, из племени Вениаминова.
2Opdat ze mij niet als leeuwen verscheuren, En wegslepen, reddeloos verloren.
2Господи, Боже мой! на Тебя я уповаю; спаси меня от всех гонителей моих и избавь меня;
3Jahweh, mijn God, als ik dat zelf heb gedaan, Als er onrecht kleeft aan mijn handen,
3да не исторгнет он, подобно льву, души моей, терзая, когда нет избавляющего.
4Als ik kwaad heb vergolden hem, die het mij aandeed, Heb uitgeplunderd, die mij zonder reden bestreed:
4Господи, Боже мой! если я что сделал, если есть неправда в руках моих,
5Laat dan de vijand mij achtervolgen, Totdat hij me grijpt; Mijn leven op de grond vertrappen, Mijn eer vergooien in het slijk.
5если я платил злом тому, кто был со мною в мире, - я, который спасал даже того, кто без причины стал моим врагом, -
6Maar nu, o Jahweh, sta op in uw toorn, Verhef U tegen mijn grimmigen vijand; Waak op tot het oordeel, dat Gij zelf hebt gewild,
6то пусть враг преследует душу мою и настигнет, пусть втопчет в землю жизнь мою, и славу мою повергнет в прах.
7Laat de scharen der volken U omringen! Span de vierschaar over haar in den hoge,
7Восстань, Господи, во гневе Твоем; подвигнись против неистовства врагов моих, пробудись для меня на суд, который Ты заповедал, -
8Als rechter der volken, o Jahweh; Doe mij recht, Jahweh, naar mijn gerechtigheid En naar de onschuld mijns harten.
8сонм людей станет вокруг Тебя; над ним поднимись на высоту.
9Maak een einde aan de boosheid der zondaars, Maar laat de rechtvaardige blijven bestaan! Gij zijt het, die harten en nieren doorgrondt, Rechtvaardige God!
9Господь судит народы. Суди меня, Господи, по правде моей и по непорочности моей во мне.
10Het is God, die mijn schild draagt, Die redt de oprechten van hart;
10Да прекратится злоба нечестивых, а праведника подкрепи, ибо Ты испытуешь сердца и утробы, праведный Боже!
11Maar ook een rechtvaardig rechter is God, Een God, wiens gramschap voortdurend blijft dreigen.
11Щит мой в Боге, спасающем правых сердцем.
12Bekeert men zich niet, dan scherpt Hij zijn zwaard, Dan spant en richt Hij zijn boog,
12Бог - судия праведный, и Бог - всякий день строго взыскивающий,
13Houdt moordende wapens gereed, Maakt zijn pijlen als brandende schichten.
13если кто не обращается. Он изощряет Свой меч, напрягает лук Свой и направляет его,
14Ziet, die met valsheid bevrucht is en zwanger van onheil, Baart enkel ontgoocheling;
14приготовляет для него сосуды смерти, стрелы Свои делает палящими.
15Die een put graaft en uitdiept, Valt in de kuil, die hij delft.
15Вот, нечестивый зачал неправду, был чреват злобою и родил себе ложь;
16Zo keert zijn onrecht op zijn eigen hoofd terug, Valt op eigen schedel zijn misdaad!
16рыл ров, и выкопал его, и упал в яму, которую приготовил:
17Dan zal ik Jahweh om zijn gerechtigheid prijzen, De naam van Jahweh, den Allerhoogste, bezingen!
17злоба его обратится на его голову, и злодейство его упадет на его темя.
no verse 18 in this text
18Славлю Господа по правде Его и пою имени Господа Всевышнего.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.