Psalmen
Chapter 7
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Diodati Bibbia 1885
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Een klaaglied van David, dat hij Jahweh toezong naar aanleiding van Koesj, den Benjamiet. Jahweh, mijn God, tot U neem ik mijn toevlucht; Help mij, en verlos mij van al mijn vervolgers,
1SIGNORE Iddio mio, io mi confido in te; Salvami da tutti quelli che mi perseguitano, e riscuotimi;
2Opdat ze mij niet als leeuwen verscheuren, En wegslepen, reddeloos verloren.
2Che talora il mio nemico non rapisca l'anima mia come un leone; E non la laceri, senza che vi sia alcuno che mi riscuota.
3Jahweh, mijn God, als ik dat zelf heb gedaan, Als er onrecht kleeft aan mijn handen,
3Signore Iddio mio, se ho fatto questo, Se vi è perversità nelle mie mani;
4Als ik kwaad heb vergolden hem, die het mij aandeed, Heb uitgeplunderd, die mij zonder reden bestreed:
4Se ho renduto mal per bene a chi viveva in pace meco ( Io , che ho riscosso colui che mi era nemico senza cagione),
5Laat dan de vijand mij achtervolgen, Totdat hij me grijpt; Mijn leven op de grond vertrappen, Mijn eer vergooien in het slijk.
5Perseguiti pure il nemico l'anima mia, e l 'aggiunga, E calpesti la vita mia, mettendola per terra; E stanzi la mia gloria nella polvere. (Sela.)
6Maar nu, o Jahweh, sta op in uw toorn, Verhef U tegen mijn grimmigen vijand; Waak op tot het oordeel, dat Gij zelf hebt gewild,
6Levati, Signore, nell'ira tua; Innalzati contro a' furori de' miei nemici, E destati in mio favore; tu hai ordinato il giudicio.
7Laat de scharen der volken U omringen! Span de vierschaar over haar in den hoge,
7E circonditi la raunanza de' popoli; E torna poi in luogo elevato di sopra ad essa.
8Als rechter der volken, o Jahweh; Doe mij recht, Jahweh, naar mijn gerechtigheid En naar de onschuld mijns harten.
8Il Signore giudicherà i popoli; Signore, giudicami; Giudica di me secondo la mia giustizia, e la mia integrità.
9Maak een einde aan de boosheid der zondaars, Maar laat de rechtvaardige blijven bestaan! Gij zijt het, die harten en nieren doorgrondt, Rechtvaardige God!
9Deh! venga meno la malvagità de' malvagi, E stabilisci l' uomo giusto; Conciossiachè tu sii l'Iddio giusto, che provi i cuori e le reni.
10Het is God, die mijn schild draagt, Die redt de oprechten van hart;
10Il mio scudo è in Dio, Che salva quelli che son diritti di cuore.
11Maar ook een rechtvaardig rechter is God, Een God, wiens gramschap voortdurend blijft dreigen.
11Iddio è giusto giudice, E un Dio che si adira ogni giorno.
12Bekeert men zich niet, dan scherpt Hij zijn zwaard, Dan spant en richt Hij zijn boog,
12Se il mio nemico non si converte, egli aguzzerà la sua spada; Già ha teso l'arco suo, e l'ha preparato.
13Houdt moordende wapens gereed, Maakt zijn pijlen als brandende schichten.
13Egli ha apparecchiate arme mortali; Egli adopererà le sue saette contro agli ardenti persecutori.
14Ziet, die met valsheid bevrucht is en zwanger van onheil, Baart enkel ontgoocheling;
14Ecco, il mio nemico partorisce iniquità; Egli ha conceputo affanno, e partorirà inganno.
15Die een put graaft en uitdiept, Valt in de kuil, die hij delft.
15Egli ha cavata una fossa, e l'ha affondata; Ma egli stesso è caduto nella fossa ch'egli ha fatta.
16Zo keert zijn onrecht op zijn eigen hoofd terug, Valt op eigen schedel zijn misdaad!
16Il travaglio ch'egli dà altrui gli ritornerà sopra la testa, E la sua violenza gli scenderà sopra la sommità del capo.
17Dan zal ik Jahweh om zijn gerechtigheid prijzen, De naam van Jahweh, den Allerhoogste, bezingen!
17Io loderò il Signore, secondo la sua giustizia; E salmeggerò il Nome del Signore Altissimo.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.