Psalmen
Chapter 80
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Diodati Bibbia 1885
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Voor muziekbegeleiding; op de wijze: “Leliën der Wet.” Een psalm van Asaf. Herder van Israël, ach, wil toch horen: Gij, die Josef leidt als een kudde; Die troont op de Cherubs, laat stralen uw licht
1O PASTORE d'Israele, che guidi Giuseppe come una greggia, Porgi gli orecchi; Tu che siedi sopra i Cherubini, Apparisci in gloria.
2Over Efraïm, Benjamin en Manasse; Doe uw kracht weer ontwaken, En kom ons te hulp!
2Eccita la tua potenza davanti ad Efraim, ed a Beniamino, ed a Manasse; E vieni a nostra salute.
3O God, richt ons weer op; Laat uw aanschijn lichten, dat we worden gered!
3O Dio, ristoraci; E fa' risplendere il tuo volto, e noi saremo salvati.
4God der heirscharen, Jahweh, Hoelang nog blijft Gij vergramd ondanks het gebed van uw volk!
4O Signore Iddio degli eserciti, Infino a quando fumerai tu contro all'orazione del tuo popolo?
5Hoelang nog laat Gij ons tranenbrood eten, En tranen drinken bij stromen;
5Tu li hai cibati di pan di pianto, E li hai abbeverati di lagrime a larga misura.
6Maakt Gij ons tot twistappel voor onze buren, En zal onze vijand de spot met ons drijven?
6Tu ci hai posti in contesa co' nostri vicini; E i nostri nemici si fanno beffe di noi .
7God der heirscharen, richt ons weer op; Laat uw aanschijn lichten, dat we worden gered!
7O Dio degli eserciti, ristoraci; E fa' risplendere il tuo volto, e noi saremo salvati.
8Een wijnstok hebt Gij uit Egypte overgebracht, Volkeren uitgetrokken, om hem te planten;
8Tu avevi trasportata di Egitto una vigna; Tu avevi cacciate le nazioni, e l'avevi piantata.
9Gij hebt hem plaats gemaakt, zodat hij wortel kon schieten, En het hele land kon begroeien.
9Tu avevi sgomberato davanti a lei il suo luogo ; Ed avevi fatto ch'ella aveva messe radici, ed aveva empiuta la terra.
10Zijn lommer bedekte de bergen, Zijn ranken Gods ceders;
10I monti erano coperti della sua ombra, E i suoi tralci erano come cedri altissimi.
11Hij strekte zijn takken uit tot de Zee, Zijn loten naar de Rivier.
11Aveva gettati i suoi rami infino al mare, E i suoi rampolli infino al fiume.
12Maar waarom hebt Gij dan zijn omheining vernield, Zodat iedereen, die voorbij gaat, hem leeg plukt,
12Perchè hai tu rotte le sue chiusure, Sì che tutti i passanti l'han vendemmiata?
13Het everzwijn uit het woud hem ontwortelt, Het veldgedierte hem kaal vreet?
13I cinghiali l'hanno guastata, E le fiere della campagna l'hanno pascolata.
14Jahweh der heirscharen, ach, keer toch terug, Blik neer uit de hemel, zie toe; Zoek deze wijnstok weer op,
14O Dio degli eserciti, rivolgiti, ti prego; Riguarda dal cielo, e vedi, e visita questa vigna.
15De stek, die uw rechterhand heeft geplant!
15E le piante che la tua destra aveva piantate, E le propaggini che tu ti avevi fortificate.
16Laat, die hem als vuilnis verbranden, Vergaan voor uw dreigende blik!
16Quella è arsa col fuoco, ella è ricisa fino dal piè; Quelle periscono per lo sgridar della tua faccia.
17Maar laat uw hand op de man blijven rusten, Uw rechter op het mensenkind, dat Gij groot hebt gebracht;
17Sia la tua mano sopra l'uomo della tua destra, Sopra il figliuol dell'uomo che tu ti avevi fortificato.
18Laat ons toch nimmermeer van U wijken, Maar doe ons weer leven, en wij eren uw Naam!
18E noi non ci trarremo indietro da te; Mantienci in vita, e noi invocheremo il tuo Nome.
19God der heirscharen, Jahweh, richt ons weer op; Laat uw aanschijn lichten, dat we worden gered!
19O Signore Iddio degli eserciti, ristoraci; Fa' risplendere il tuo volto, e noi saremo salvati.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.