Psalmen 82
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Een lied van Asaf. God staat op in de goddelijke raad, Houdt gericht te midden der goden!
1IDDIO è presente nella raunanza di Dio; Egli giudica nel mezzo degl'iddii.
2Hoelang nog zult gij onrechtvaardige vonnissen vellen, En voor de bozen partij blijven trekken?
2Infino a quando giudicherete voi ingiustamente, Ed avrete riguardo alla qualità delle persone degli empi? (Sela.)
3Neemt het op voor zwakken en wezen, Geef den geringe en verdrukte zijn recht:
3Fate ragione al misero ed all'orfano; Fate diritto all'afflitto ed al povero.
4Redt den behoeftige en arme, En rukt ze uit de handen der bozen!
4Liberate il misero ed il bisognoso; Riscotete lo dalla mano degli empi.
5Maar ze hebben verstand noch begrip; ze tasten in duisternis rond, En brengen alle grondslagen der aarde aan het wankelen!
5Essi non hanno alcun conoscimento, nè senno; Camminano in tenebre; Tutti i fondamenti della terra sono smossi.
6Ik had gezegd: Gij zijt goden, Zonen van den Allerhoogste, gij allen;
6Io ho detto: Voi siete dii; E tutti siete figliuoli dell'Altissimo.
7Maar gij zult sterven als mensen, En als een der afgoden vallen!
7Tuttavolta voi morrete come un altro uomo, E caderete come qualunque altro de' principi.
8Sta op, o God, en richt de aarde; Want alle volkeren behoren U toe!
8Levati, o Dio, giudica la terra; Perciocchè tu devi essere il possessore di tutte le genti.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.