Psalmen 113
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Halleluja! Looft, dienaars van Jahweh, Looft Jahweh’s Naam!
1ALLELUIA. Lodate, servitori del Signore, Lodate il Nome del Signore.
2Gezegend zij de Naam van Jahweh Van nu af tot in eeuwigheid;
2Sia benedetto il nome del Signore, Da ora in eterno.
3Van de opgang tot de ondergang der zon Zij de Naam van Jahweh geprezen!
3Il nome del Signore è lodato Dal sol levante, infino al ponente.
4Hoog boven alle volkeren is Jahweh verheven, Hoog boven de hemelen zijn glorie!
4Il Signore è eccelso sopra tutte le nazioni, La sua gloria è sopra i cieli.
5Wie is Jahweh gelijk, onzen God: Die troont in de hoogte,
5Chi è simile al Signore Iddio nostro, Il quale abita ne' luoghi altissimi?
6En schouwt in de diepte, In hemel en aarde?
6Che riguarda abbasso In cielo ed in terra;
7Den geringe verheft Hij uit het stof, Den arme beurt Hij uit het slijk:
7Che rileva il misero dalla polvere, Ed innalza il povero dallo sterco;
8Om hem een plaats bij de vorsten te geven, Bij de vorsten van zijn volk;
8Per farlo sedere co' principi, Co' principi del suo popolo;
9En de onvruchtbare herstelt Hij in ere, Als een blijde moeder van zonen!
9Che fa abitare in famiglia la donna sterile, Facendola diventar lieta madre di figliuoli? Alleluia.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.