Psalmen 113
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Smith–Van Dyck Arabic Bible (فان دايك)
1Halleluja! Looft, dienaars van Jahweh, Looft Jahweh’s Naam!
1هَلِّلُويَا. سَبِّحُوا يَا عَبِيدَ ٱلرَّبِّ. سَبِّحُوا ٱسْمَ ٱلرَّبِّ.
2Gezegend zij de Naam van Jahweh Van nu af tot in eeuwigheid;
2لِيَكُنِ ٱسْمُ ٱلرَّبِّ مُبَارَكًا مِنَ ٱلْآنَ وَإِلَى ٱلْأَبَدِ.
3Van de opgang tot de ondergang der zon Zij de Naam van Jahweh geprezen!
3مِنْ مَشْرِقِ ٱلشَّمْسِ إِلَى مَغْرِبِهَا ٱسْمُ ٱلرَّبِّ مُسَبَّحٌ.
4Hoog boven alle volkeren is Jahweh verheven, Hoog boven de hemelen zijn glorie!
4ٱلرَّبُّ عَالٍ فَوْقَ كُلِّ ٱلْأُمَمِ. فَوْقَ ٱلسَّمَاوَاتِ مَجْدُهُ.
5Wie is Jahweh gelijk, onzen God: Die troont in de hoogte,
5مَنْ مِثْلُ ٱلرَّبِّ إِلَهِنَا ٱلسَّاكِنِ فِي ٱلْأَعَالِي؟
6En schouwt in de diepte, In hemel en aarde?
6ٱلنَّاظِرِ ٱلْأَسَافِلَ فِي ٱلسَّمَاوَاتِ وَفِي ٱلْأَرْضِ،
7Den geringe verheft Hij uit het stof, Den arme beurt Hij uit het slijk:
7ٱلْمُقِيمِ ٱلْمِسْكِينَ مِنَ ٱلتُّرَابِ، ٱلرَّافِعِ ٱلْبَائِسَ مِنَ ٱلْمَزْبَلَةِ
8Om hem een plaats bij de vorsten te geven, Bij de vorsten van zijn volk;
8لِيُجْلِسَهُ مَعَ أَشْرَافٍ، مَعَ أَشْرَافِ شَعْبِهِ.
9En de onvruchtbare herstelt Hij in ere, Als een blijde moeder van zonen!
9ٱلْمُسْكِنِ ٱلْعَاقِرَ فِي بَيْتٍ، أُمَّ أَوْلَادٍ فَرْحَانَةً. هَلِّلُويَا.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.