Psalmen 48
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Een lied; een psalm van de zonen van Kore. Groot is Jahweh, hoog geprezen In de stad van onzen God!
1IL Signore è grande, e molto glorioso Nella Città dell'Iddio nostro, nel monte della sua santità.
2Lieflijk verheft zich zijn heilige berg, Voor heel de aarde een vreugde. De Sionsberg is de Spits van het Noorden, De stad van een machtigen Koning;
2Il monte di Sion, il fondo verso il Settentrione, La Città del gran Re È in bella contrada, è la gioia di tutta la terra.
3God woont in haar burchten, En toont zich een veilige schuts.
3Iddio è riconosciuto ne' palazzi di essa, per alta fortezza.
4Want zie, de koningen hadden zich met elkander verbonden, En rukten gezamenlijk aan;
4Perciocchè ecco, i re si erano adunati, Ed erano tutti insieme passati oltre.
5Maar toen ze haar zagen, stonden ze stom van ontzetting, En stoven verschrokken uiteen.
5Come prima la videro, furono attoniti, Si smarrirono, si affrettarono a fuggire .
6Vreselijke angst greep hen aan, En wee als een barende vrouw:
6Tremore li colse quivi; Doglia, come di donna che partorisce.
7Ineens als een storm uit het oosten, Die de Tarsjisj-schepen vernielt.
7Furono rotti come per lo vento orientale Che rompe le navi di Tarsis.
8Wat we vroeger hadden gehoord, Hebben we nu ook gezien: Jahweh der heirscharen woont in de stad, Onze God woont in de stad, en laat haar eeuwig bestaan!
8Come avevamo udito, così abbiam veduto, Nella Città del Signor degli eserciti, Nella Città dell'Iddio nostro; Iddio la stabilirà in perpetuo. (Sela.)
9Wij gedenken uw goedheid, o God, Binnen uw tempel.
9O Dio, noi abbiamo, chetamente aspettata la tua benignità Dentro al tuo Tempio.
10Uw lof, o God, reikt als uw Naam Tot aan de grenzen der aarde. Vol gerechtigheid is uw rechterhand,
10O Dio, quale è il tuo Nome, Tale è la tua lode, infino all'estremità della terra; La tua destra è piena di giustizia.
11Sions berg is er over verheugd; En Juda’s dochteren juichen van vreugde, O Jahweh, om uw gericht.
11Il monte di Sion si rallegrerà, Le figliuole di Giuda festeggeranno, per li tuoi giudicii.
12Trekt rond de Sion, loopt er omheen: Telt zijn torens,
12Circuite Sion, e andate attorno a lei, Contate le sue torri.
13Let op zijn wallen Ziet naar zijn burchten; Om aan een volgend geslacht te vertellen,
13Ponete mente alle bastie, Mirate l'altezza de' suoi palazzi; Acciocchè lo raccontiate all'età a venire.
14Dat God hier woont, Dat onze God ons leidt Voor eeuwig en immer!
14Perciocchè questo Dio è il nostro Dio in sempiterno; Egli ci giuderà infino alla morte.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.