Psalmen 143
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Diodati Bibbia 1885
1Een psalm van David. Jahweh, hoor mijn gebed, En geef acht op mijn smeken. Verhoor mij om uw trouw En om uw barmhartigheid;
1SIGNORE, ascolta la mia orazione, Porgi l'orecchio alle mie supplicazioni; Per la tua verità, e per la tua giustizia, rispondimi.
2Treed niet in het gericht met uw dienstknecht, Want geen levende is voor úw aanschijn rechtvaardig.
2E non venire a giudicio col tuo servitore; Perciocchè niun vivente sarà trovato giusto nel tuo cospetto.
3Zie, de vijand vervolgt mij, En trapt mijn leven tegen de grond; Hij maakt het nacht om mij heen, Als voor hen, die al lang zijn gestorven.
3Perciocchè il nemico perseguita l'anima mia; Egli ha fiaccata, ed atterrata la mia vita; Egli mi fa giacere in luoghi tenebrosi, Come quelli che son morti già da lungo tempo.
4Zo hangt er een floers voor mijn geest, En mijn hart is ontsteld in mijn borst.
4E lo spirito mio spasima in me; Il mio cuore è tutto smarrito dentro di me.
5Ik denk terug aan de vroegere dagen, Overweeg wat Gij deedt; Ik peins over het werk uwer handen,
5Io mi rammemoro i giorni antichi; Io medito tutti i tuoi fatti; Io ragiono delle opere delle tue mani.
6En strek mijn handen naar U uit; Naar U smacht mijn ziel Als een dorstende bodem.
6Io spiego a te le mie mani; L'anima mia è intenta a te, come terra asciutta. (Sela.)
7Verhoor mij toch spoedig, o Jahweh, Want mijn geest gaat bezwijken. Verberg mij uw aangezicht niet, Anders word ik als die in het graf zijn gezonken;
7Affrettati a rispondermi, Signore; Lo spirito mio vien meno; Non nasconder da me la tua faccia, Sì che io sia renduto simile a quelli che scendono nella fossa.
8Laat mij spoedig uw goedertierenheid smaken, Want op U blijf ik hopen! Toon mij de weg, die ik volgen moet, Want tot U verhef ik mijn geest.
8Fammi sentir la mattina la tua benignità, Perciocchè io mi confido in te; Fammi conoscer la via per la quale ho da camminare, Perciocchè io levo l'anima mia a te.
9Verlos mij van mijn vijanden, Jahweh, Want ik neem mijn toevlucht tot U.
9Signore, riscuotimi da' miei nemici; Io mi riduco a te per nascondermi.
10Leer mij, uw wil te volbrengen, want Gij zijt mijn God; En uw goede geest leide mij op het veilige pad!
10Insegnami a far la tua volontà; Perciocchè tu sei il mio Dio; Il tuo buono Spirito mi giudi nella terra della dirittura.
11Jahweh, terwille van uw Naam, Laat mij leven door uw genade, En verlos mijn ziel uit de nood;
11O Signore, vivificami, per amor del tuo Nome; Tira fuor di distretta l'anima mia, per la tua giustizia.
12Maar verniel in uw goedheid mijn vijand, En vernietig al mijn verdrukkers: Want ik ben uw dienstknecht!
12E per la tua benignità, distruggi i miei nemici, E fa' perir tutti quelli che affliggono l'anima mia; Perciocchè io son tuo servitore.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.