Psalmen 82
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Daničić–Karadžić Bible (1868), Cyrillic
1Een lied van Asaf. God staat op in de goddelijke raad, Houdt gericht te midden der goden!
1Бог стаде на сабору Божијем, усред богова изрече суд:
2Hoelang nog zult gij onrechtvaardige vonnissen vellen, En voor de bozen partij blijven trekken?
2„Докле ћете судити неправо, и безбожницима гледати ко је ко?
3Neemt het op voor zwakken en wezen, Geef den geringe en verdrukte zijn recht:
3Судите убогоме и сироти, оног кога гоне и ништега правдајте.
4Redt den behoeftige en arme, En rukt ze uit de handen der bozen!
4Избављајте убогога и ништега, из руке безбожничке отимајте.
5Maar ze hebben verstand noch begrip; ze tasten in duisternis rond, En brengen alle grondslagen der aarde aan het wankelen!
5Не познаше, нити разумеше, ходе по тами; задрмаше се земљи сви темељи.
6Ik had gezegd: Gij zijt goden, Zonen van den Allerhoogste, gij allen;
6Рекох: Богови сте, и синови Вишњег сви.
7Maar gij zult sterven als mensen, En als een der afgoden vallen!
7Али ћете као људи помрети, и као сваки кнез пашћете.”
8Sta op, o God, en richt de aarde; Want alle volkeren behoren U toe!
8Устани, Боже, суди земљи; јер су Твоји по наследству сви народи.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.