Psalmen 112
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Synodal Translation (Синодальный перевод)
1Halleluja! Heil den man, die Jahweh vreest, En zijn geboden van harte bemint:
1Хвалите, рабы Господни, хвалите имя Господне.
2Zijn kroost zal machtig op aarde zijn, Het geslacht der vromen zal worden gezegend.
2Да будет имя Господне благословенно отныне и вовек.
3Welvaart en rijkdom bewonen zijn huis, En zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand;
3От восхода солнца до запада да будет прославляемо имя Господне.
4De vromen gaat een licht in de duisternis op, Hem, die genadig, barmhartig en rechtvaardig zal zijn.
4Высок над всеми народами Господь; над небесами слава Его.
5Heil den man, die weggeeft en leent, En zijn zaken beheert volgens recht;
5Кто, как Господь, Бог наш, Который, обитая на высоте,
6Want in eeuwigheid zal de rechtvaardige niet wankelen, En hij blijft in de herinnering voor eeuwig.
6приклоняется, чтобы призирать на небо и на землю;
7Voor kwade geruchten is hij niet bang; Zijn hart blijft rotsvast op Jahweh vertrouwen,
7из праха поднимает бедного, из брения возвышает нищего,
8Onverstoorbaar, onbevreesd, Totdat hij op zijn vijanden neerziet.
8чтобы посадить его с князьями, с князьями народа его;
9Milddadig deelt hij aan de armen uit: Zijn gerechtigheid houdt in eeuwigheid stand, En zijn hoorn verheft zich in ere.
9неплодную вселяет в дом матерью, радующеюся о детях? Аллилуия!
10De boze ziet het vol afgunst, En knarsetandend gaat hij te gronde: Nooit wordt de wens der bozen vervuld!
no verse 10 in this text
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.