Psalmen
Chapter 44
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Freedom Bible (フリー…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Voor muziekbegeleiding. Van de zonen van Kore; een leerdicht. O God, wij hebben het met eigen oren gehoord, Onze vaderen hebben het ons verteld, Wat Gij gedaan hebt in hun dagen, Met eigen hand in vroeger tijd.
1神よ、私たちはこの耳で聞いた。 父祖たちは、あなたが彼らの時代に行われた御業を、 昔の時代の御業を、私たちに語り伝えた。
2Naties hebt Gij uitgeroeid om hèn te planten, Volkeren geveld, om hèn te doen groeien.
2あなたは御手によって国々を追い出し、 父祖たちをそこに植え付けられた。 諸国の民を苦しめ、 父祖たちを広く住まわせられた。
3Neen, niet met hun zwaard namen zij bezit van het Land, Niet hun arm bracht hun zege: Maar het was uw rechterhand en uw arm En het licht van uw aanschijn, omdat Gij ze lief hadt.
3彼らが地を所有したのは、自分の剣によるのではない。 彼ら自身の腕が彼らを救ったのでもない。 あなたの右の手と腕、御顔の光によるものであった。 あなたが彼らに好意を示されたからだ。
4Gij waart het, mijn Koning en God, Die Jakob de zege verleende;
4神よ、あなたは私の王である。 ヤコブのために勝利を命じてください。
5Met úw hulp sloegen wij onze vijanden neer, Door úw Naam trapten wij onze haters tegen de grond;
5あなたによって、私たちは敵対する者たちを押し倒す。 あなたの御名によって、立ち向かう者たちを踏みにじる。
6Neen, ik heb niet vertrouwd op mijn boog, En mijn zwaard kon de zege niet schenken.
6私は自分の弓に信頼しない。 私の剣も私を救わない。
7Maar Gij hebt ons van onze verdrukkers verlost, En onze haters te schande gemaakt;
7しかし、あなたは私たちを敵対する者たちから救い、 私たちを憎む者たちを恥じ入らせてくださった。
8In God mochten we steeds blijven roemen, En uw Naam in eeuwigheid prijzen!
8私たちは一日中、神を誇りとしていた。 とこしえに、あなたの御名に感謝をささげる。 セラ。
9Maar nú hebt Gij ons verstoten, ons te schande gemaakt, En trekt niet meer met onze heirscharen op;
9しかし今、あなたは私たちを退け、不名誉に陥れ、 私たちの軍勢と共に出て行かれない。
10Gij laat ons vluchten voor onze verdrukkers, En onze haters roven ons leeg!
10あなたは私たちを敵の前から退かせ、 私たちを憎む者たちは思うままに略奪する。
11Gij levert ons als slachtvee uit, En verstrooit ons onder de naties;
11あなたは私たちを食べ物にされる羊のようにし、 国々の間に散らされた。
12Verkoopt uw volk voor een spotprijs, En geeft het bijna voor niet!
12あなたはご自分の民をただ同然で売り、 その売値から何も得られなかった。
13Gij maakt ons tot smaad onzer buren, Tot spot en hoon voor die ons omringen;
13あなたは私たちを隣人のそしりの的とし、 周りの者たちのあざけりと嘲笑の的とされる。
14Gij laat de heidenen over ons schimpen, De volkeren meewarig het hoofd over ons schudden.
14あなたは私たちを国々の間の笑いものとし、 諸国の民の間で頭を振られる者とされる。
15Mijn schande staat mij altijd voor ogen, En de schaamte bedekt mijn gelaat,
15一日中、私の不名誉は私の前にあり、 恥が私の顔を覆う。
16Om de praatjes van schimper en spotter, Om de blik van vijand en hater.
16私をそしり、ののしる者の声のため、 敵と復讐する者のゆえに。
17En dit alles trof ons, ofschoon wij U niet hebben vergeten, En uw Verbond niet hebben verbroken.
17このすべてのことが私たちに降りかかったが、 それでも私たちはあなたを忘れなかった。 あなたの契約に背かなかった。
18Ons hart is niet afvallig geworden, Onze schreden dwaalden niet af van uw pad;
18私たちの心は引き返さず、 私たちの歩みはあなたの道から迷い出なかった。
19Toch hebt Gij ons naar het oord der jakhalzen verwezen, En ons met de schaduw des doods overdekt.
19あなたがジャッカルの住みかで私たちを打ち砕き、 死の陰で覆われたのにもかかわらず。
20Of, hadden wij de Naam van onzen God soms vergeten, Onze handen naar vreemde goden geheven:
20もし私たちが神の御名を忘れ、 異国の神に向かって両手を広げたなら、
21Zou God het misschien niet hebben geweten, Hij, die de hartsgeheimen doorgrondt?
21神はそれを探り出されないだろうか。 神は心の秘密を知っておられるからだ。
22Neen, om Uwentwil blijft men ons wurgen, En worden wij als slachtvee behandeld!
22まことに、あなたのために、私たちは一日中殺されている。 ほふられる羊とみなされている。
23Sta op dan; waarom zoudt Gij slapen, o Heer! Ontwaak; blijf ons niet altijd verstoten!
23目を覚ましてください。 主 よ、なぜ眠っておられるのか。 立ち上がってください。 私たちを永遠に退けないでください。
24Waarom zoudt Gij uw aanschijn verbergen, Onze nood en ellende vergeten?
24なぜ御顔を隠し、 私たちの苦しみと抑圧をお忘れになるのか。
25Want onze ziel ligt gebukt in het stof, En ons lichaam kleeft vast aan de grond.
25私たちの魂はちりに伏し、 私たちの体は地にへばりついている。
26Sta op, ons te hulp! Red ons om wille van uw genade!
26私たちを助けるために立ち上がってください。 あなたの慈しみのゆえに、私たちを贖ってください。

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.