Psalmen 10
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Waarom, Jahweh, zoudt Gij veraf blijven staan, U verbergen in tijden van nood?
1主よ、なぜあなたは遠く離れて立っておられるのか。 なぜあなたは苦難の時にご自身を隠されるのか。
2Waarom zou de arme zich ergeren aan de trots van den boze, In de listen worden verstrikt, die hij spon?
2悪者は傲慢にも弱い者を追い詰める。 彼らがたくらんだ悪計に、彼らを捕らえさせてください。
3Zie, de goddeloze pocht op zijn lusten, De woekeraar prijst zich gelukkig,
3悪者は自分の心の欲望を誇る。 彼は貪欲な者を祝福し、主を侮る。
4De zondaar trekt honend zijn neus op voor Jahweh, En denkt maar: “Hij straft niet; er is geen God!”
4悪者はその顔の傲慢さのゆえに、 その思いの中に神を置く場所がない。
5Zijn wandel is altijd krom uw wetten gooit hij ver van zich af, En wie hem weerstaat, fluit hij uit;
5彼の道は常に栄えている。 彼は傲慢で、あなたの掟は彼の目から遠く離れている。 彼は自分のすべての敵を嘲笑う。
6Hij zegt bij zich zelf: “Nooit zal ik wankelen; Van geslacht tot geslacht treft mij ongeluk noch vloek!”
6彼は心の中で言う。「私は揺るがされることはない。 代々にわたって、私は苦難に遭うことはない」と。
7Zijn mond zit vol bedrog en geweld, Verderf en onheil kleven aan zijn tong.
7彼の口は呪いと欺きと抑圧で満ちている。 彼の舌の下には害悪と不義がある。
8Hij legt zich in hinderlaag achter de heggen, Om heimelijk de onschuld te moorden. Zijn ogen begluren den zwakke,
8彼は村々の近くで待ち伏せする。 隠れ場から、彼は罪のない者を殺す。 彼の目はひそかに寄る辺のない者を狙っている。
9Hij ligt op de loer als een leeuw in zijn hol; Hij besluipt den ongelukkige, om hem te bespringen, Grijpt hem vast, en sleept hem weg in zijn net.
9彼は隠れ場にいる獅子のように、ひそかに待ち伏せする。 彼は寄る辺のない者を捕らえようと待ち伏せする。 彼は自分の網に引き込んで、寄る辺のない者を捕らえる。
10Dan slaat hij hem neer, kromt zich over hem heen, En de ongelukkige valt in zijn klauwen.
10寄る辺のない者は打ち砕かれる。 彼らは倒れ込む。 彼らは彼の力の下に倒れる。
11En hij zegt bij zich zelf: “God vergeet het! Hij verbergt zijn gelaat; Hij ziet het niet eens!”
11彼は心の中で言う。「神は忘れた。 彼は顔を隠している。 彼は決してそれを見ない」と。
12Sta op dan Jahweh! Steek uw hand uit, o God; Vergeet de ongelukkigen niet!
12主よ、立ち上がってください。 神よ、御手を上げてください。 寄る辺のない者を忘れないでください。
13Waarom zou de booswicht God blijven honen, Bij zichzelf blijven zeggen: “Toch vergeldt Gij het niet!”
13なぜ悪者は神を侮り、 心の中で「神は私を問いたださない」と言うのか。
14Gij ziet toch het leed en de ellende; Gij blikt er op neer, om ze te wreken! De zwakke verlaat zich op U, En een wees hebt Gij altijd geholpen!
14しかし、あなたは苦難と悲しみを見ておられる。 あなたはそれを御手に引き受けるために、顧みてくださる。 あなたは犠牲者と父なし子を助けられる。
15Verbrijzel de arm van zondaar en boze; Vergeld hem zijn misdaad, laat ze niet ongestraft.
15悪者の腕を折ってください。 悪を行う者については、その悪が見つからなくなるまで探し出してください。
16Jahweh, wees Koning voor eeuwig en immer; Weg met de heidenen, weg uit zijn land!
16主は永遠に王である。 国々は主の地から滅び去る。
17Hoor het smachtend verlangen der armen, o Jahweh; Luister naar de roep van hun hart:
17主よ、あなたはへりくだる者の願いを聞かれた。 あなたは彼らの心を備えられる。 あなたは御耳を傾けて聞かれる。
18Om recht te verschaffen aan wees en verdrukte, Zodat ze niemand ter wereld meer vrezen.
18それは、父なし子と虐げられている者を裁き、 地から出た人がもはや恐れさせないためだ。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.