Psalmen 74
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Een leerdicht van Asaf. O God, waarom zoudt Gij ons voor altijd verstoten, Zou uw toorn blijven woeden tegen de kudde uwer weide?
1神よ、なぜあなたは私たちを永遠に拒まれたのか。 なぜあなたの怒りは、あなたの牧場の羊に向かって燃え続けるのか。
2Gedenk toch uw volk, dat Gij U eens hebt verworven, De stam, die Gij hebt verlost als uw erfdeel, De Sionsberg, Die Gij U tot woonplaats verkoost!
2あなたが昔から買い取られたご自分の集まりを、 ご自分の相続とする部族として贖われた集まりを、 あなたが住まわれたシオンの山を覚えていてください。
3Ach, richt toch uw schreden naar de onherstelbare puinen; Heel het heiligdom is door den vijand vernield.
3いつまでも残る廃墟へ、御足を向けてください。 敵が聖所で行ったすべての悪をご覧ください。
4Uw haters joelden in uw heilige tent, En hebben er hun banieren geplant.
4あなたの敵対する者たちは、あなたの集まりのただ中でほえたけり、 自分たちの旗を標識として立てた。
5Ze hakten de friezen boven de ingangen stuk, Zoals een bijl in het kreupelhout woedt.
5彼らは斧を振るう者のように、 木の茂みを切り開いた。
6Ze hebben het drijfwerk in stukken geslagen, Met bijl en houweel het vernield;
6今、彼らは手斧と槌で、そのすべての彫刻を打ち壊している。
7Uw heiligdom in brand gestoken, De woonplaats van uw Naam tot de grond toe ontwijd.
7彼らはあなたの聖所を地に焼き払い、 あなたの御名の住まいを汚した。
8Ze zeiden: “Wij zullen alles verwoesten, Alle godshuizen verbranden door ‘t hele land!”
8彼らは心の中で、「彼らを完全に打ち砕こう」と言った。 彼らは地にある、神が礼拝されるすべての場所を焼き尽くした。
9Wij zien geen voortekens meer, en er is geen profeet, Niemand onder ons, die kan zeggen: Hoelang nog!
9私たちは何の奇跡のしるしも見ない。 もはや預言者は一人もおらず、 これがいつまで続くかを知る者も、私たちの間にはいない。
10Ja, hoelang nog, o God, zal de vijand U honen, De vijand maar altijd uw Naam blijven lasteren?
10神よ、いつまで敵対する者はそしるのか。 敵は永遠にあなたの御名を冒瀆するのか。
11Waarom trekt Gij uw hand van ons terug, En houdt Gij uw rechter in uw boezem verborgen?
11なぜあなたは御手、まことに右の手を引っ込められるのか。 それをふところから出して、彼らを滅ぼし尽くしてください。
12Gij zijt toch van ouds onze Koning, o God, Die op aarde altijd de zege bevocht:
12しかし神は昔から私の王であり、 地のただ中で救いをもたらされる方である。
13Gij hebt de zee opgezweept door uw kracht, Op het water de schedels der draken verpletterd;
13あなたはその力によって海を分け、 水の中の海の怪物たちの頭を打ち砕かれた。
14Gij hebt Liwjatan zijn koppen verbrijzeld, En hem een prooi der jakhalzen gemaakt.
14あなたはレビヤタンの頭を粉々に打ち砕き、 それを人々と荒野の生き物の食べ物として与えられた。
15Gij liet bronnen en beken ontspringen, Maar eeuwige stromen verdrogen.
15あなたは泉と流れを開かれた。 あなたは大河を干上がらせた。
16Door U kwam de dag, door U kwam de nacht, Gij hebt de maan en de zon haar plaatsen bereid.
16昼はあなたのもの、夜もまたあなたのものだ。 あなたは光と太陽を備えられた。
17Gij hebt al de grenzen der aarde gesteld, Zomer en winter, Gij hebt ze gemaakt!
17あなたは地のすべての境界を定められた。 あなたは夏と冬を造られた。
18Denk aan dit alles, o Jahweh, als de vijand blijft honen, Een waanzinnig volk uw Naam blijft lasteren!
18主よ、敵があなたをあざけり、 愚かな民があなたの御名を冒瀆したことを覚えていてください。
19Geef, die U loven, niet prijs aan de beesten, En vergeet uw ongelukkigen niet voor altoos.
19あなたの鳩の命を野の獣に引き渡さないでください。 あなたの苦しむ民の命を永遠に忘れないでください。
20Zie neer op uw verbond, en houd het gestand: Het rampzalige Land is een oord van verdrukking!
20あなたの契約を顧みてください。 地の暗い所には暴力の住みかが満ちているからだ。
21Laat de vertrapte niet onverhoord gaan, Maar de verdrukte en arme uw Naam verheerlijken.
21虐げられた者が恥を受けて退くことのないようにしてください。 貧しい者と乏しい者にあなたの御名を賛美させてください。
22Sta op, o God, en verdedig uw zaak, Gedenk, hoe die dwazen U steeds blijven honen;
22神よ、立ち上がり、ご自身の訴えを弁護してください。 愚かな者が一日中あなたをあざけるのを覚えていてください。
23Vergeet het geschreeuw van uw vijanden niet, Het geloei van uw haters, dat altijd maar raast!
23あなたに敵対する者たちの声を忘れないでください。 あなたに立ち向かう者たちの騒ぎは、絶えず高まっている。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.