Psalmen 118
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Halleluja! Brengt Jahweh dank, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
1主に感謝せよ。主は良い方。 その慈しみは永遠に続く。
2Laat Israël herhalen: Zijn genade duurt eeuwig!
2さあ、イスラエルは言え。 「その慈しみは永遠に続く」と。
3Laat het huis van Aäron herhalen: Zijn genade duurt eeuwig!
3さあ、アロンの家は言え。 「その慈しみは永遠に続く」と。
4Die Jahweh vrezen, herhalen: Zijn genade duurt eeuwig!
4さあ、主を恐れる者たちは言え。 「その慈しみは永遠に続く」と。
5In mijn benauwdheid riep ik tot Jahweh; En Jahweh heeft mij verhoord en verkwikt.
5苦難の中から、私は主を呼び求めた。 主は私に答え、広い所へ導かれた。
6Voor mij neemt Jahweh het op: Niets heb ik te vrezen; Wat zouden de mensen mij doen!
6主は私の味方。私は恐れない。 人が私に何をすることができようか。
7Voor mij neemt Jahweh het op: Hij komt mij te hulp; Zo zie ik op mijn vijanden neer!
7主は私を助ける者たちと共に、私の味方である。 私は自分を憎む者たちの敗北を見る。
8Beter tot Jahweh te vluchten, dan op mensen te bouwen;
8人に信頼するより、 主に身を避ける方が良い。
9Beter tot Jahweh te vluchten, dan te bouwen op vorsten!
9君主たちに信頼するより、 主に身を避ける方が良い。
10Al houden mij alle volken omsingeld: In de Naam van Jahweh sla ik ze neer!
10すべての国々の民が私を取り囲んだが、 私は主の御名によって彼らを退けた。
11Al hebben ze mij van alle kanten omringd: In de Naam van Jahweh sla ik ze neer!
11彼らは私を取り囲んだ。確かに私を取り囲んだ。 私は主の御名によって彼らを退けた。
12Al zwermen ze als wespen om mij heen: In de Naam van Jahweh sla ik ze neer! Al laaien ze op als vuur in de doornen: In de Naam van Jahweh sla ik ze neer!
12彼らは蜂のように私を取り囲んだが、 燃えるいばらの火のように消えた。 私は主の御名によって彼らを退けた。
13Ik ben gestompt en geslagen, om te vallen, Maar Jahweh heeft mij gestut;
13あなたは私を激しく押して倒そうとしたが、 主が私を助けられた。
14Jahweh is mijn kracht en mijn schuts, Hij heeft mij de zege verleend!
14主は私の力、私の歌。 私の救いとなられた。
15Een jubel van blijdschap en zege Juicht onder de tenten der vromen: Jahweh’s rechterhand brengt de victorie;
15義人たちの天幕には、喜びと救いの声がある。 「主の右の手は力ある働きをする。
16Jahweh’s rechter overwint!
16主の右の手は高く上げられ、 主の右の手は力ある働きをする。」
17Neen, ik zal niet sterven, maar leven, Om Jahweh’s daden te melden!
17私は死なずに生き、 主の御業を語り伝える。
18Wel heeft Jahweh mij streng gekastijd, Maar Hij gaf mij niet prijs aan de dood.
18主は私を厳しく懲らしめられたが、 私を死に引き渡されなかった。
19Doet dan de poorten der gerechtigheid open: Ik wil er doorheen, om Jahweh te danken!
19義の門を私のために開け。 私はそこに入り、 主に感謝する。
20-
20これが主の門。 義人たちはここから入る。
21Ik wil U danken, want Gij hebt mij verhoord, Gij hebt mij de zege verleend!
21私はあなたに感謝する。 あなたが私に答え、私の救いとなられたからだ。
22De steen, die de bouwlieden hadden verworpen, Is hoeksteen geworden;
22家を建てる者たちが捨てた石が、 隅のかしら石となった。
23Jahweh heeft het gedaan: Een wonder was het in onze ogen!
23これは主の御業。 私たちの目には驚くべきことである。
24Dit is de dag, die Jahweh gemaakt heeft: Laat ons thans jubelen en juichen!
24これは主が造られた日。 私たちはこの日を喜び楽しもう。
25Ach Jahweh, blijf ons toch helpen; Ach Jahweh, maak ons gelukkig!
25主よ、どうか今、私たちを救ってください。 主よ、どうか今、私たちを栄えさせてください。
26Gezegend, die komt in de Naam van Jahweh:7 Uit Jahweh’s woning bidden wij zegen u toe!
26主の御名によって来る者は幸いである。 私たちは主の家からあなたを祝福する。
27Jahweh is God: Hij doet ons stralen van vreugde; Bindt dan de feestslingers tot de hoornen van het altaar!
27主は神。私たちに光を与えられた。 祭りのいけにえを綱で祭壇の角につなげ。
28Gij zijt mijn God: U wil ik loven; Gij zijt mijn God: U wil ik roemen!
28あなたは私の神。私はあなたに感謝する。 あなたは私の神。私はあなたをあがめる。
29Brengt Jahweh dank, want Hij is goed: Zijn genade duurt eeuwig!
29主に感謝せよ。主は良い方。 その慈しみは永遠に続く。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.