Psalmen 142
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Freedom Bible (フリーダム・バイブル)
1Een leerdicht van David, toen hij zich in de spelonk bevond. Een gebed. Luide roep ik tot Jahweh, Innig smeek ik tot Jahweh;
1私は声を上げて主に叫ぶ。 声を上げて主にあわれみを願う。
2Ik stort mijn klacht voor Hem uit, En klaag Hem mijn nood.
2私は御前に嘆きを注ぎ出し、 苦しみを御前に告げる。
3Voor mijn geest hangt een nevel, Maar Gij kent mijn weg: Op het pad, dat ik ga, Heeft men mij heimelijk strikken gelegd.
3私の霊が内で衰え果てたときも、 あなたは私の道筋を知っておられた。 私が歩く道に、 彼らは私のために罠を隠した。
4Al kijk ik naar rechts en naar links, Er is niemand, die acht op mij slaat; Nergens vind ik een toevlucht, Niet een, die om mij zich bekommert.
4私の右の方を見渡して、ご覧ください。 私を顧みる者は一人もいない。 逃げ場は私から消え失せ、 私の魂を気にかける者もいない。
5Daarom roep ik tot U, Ach Jahweh, en bid ik tot U; Gij zijt mijn toevlucht, Mijn erfdeel in het land van de levenden.
5主よ、私はあなたに叫んだ。 私は言った。「あなたは私の避け所、 生ける者の地で、私が受ける分である。」
6Ach, hoor naar mijn smeken: Want ik voel mij zo zwak; Red mij van die mij vervolgen, Want ze zijn veel sterker dan ik.
6私の叫びに耳を傾けてください。 私はひどく弱り果てている。 私を迫害する者たちから救い出してください。 彼らは私よりも強いからだ。
7Bevrijd mij uit mijn benauwing, Opdat ik uw Naam moge danken, En de vromen mij blijde omringen, Omdat Gij zo goed voor mij zijt!
7私の魂を牢獄から連れ出してください。 私があなたの御名に感謝するためだ。 義人たちは私の周りに集まるだろう。 あなたが私に良くしてくださるからだ。
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.