Psalmen
Chapter 18
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Old Persian Versio…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Voor muziekbegeleiding. Van den Dienaar van Jahweh; van David, die tot Jahweh de woorden van dit lied heeft gericht, toen Jahweh hem had verlost uit de hand van al zijn vijanden en ook uit de hand van Saul. En hij sprak: Ik heb U lief, o Jahweh, mijn kracht;
1ای خداوند! ای قوت من! تو را محبت می نمایم.
2Jahweh, mijn toevlucht, mijn burcht en mijn veste; Mijn God, mijn rots, waarop ik kan schuilen, Mijn schild, de hoorn van mijn heil, en mijn schutse.
2خداوند صخره من است وملجا و نجات‌دهنده من. خدایم صخره من است که در او پناه می‌برم. سپر من و شاخ نجاتم و قلعه بلند من.
3Ik roep: Geprezen zij Jahweh! En ben van mijn vijand verlost.
3خداوند را که سزاوار کل حمد است، خواهم خواند. پس، از دشمنانم رهایی خواهم یافت.
4De branding van de dood had mij al gegrepen, De golven der onderwereld sloegen over mij heen;
4رسنهای موت مرا احاطه کرده، و سیلابهای شرارت مرا ترسانیده بود.
5De strikken van het dodenrijk hielden mij vast, De klemmen van de dood lagen voor mij gereed:
5رسنهای گور دور مراگرفته بود و دامهای موت پیش روی من درآمده.
6Maar ik riep tot Jahweh in mijn nood, En schreide om hulp tot mijn God. En Hij hoorde mijn stem in zijn vorstelijke woning, Mijn hulpgeroep drong door tot zijn oren:
6در تنگی خود خداوند را خواندم و نزد خدای خویش استغاثه نمودم. او آواز مرا از هیکل خودشنید و استغاثه من به حضورش به گوش وی رسید.
7Daar schudde en beefde de aarde, Rilden en dreunden de fundamenten der bergen; Want Hij was in woede ontstoken,
7زمین متزلزل و مرتعش شده، اساس کوههابلرزید و متزلزل گردید چونکه خشم او افروخته شد.
8Rook steeg op uit zijn neus, Verslindend vuur spoot uit zijn mond, En gloeiende kolen spatten er uit.
8دخان از بینی او برآمد و نار از دهانش ملتهب گشت و آتشها از آن افروخته گردید.
9Hij boog de hemel, en daalde neer, Grauwe wolken onder zijn voeten;
9آسمان را خم کرده، نزول فرمود و زیر پای وی تاریکی غلیظ می‌بود.
10Hij besteeg den Cherub en vloog in het rond, Zwevend op de windewieken.
10برکروبی سوار شده، پرواز نمود و بر بالهای باد طیران کرد.
11Hij sloeg de duisternis als een dek om Zich heen, Donkere nevels, dreigende wolken waren zijn tent;
11تاریکی را پرده خود و خیمه‌ای گرداگرد خویش بساخت، تاریکی آبها و ابرهای متراکم را.
12En door de gloed, die voor Hem uitging, Braakten zijn wolken hagel en vurige kolen.
12از تابش پیش روی وی ابرهایش می‌شتافتند، تگرگ و آتشهای افروخته.
13En in de hemel donderde Jahweh, Verhief de Allerhoogste zijn stem;
13و خداوند از آسمان رعد کرده، حضرت اعلی آواز خود را بداد، تگرگ و آتشهای افروخته را.
14Hij schoot zijn pijlen en strooide ze rond, Slingerde zijn bliksems, en joeg ze uiteen.
14پس تیرهای خود را فرستاده، ایشان را پراکنده ساخت، و برقها بینداخت وایشان را پریشان نمود.
15Open lag de bedding der zee, Het fundament van de aarde kwam bloot: Door uw dreigen, o Jahweh, Door het snuivend gebries van uw neus.
15آنگاه عمق های آب ظاهر شد و اساس ربع مسکون مکشوف گردید، از تنبیه تو‌ای خداوند، از نفخه باد بینی تو!
16Van boven boog Hij Zich neer, greep mij vast, En trok mij weg uit de onstuimige wateren;
16پس، از اعلی فرستاده، مرا برگرفت و ازآبهای بسیار بیرون کشید.
17Hij verloste mij van mijn grimmigen vijand En van mijn haters, want ze waren te machtig.
17و مرا از دشمنان زورآورم رهایی داد و از خصمانم، زیرا که از من تواناتر بودند.
18Ze waren uitgetrokken op de dag van mijn rampspoed, Maar Jahweh was mijn beschermer;
18در روز بلای من پیش رویم درآمدند، لیکن خداوند تکیه گاه من بود.
19Hij beveiligde mij, En bracht mij redding, omdat Hij mij liefhad.
19و مرابجای وسیع بیرون آورد؛ مرا نجات داد زیرا که درمن رغبت می‌داشت.
20Toen werd mijn gerechtigheid door Jahweh beloond, Mijn reinheid van handen vergolden:
20خداوند موافق عدالتم مرا جزا داد و به حسب طهارت دستم مرا مکافات رسانید.
21Want ik had de wegen van Jahweh bewandeld, Niet gezondigd tegen mijn God;
21زیراکه راههای خداوند را نگاه داشته، و به خدای خویش عصیان نورزیده‌ام،
22Ik had al zijn geboden voor ogen gehouden, Niet zijn wetten ontweken;
22و جمیع احکام اوپیش روی من بوده است و فرائض او را از خوددور نکرده‌ام،
23Ik was voor Hem zonder smet, Had mij zuiver van zonde bewaard;
23و نزد او بی‌عیب بوده‌ام وخویشتن را از گناه خود نگاه داشته‌ام.
24Daarom werd mijn gerechtigheid door Jahweh beloond, En mijn reinheid van handen in zijn ogen.
24پس خداوند مرا موافق عدالتم پاداش داده است و به حسب طهارت دستم در نظر وی.
25Want voor getrouwen toont Gij U trouw, Voor rechtschapenen rechtschapen;
25خویشتن رابا رحیم، رحیم می‌نمایی، و با مرد کامل، خود راکامل می‌نمایی.
26Rein voor den reine, Maar voor de listigaards listig.
26خویشتن را با طاهر، طاهرمی نمایی و با مکار، به مکر رفتار می‌کنی.
27Ja, Gij redt het deemoedige volk, Maar vernedert hovaardige blikken;
27زیراقوم مظلوم را خواهی رهانید و چشمان متکبران را به زیر خواهی انداخت.
28Gij zijt, o Jahweh, mijn lamp, Mijn God, die licht in mijn duisternis straalt;
28زیرا که تو چراغ مراخواهی افروخت؛ یهوه خدایم تاریکی مرا روشن خواهد گردانید.
29Met U durf ik de stormloop beginnen, Met mijn God de wallen bespringen.
29زیرا به مدد تو بر فوجها حمله می‌برم و به خدای خود از حصارها برمی جهم.
30God! Volmaakt zijn zijn wegen, Jahweh’s woord is gelouterd. Hij is voor allen een schild, Die vluchten tot Hem.
30و اما خدا طریق او کامل است و کلام خداوندمصفی. او برای همه متوکلان خود سپر است،
31Wie toch is God, dan Jahweh alleen; Wie een rots, dan alleen onze God!
31زیرا کیست خدا غیر از یهوه؟ و کیست صخره‌ای غیر از خدای ما؟
32God! Hij omgordt mij met kracht, En baant mij een veilige weg;
32خدایی که کمر مرابه قوت بسته و راههای مرا کامل گردانیده است.
33Hij maakt mijn voeten vlug als hinden, En doet mij de hoogste toppen beklimmen;
33پایهای مرا مثل آهو ساخته و مرا به مقامهای اعلای من برپا داشته است.
34Hij oefent mijn handen ten strijde, Mijn armen tot het spannen van de koperen boog.
34دستهای مرا برای جنگ تعلیم داده است، که کمان برنجین به بازوی من خم شد.
35Zo hebt Gij mij het schild van uw heil gereikt; Uw rechterhand heeft mij gestut, uw goedheid maakte mij groot.
35سپر نجات خود را به من داده‌ای. دست راستت عمود من شده و مهربانی تو مرابزرگ ساخته است.
36Gij hebt een weg voor mijn stappen gebaand, En mijn voeten wankelden niet.
36قدمهایم را زیرم وسعت دادی که پایهای من نلغزید.
37Ik vervolgde mijn vijanden, haalde ze in, En keerde niet terug, eer ik ze had verslagen;
37دشمنان خود راتعاقب نموده، بدیشان خواهم رسید و تا تلف نشوند بر نخواهم گشت.
38Ik heb ze verpletterd, zodat ze niet opstaan, Maar onder mijn voet blijven liggen.
38ایشان را فرو خواهم کوفت که نتوانند برخاست و زیر پاهای من خواهند افتاد.
39Gij hebt mij met kracht omgord tot de strijd, Mijn tegenstanders voor mij doen bukken;
39زیرا کمر مرا برای جنگ به قوت بسته‌ای و مخالفانم را زیر پایم انداخته‌ای.
40Gij liet mij de rug van mijn vijanden zien, Mijn haters heb ik verdelgd.
40گردنهای دشمنانم را به من تسلیم کرده‌ای تاخصمان خود را نابود بسازم.
41Nu huilen ze, maar niemand helpt: Tot Jahweh zelfs, maar Hij antwoordt hun niet;
41فریاد برآوردنداما رهاننده‌ای نبود نزد خداوند، ولی ایشان رااجابت نکرد.
42Ik vermaal ze als stof voor de wind, En vertrap ze als slijk op de straten.
42ایشان را چون غبار پیش بادساییده‌ام؛ مثل گل کوچه‌ها ایشان را دور ریخته‌ام.
43Gij hebt mij gered uit de strijd met de volkeren, En mij aan het hoofd van de naties gesteld:
43مرا از منازعه قوم رهانیده، سر امت هاساخته‌ای. قومی را که نشناخته بودم، مرا خدمت می‌نمایند.
44Volkeren, die ik niet kende, werden mij dienstbaar, Vreemden brachten mij hulde; Nauwelijks hadden ze van mij gehoord, Of ze gehoorzaamden mij;
44به مجرد شنیدن مرا اطاعت خواهند کرد؛ فرزندان غربا نزد من تذلل خواهندنمود.
45Anderen lagen uitgeput neer, En kropen sidderend uit hun burchten.
45فرزندان غربا پژمرده می‌شوند و درقلعه های خود خواهند لرزید.
46Leve Jahweh! Gezegend mijn Rots; Hoogverheven de God van mijn heil!
46خداوند زنده است و صخره من متبارک باد، و خدای نجات من متعال!
47Gij hebt mij gewroken, o God, Volkeren aan mij onderworpen;
47خدایی که برای من انتقام می‌گیرد وقوم‌ها را زیر من مغلوب می‌سازد.
48Mij van mijn grimmigen vijand verlost, Zege over mijn bestrijders verleend, mij van geweldenaars bevrijd!
48مرا ازدشمنانم رهانیده، برخصمانم بلند کرده‌ای و ازمرد ظالم مرا خلاصی داده‌ای!
49Daarom wil ik U prijzen, o Jahweh, Uw Naam verheerlijken onder de volken!
49لهذا‌ای خداوند تو را در میان امت‌ها حمد خواهم گفت وبه نام تو سرود خواهم خواند.
50Machtige hulp verleent Hij zijn Koning, En genade aan zijn Gezalfde: Aan David en zijn geslacht voor altijd!
50که نجات عظیمی به پادشاه خود داده و به مسیح خویش رحمت نموده است. یعنی به داود و ذریت او تاابدالاباد.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.