Psalmen 15
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Old Persian Version (ترجمه قدیم)
1Een psalm van David. Jahweh, wie mag uw gast zijn in uw tent, Wie wonen op uw heilige berg?
1ای خداوند کیست که در خیمه تو فرودآید؟ و کیست که در کوه مقدس توساکن گردد؟
2Die onberispelijk is van wandel, En van rechtschapen gedrag; Die in zijn hart de waarheid spreekt,
2آنکه بیعیب سالک باشد و عدالت را بهجاآورد، و در دل خویش راست گو باشد،
3En met zijn tong niet lastert. Die zijn naaste geen kwaad doet, Geen smaad op zijn evenmens werpt;
3که به زبان خود غیبت ننماید؛ و به همسایه خود بدی نکند و درباره اقارب خویش مذمت را قبول ننماید،
4In wiens oog een vervloekte verachtelijk is, Maar die eert, wie Jahweh vreest. Die zijn naaste een eed heeft gezworen, En hem niet breekt;
4که در نظر خود حقیر و خوار است وآنانی را که از خداوند میترسند مکرم میدارد وقسم به ضرر خود میخورد و تغییر نمی دهد.
5Die zijn geld niet uitleent met woeker, Geen steekpenning neemt, om de onschuld te schaden. Wie zó doet, Wankelt in eeuwigheid niet!
5نقره خود را به سود نمی دهد و رشوه بر بیگناه نمی گیرد. آنکه این را بهجا آورد تا ابدالاباد جنبش نخواهد خورد.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.