Psalmen 31
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Tot U neem ik mijn toevlucht, o Jahweh, Laat mij nooit beschaamd komen staan. Geef mij uitkomst door uw genade,
1Проводиреві хора: Псальма Давидова. На тебе вповаю, Господи; не дай менї осоромитись по віки; по твоїй справедливостї спаси мене.
2Hoor mij aan, en red mij snel! Wees mij een veilige rots, Een veste, om mij te redden;
2Нахили до мене ухо твоє, спаси мене скоро! Будь менї баштою, домом оборонним, щоб спасти мене!
3Want Gij zijt mijn steun en mijn sterkte, Om wille van uw Naam. Gij zijt mijn gids en mijn leider,
3Ти бо єси скеля моя, башта моя, і задля імени твого веди мене й навчай мене.
4En bevrijdt mij uit het net, dat men mij had gespannen; Want Gij zijt mijn toevlucht,
4Виведи мене з сїтки, що тайно заставили її на мене; ти бо єси твердиня моя.
5In úw handen beveel ik mijn geest. Gij verlost mij, Jahweh, trouwe God,
5В руки твої віддаю духа мого; ти ізбавив мене, Господи, Боже правди!
6Maar Gij haat, die op nietige afgoden hopen. Neen, ik blijf op Jahweh vertrouwen,
6Зненавидїв я тих, що вважають на божища нїкчемні; я ж вповав на Господа.
7Wil juichen en jubelen in uw genade. Want Gij ziet mijn ellende, En kent de angst van mijn ziel.
7Зрадїю серцем і звеселюся задля милосердя твого; бачивши горе моє, ти знав тїсноту душі моєї,
8Neen, Gij geeft mij niet prijs aan de macht van den vijand, Maar zet mijn voeten op veilige grond.
8І не віддав мене ворогові в руки, поставив ноги мої на широкому просторі.
9Ach Jahweh, ontferm U over mij, Want het is mij zo bang om het hart; Van verdriet kwijnt mijn oog, Mijn ziel en mijn lichaam.
9Змилуйся надо мною, Господи! Бо я в тїснотї; із журби запались очі мої, душа моя і внутро моє.
10Mijn leven vliedt in jammer heen, In kermen mijn jaren; Mijn kracht is gebroken door mijn ellende, Mijn gebeente verdord.
10Бо в горю нидїє життє моє, і лїта мої в зітханню; в несправедливостї ізнемоглась сила моя, і костї мої струпішіли.
11Voor al mijn vijanden Ben ik een spot; Voor mijn buren een afschuw, Voor bekenden een schrik. Die mij op straat ziet, Vlucht voor mij weg;
11Став я посьміховиском не то що для всїх ворогів моїх, а й надто ще більше для сусїдів моїх, і страшилом для знакомих моїх; хто бачить мене на улицї, той втїкає від мене.
12Als een dode ben ik uit de harten verbannen, Weggegooid als een pot.
12Забуто мене в серцї, як помершого; став я наче розбита посудина.
13Ik hoor ze met elkander al fluisteren; Overal schrik om mij heen! Ze steken de hoofden bijeen, En smeden plannen, om mij te doden.
13Чув бо я брехню від багацько людей — кругом пострах — як всї змовлялись проти мене; вони чигали на життє моє.
14Maar ik blijf op U hopen, o Jahweh, En zeggen: Gij zijt mijn God!
14Я ж, я вповав на тебе, Господи, я казав: ти єси Бог мій!
15Mijn lot blijft in uw handen liggen; Verlos mij van mijn vijand en vervolgers.
15Днї мої в руках твоїх; вирятуй мене з рук ворога мого і від гонителїв моїх!
16Laat uw aanschijn lichten over uw dienaar; Red mij door uw genade.
16Сьвіти лицем твоїм на слугу твого, спаси мене по милостї твоїй!
17Jahweh, laat mij toch niet beschaamd komen staan: Want U roep ik aan. Neen, laat de bozen worden beschaamd en in het dodenrijk varen;
17Господи, не допусти сорому на мене, бо я призвав тебе на поміч! Побий соромом беззаконних, нехай в пеклї нїміють!
18Laat de leugenlippen verstommen, Die den gerechte durven tergen Met trots en verachting.
18Зацїпи уста брехливі, що в гордостї і зневазї верзять мерзоту проти праведника!
19Hoe groot is uw goedheid, o Jahweh, Die Gij hebt weggelegd voor hen, die U vrezen, Die Gij bewijst aan wie tot U vluchten, Voor het oog aller mensen.
19Як велика доброта твоя, що зберіг єси для боящихся тебе, що явив перед синами людськими людям, що вповають на тебе.
20Gij beschermt ze in de schuts van uw aanschijn Voor het sarren der mensen; Gij stelt ze veilig in uw tent Voor het kijven der tongen.
20Ти сховаєш їх у сховку перед лицем твоїм від заговорів людських; ти сховаєш їх у домівцї від язиків сварливих.
21Gezegend zij Jahweh! Want Hij heeft wonderen verricht Van zijn goedheid voor mij Ten tijde van nood.
21Благословен Господь! Бо чудно явив він на менї милість свою в оборонному містї.
22Ik had in mijn angst al gezegd: “Ik ben uit uw ogen verstoten!” Maar Gij hebt mijn smeken verhoord, Toen ik om hulp tot U riep.
22Сказав я, правда, в переляку: Я відлучений від очей твоїх; та все ж таки ти почув голос мого благання, як я взивав до тебе.
23Hebt Jahweh dus lief Gij allen, zijn vromen; Want Jahweh behoedt de getrouwen, Maar met woeker vergeldt Hij de trotsen.
23Полюбіть Господа, всї його праведні! Вірних сохранить Господь, а сповна відплатить тому, хто живе в гординї.
24Houdt moed, weest onverschrokken van hart, Gij allen, die op Jahweh hoopt!
24Будьте сильні і майте в серцї одвагу, ви всї, що вповаєте на Господа.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.