Psalmen 42
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Voor muziekbegeleiding. Een leerdicht; van de zonen van Kore. Zoals een hert smacht naar de stromende wateren. Zo smacht mijn ziel naar U, o God!
1Проводиреві хора. В науку синам Корея, псальма Давидова. Як жагне ланя води з потока, так багне душа моя до тебе, Боже!
2Mijn ziel dorst naar God, naar den levenden God: Wanneer mag ik opgaan, en Gods aanschijn aanschouwen?
2Душа моя жадає Бога, живого Бога; коли ж прийду і явлюся перед лицем Божим?
3Dag en nacht zijn de tranen mijn brood, Omdat mij almaar gezegd wordt: “Waar blijft toch uw God!”
3Сльози мої в день і в ночі хлїбом менї стали; цїлий бо день говорять до мене: Де Бог твій?
4Ik denk er met diepe weemoed aan terug, Hoe ik optrok in vorstelijke stoet naar Gods huis, Onder gejuich en gejubel En het gejoel van de schare.
4Про се згадуючи, виллю передо мною серце моє, як ійшов я серед громади, простував з ними до Божого дому з піснями радостї і хвали — торжествуюча громада.
5Mijn ziel, wat zijt gij bedroefd, En wat kreunt gij in mij? Vertrouw toch op God: Dan zal ik Hem eens mogen danken Als mijn Helper en God!
5Чому хиляєшся, душе моя, і затревожилась в мене? Вповай на Бога! Бо я буду ще прославляти його за спасеннє лиця його.
6Mijn ziel is bedroefd, daarom denk ik aan U terug, In het land van Jordaan en Hermon en in het lage gebergte.
6Боже мій, душа моя хиляється в мене; тому спогадав я тебе із землї Йорданської і Гермонської, з гори Мізгар.
7Afgrond dreunt tegen afgrond door het gebruis van uw stromen. Al uw golven en baren slaan over mij heen.
7Глибінь кличе до глибинї при шумі поводї твоєї; всї филї твої і пруди твої ринули понад мене.
8Overdag blijf ik uitzien naar Jahweh om zijn genade, ‘s Nachts klinkt mijn lied als een gebed tot den levenden God.
8В день явить Господь милість свою, а в ночі буде пісня його від мене, молитва до Бога життя мого.
9Ik zeg tot mijn God en mijn Rots: “Waarom zijt Gij mij vergeten; Waarom ga ik in rouw door de druk van mijn vijand?”
9Скажу до Бога, скелї моєї: Чому забув єси мене? Чому ходжу сумуючи задля ворожої тїсноти?
10De hoon van mijn haters schrijnt als een steek in mijn beenderen, Omdat mij almaar gezegd wordt: “Waar blijft toch uw God!”
10Наче костї мої торощать, коли вороги мої ругаються з мене, кажучи цїлий день до мене: Де ж твій Бог?
11Mijn ziel, wat zijt gij bedroefd, En wat kreunt gij in mij? Vertrouw toch op God: Dan zal ik Hem eens mogen danken Als mijn Helper en God!
11Чого хилишся душе моя, і чого тревожишся в менї? Вповай на Бога! Буду бо ще прославляти його, спасеннє лиця мого й Бога мого.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.