Psalmen
Chapter 116
Petrus Canisius Bible, 1…
vs Kulish and Puluj B…
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Kulish and Puluj Bible (1905)
1Halleluja! Ik heb Jahweh lief, Want Hij hoort naar mijn smeken!
1Люблю Господа; він бо почув голос мій, благаннє моє;
2Hij luisterde naar mij, toen ik riep
2Він бо прихилив до мене ухо своє; буду призивати його по всї днї мої.
3En de strikken des doods mij omknelden; Toen doodsangst mij kwelde, Nood en jammer mij troffen.
3Обняли мене смертні пута, і підземна тїснота постигла мене; в горю і в тузї я зостарівся.
4Ik riep de Naam van Jahweh aan: “Ach, Jahweh, spaar toch mijn leven!”
4І призвав я імя Господа: Благаю тебе, Господи, спаси душу мою.
5En Jahweh was genadig en trouw, Onze God vol ontferming:
5Благий Господь і справедливий; і милосердний Бог наш.
6Jahweh waakt over de zwakken; Ik was uitgeput, maar Jahweh heeft mij gered!
6Господь заступає простодушних; я знемігся, і він вирятував мене.
7Wees dan gelaten, mijn ziel; Want Jahweh blijft voor u zorgen:
7Вернись, душе моя, до спокою твого! Бо Господь добродїй твій.
8Hij heeft mij gered van de dood, Mijn ogen van tranen, mijn voeten van stoten;
8Ти бо спас душу мою від смерти, очи мої від слїз, ногу мою від пропастї.
9Nog mag ik voor Jahweh’s aanschijn wandelen In de landen der levenden!
9Буду ходити перед Господом в країнї живих.
10Ik blijf dus vertrouwen, al roep ik ook uit: “Ik ben diep ongelukkig!”
10Я вірував, тому й казав. Був я дуже прибитий.
11Al zou ik in mijn ellende ook zeggen: “Er is geen mens te vertrouwen!”
11Сказав у зворушенню моїм: всї люде обманьчиві!
12Hoe zal ik Jahweh kunnen vergelden Al het goede, dat Hij mij deed?
12Чим віддячити менї Господеві за добродїйства його, сотворені менї?
13De kelk der redding hef ik omhoog, En roep de Naam van Jahweh aan;
13Чашу спасення піднесу, і імя Господа призову.
14Ik zal mijn gelofte aan Jahweh volbrengen Ten overstaan van heel het volk:
14Сповню Господеві всї обітницї мої, перед всїм народом його.
15Want te duur was in de ogen van Jahweh De dood zijner vromen.
15Дорога перед очима Господа смерть угодників його.
16Ach Jahweh, ik ben maar uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Toch hebt Gij mijn boeien verbroken:
16Благаю тебе, Господи, я бо слуга твій; я слуга твій, син слугинї твоєї; ти розбив кайдани мої.
17Ik breng U dan een offer van dank, En roep de Naam van Jahweh aan,
17Тобі принесу жертву хвали, і призову імя Господа.
18-
18Сповню Господеві всї обітницї мої, перед усїм народом його,
19In de voorhoven van Jahweh’s huis, Binnen uw muren, Jerusalem!
19У дворах дому Господнього, серед тебе, Єрусалиме. Аллилуя!

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.