Psalmen 116
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Halleluja! Ik heb Jahweh lief, Want Hij hoort naar mijn smeken!
1AMO á Jehová, pues ha oído mi voz y mis súplicas.
2Hij luisterde naar mij, toen ik riep
2Porque ha inclinado á mí su oído, invocaré le por tanto en todos mis días.
3En de strikken des doods mij omknelden; Toen doodsangst mij kwelde, Nood en jammer mij troffen.
3Rodeáronme los dolores de la muerte, me encontraron las angustias del sepulcro: angustia y dolor había yo hallado.
4Ik riep de Naam van Jahweh aan: “Ach, Jahweh, spaar toch mijn leven!”
4Entonces invoqué el nombre de Jehová, diciendo : Libra ahora, oh Jehová, mi alma.
5En Jahweh was genadig en trouw, Onze God vol ontferming:
5Clemente es Jehová y justo; sí, misericordioso es nuestro Dios.
6Jahweh waakt over de zwakken; Ik was uitgeput, maar Jahweh heeft mij gered!
6Jehová guarda á los sinceros: estaba yo postrado, y salvóme.
7Wees dan gelaten, mijn ziel; Want Jahweh blijft voor u zorgen:
7Vuelve, oh alma mía, á tu reposo; porque Jehová te ha hecho bien.
8Hij heeft mij gered van de dood, Mijn ogen van tranen, mijn voeten van stoten;
8Pues tú has librado mi alma de la muerte, mis ojos de lágrimas, y mis pies de desbarrar.
9Nog mag ik voor Jahweh’s aanschijn wandelen In de landen der levenden!
9Andaré delante de Jehová en la tierra de los vivientes.
10Ik blijf dus vertrouwen, al roep ik ook uit: “Ik ben diep ongelukkig!”
10Creí; por tanto hablé, estando afligido en gran manera.
11Al zou ik in mijn ellende ook zeggen: “Er is geen mens te vertrouwen!”
11Y dije en mi apresuramiento: Todo hombre es mentiroso.
12Hoe zal ik Jahweh kunnen vergelden Al het goede, dat Hij mij deed?
12¿Qué pagaré á Jehová por todos sus beneficios para conmigo?
13De kelk der redding hef ik omhoog, En roep de Naam van Jahweh aan;
13Tomaré la copa de la salud, é invocaré el nombre de Jehová.
14Ik zal mijn gelofte aan Jahweh volbrengen Ten overstaan van heel het volk:
14Ahora pagaré mis votos á Jehová delante de todo su pueblo.
15Want te duur was in de ogen van Jahweh De dood zijner vromen.
15Estimada es en los ojos de Jehová la muerte de sus santos.
16Ach Jahweh, ik ben maar uw knecht, de zoon van uw dienstmaagd, Toch hebt Gij mijn boeien verbroken:
16Oh Jehová, que yo soy tu siervo, yo tu siervo, hijo de tu sierva: rompiste mis prisiones.
17Ik breng U dan een offer van dank, En roep de Naam van Jahweh aan,
17Te ofreceré sacrificio de alabanza, é invocaré el nombre de Jehová.
18-
18A Jehová pagaré ahora mis votos delante de todo su pueblo;
19In de voorhoven van Jahweh’s huis, Binnen uw muren, Jerusalem!
19En los atrios de la casa de Jehová, en medio de ti, oh Jerusalem. Aleluya.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.