Psalmen 98
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, Want wonderen heeft Hij gewrocht; Zijn rechterhand heeft Hem geholpen, Zijn heilige arm Hem gesteund.
1Salmo. CANTAD á Jehová canción nueva; porque ha hecho maravillas: su diestra lo ha salvado, y su santo brazo.
2Jahweh heeft zijn redding doen zien, Voor het oog der volken zijn goedheid getoond;
2Jehová ha hecho notoria su salud: en ojos de las gentes ha descubierto su justicia.
3Hij was zijn liefde voor Jakob indachtig, En zijn trouw aan Israëls huis. Ziet nu, alle grenzen der aarde, De redding, door God ons gebracht!
3Hase acordado de su misericordia y de su verdad para con la casa de Israel: todos los términos de la tierra han visto la salud de nuestro Dios.
4Jubelt voor Jahweh, heel de aarde, Juicht, weest vrolijk en zingt;
4Cantad alegres á Jehová, toda la tierra; levantad la voz, y aplaudid, y salmead.
5Speelt op de citer voor Jahweh, Op citer en harp,
5Salmead á Jehová con arpa; con arpa y voz de cántico.
6Op trompet en bazuin: Jubelt voor Jahweh, den Koning!
6Aclamad con trompetas y sonidos de bocina delante del rey Jehová.
7Laat daveren de zee met wat ze bevat, De aarde met wat er op woont,
7Brame la mar y su plenitud; el mundo y los que en él habitan;
8De stromen in hun handen klappen, De bergen tezamen juichen:
8Los ríos batan las manos; los montes todos hagan regocijo,
9Voor het aanschijn van Jahweh, Want Hij komt, om de aarde te richten! Met rechtvaardigheid richt Hij de wereld, En de volkeren volgens recht.
9Delante de Jehová; porque vino á juzgar la tierra: juzgará al mundo con justicia, y á los pueblos con rectitud.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.