Psalmen 92
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Een psalm; een lied voor de Sabbat. Heerlijk is het, Jahweh te loven, Uw Naam te prijzen, Allerhoogste,
1Salmo: Canción para el día del Sábado. BUENO es alabar á Jehová, y cantar salmos á tu nombre, oh Altísimo;
2‘s Morgens vroeg uw goedheid te roemen, En uw trouw in de nacht:
2Anunciar por la mañana tu misericordia, y tu verdad en las noches,
3Op lier en harp, Met citerslag.
3En el decacordio y en el salterio, en tono suave con el arpa.
4Want Gij hebt mij verblijd door uw daden, o Jahweh, En ik juich om het werk uwer handen.
4Por cuanto me has alegrado, oh Jehová, con tus obras; en las obras de tus manos me gozo.
5Hoe groot zijn uw werken, o Jahweh, Hoe peilloos diep uw gedachten!
5¡Cuán grandes son tus obras, oh Jehová! Muy profundos son tus pensamientos.
6Dom, wie dàt niet erkent; Dwaas, wie dàt niet begrijpt.
6El hombre necio no sabe, y el insensato no entiende esto:
7Wanneer dan de zondaars groeien als gras, En al de boosdoeners bloeien: Dan is het, om voor altijd te gronde te gaan,
7Que brotan los impíos como la hierba, y florecen todos los que obran iniquidad, para ser destruídos para siempre.
8Maar Gij, Jahweh, blijft eeuwig verheven!
8Mas tú, Jehová, para siempre eres Altísimo.
9Ja, uw vijanden, Jahweh, lopen hun bederf tegemoet, En alle boosdoeners worden verstrooid.
9Porque he aquí tus enemigos, oh Jehová, porque he aquí, perecerán tus enemigos; serán disipados todos los que obran maldad.
10Maar mijn hoorn heft zich op als die van een buffel, Met verse olie word ik gezalfd;
10Empero tú ensalzarás mi cuerno como el de unicornio: seré ungido con aceite fresco.
11Vol vreugde ziet mijn oog op mijn vijanden neer, Hoort mijn oor van die mij bestrijden.
11Y mirarán mis ojos sobre mis enemigos: oirán mis oídos de los que se levantaron contra mí, de los malignos.
12Maar de rechtvaardige groeit als een palm, Als de ceder op de Libanon rijst hij omhoog.
12El justo florecerá como la palma: crecerá como cedro en el Líbano.
13Zij worden in Jahweh’s tempel geplant, En bloeien in de voorhoven van onzen God;
13Plantados en la casa de Jehová, en los atrios de nuestro Dios florecerán.
14Zij dragen nog vrucht als ze oud zijn, En blijven nog sappig en fris.
14Aun en la vejez fructificarán; estarán vigorosos y verdes;
15Zo verkondigen ze, dat Jahweh gerecht is, Mijn Rots, aan wien geen onrecht kleeft!
15Para anunciar que Jehová mi fortaleza es recto, y que en él no hay injusticia.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.