Psalmen 67
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Voor muziekbegeleiding; met harpen. Een psalm; een lied. God zij ons genadig, en zegene ons, En doe zijn aanschijn over ons lichten;
1Al Músico principal: en Neginoth: Salmo: Cántico. DIOS tenga misericordia de nosotros, y nos bendiga; haga resplandecer su rostro sobre nosotros (Selah);
2Opdat men op aarde zijn wegen erkenne, Onder alle volken zijn heil.
2Para que sea conocido en la tierra tu camino, en todas las gentes tu salud.
3De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!
3Alábente los pueblos, oh Dios; alábente los pueblos todos.
4De volkeren zullen juichen en jubelen, Omdat Gij de wereld rechtvaardig regeert, Met gerechtigheid de volkeren richt, En de naties op aarde bestuurt.
4Alégrense y gócense las gentes; porque juzgarás los pueblos con equidad, y pastorearás las naciones en la tierra. (Selah.)
5De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!
5Alábente los pueblos, oh Dios: todos los pueblos te alaben.
6De aarde heeft haar oogst gegeven, De Heer, onze God, ons gezegend;
6La tierra dará su fruto: nos bendecirá Dios, el Dios nuestro.
7Moge God ons blijven zegenen, En alle grenzen der aarde Hem vrezen. De volkeren moeten U prijzen, o God; Alle naties moeten U loven!
7Bendíganos Dios, y témanlo todos los fines de la tierra.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.