Psalmen 96
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Zingt een nieuw lied ter ere van Jahweh, Heel de aarde, zingt Jahweh ter eer!
1CANTAD á Jehová canción nueva; cantad á Jehová, toda la tierra.
2Zingt voor Jahweh, en zegent zijn Naam, Verkondigt zijn heil iedere dag;
2Cantad á Jehová, bendecid su nombre: anunciad de día en día su salud.
3Meldt aan de naties zijn glorie, Aan alle volkeren zijn wonderen!
3Contad entre las gentes su gloria, en todos los pueblos sus maravillas.
4Want groot is Jahweh, hoog te prijzen, En boven alle goden te vrezen!
4Porque grande es Jehová, y digno de suprema alabanza; terrible sobre todos los dioses.
5Ja, alle goden der volkeren zijn niets, Maar Jahweh heeft de hemel gemaakt;
5Porque todos los dioses de los pueblos son ídolos: mas Jehová hizo los cielos.
6Glans en glorie zijn voor zijn aanschijn, Kracht en luister in zijn heilige woning.
6Alabanza y magnificencia delante de él: fortaleza y gloria en su santuario.
7Brengt Jahweh, geslachten der volken, Brengt Jahweh glorie en lof.
7Dad á Jehová, oh familias de los pueblos, dad á Jehová la gloria y la fortaleza.
8Brengt Jahweh de eer van zijn Naam, En treedt met offers zijn voorhoven binnen;
8Dad á Jehová la honra debida á su nombre: tomad presentes, y venid á sus atrios.
9Werpt u neder voor Jahweh in zijn heilige woning, Heel de aarde, beef voor zijn aanschijn!
9Encorvaos á Jehová en la hermosura de su santuario: temed delante de él, toda la tierra.
10Roept het onder de volkeren uit, “Jahweh is Koning! Hij houdt de weegschaal der wereld, zodat ze niet schommelt, En de volkeren richt Hij naar recht!”
10Decid en las gentes: Jehová reinó, también afirmó el mundo, no será conmovido: juzgará á los pueblos en justicia.
11Laat de hemelen juichen, de aarde jubelen, Laat bulderen de zee met wat ze bevat.
11Alégrense los cielos, y gócese la tierra: brame la mar y su plenitud.
12Laat jubelen het veld, met wat er op groeit, In het woud alle bomen juichen
12Regocíjese el campo, y todo lo que en él está: entonces todos los árboles del bosque rebosarán de contento,
13Voor het aanschijn van Jahweh, want Hij komt, Hij komt, om de aarde te richten! Met rechtvaardigheid richt Hij de wereld, En de volkeren naar zijn trouw.
13Delante de Jehová que vino: porque vino á juzgar la tierra. Juzgará al mundo con justicia, y á los pueblos con su verdad.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.