Psalmen 21
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
Reina-Valera 1909
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Jahweh, in uw schutse verheugt zich de koning; Hoe blijde juicht hij om uw hulp!
1Al Músico principal: Salmo de David. ALEGRARÁSE el rey en tu fortaleza, oh Jehová; y en tu salud se gozará mucho.
2Gij hebt zijn hartewens vervuld, De bede zijner lippen niet afgewezen.
2El deseo de su corazón le diste, y no le negaste lo que sus labios pronunciaron. (Selah.)
3Neen, Gij tradt hem tegen met rijke zegen, En zette hem een gouden kroon op het hoofd.
3Pues le has salido al encuentro con bendiciones de bien: corona de oro fino has puesto sobre su cabeza.
4Léven vroeg hij U: Gij hebt het hem geschonken, Lengte van dagen: voor eeuwig en immer.
4Vida te demandó, y dístele largura de días por siglos y siglos.
5Groot is zijn majesteit door uw hulp, Gij hebt hem met glorie en luister getooid;
5Grande es su gloria en tu salud: honra y majestad has puesto sobre él.
6Want Gij hebt hem overstelpt met zegen voor immer, Hem met vreugde overstroomd voor uw aanschijn.
6Porque lo has bendecido para siempre; llenástelo de alegría con tu rostro.
7Ja, de koning blijft op Jahweh vertrouwen, Op de gunst van den Allerhoogste, zonder te wankelen!
7Por cuanto el rey confía en Jehová, y en la misericordia del Altísimo, no será conmovido.
8Uw hand zal al uw vijanden treffen, Uw rechterhand al die u haten;
8Alcanzará tu mano á todos tus enemigos; tu diestra alcanzará á los que te aborrecen.
9Gij zult ze doen blozen als een gloeiende oven, Wanneer gij maar een blik op hen werpt. Jahweh zal in zijn toorn ze verslinden, En het vuur ze verteren.
9Ponerlos has como horno de fuego en el tiempo de tu ira: Jehová los deshará en su furor, y fuego los consumirá.
10Hun vrucht zult gij van de aarde verdelgen, Hun kroost onder de kinderen der mensen.
10Su fruto destruirás de la tierra, y su simiente de entre los hijos de los hombres.
11En als ze u kwaad willen doen, Of boze plannen beramen, bereiken zij niets;
11Porque trazaron el mal contra ti: fraguaron maquinaciones, mas no prevalecerán.
12Want gij zult ze de hielen doen lichten, En met uw boog op hen mikken.
12Pues tú los pondrás en fuga, cuando aparejares en tus cuerdas las saetas contra sus rostros.
13Sta op dan, Jahweh, in uw kracht; Dan zingen en prijzen wij uw macht!
13Ensálzate, oh Jehová, con tu fortaleza: cantaremos y alabaremos tu poderío.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.