Psalmen 21
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
World English Bible
1Voor muziekbegeleiding. Een psalm van David. Jahweh, in uw schutse verheugt zich de koning; Hoe blijde juicht hij om uw hulp!
1The king rejoices in your strength, LORD! How greatly he rejoices in your salvation!
2Gij hebt zijn hartewens vervuld, De bede zijner lippen niet afgewezen.
2You have given him his heart’s desire, and have not withheld the request of his lips. Selah.
3Neen, Gij tradt hem tegen met rijke zegen, En zette hem een gouden kroon op het hoofd.
3For you meet him with the blessings of goodness. You set a crown of fine gold on his head.
4Léven vroeg hij U: Gij hebt het hem geschonken, Lengte van dagen: voor eeuwig en immer.
4He asked life of you and you gave it to him, even length of days forever and ever.
5Groot is zijn majesteit door uw hulp, Gij hebt hem met glorie en luister getooid;
5His glory is great in your salvation. You lay honor and majesty on him.
6Want Gij hebt hem overstelpt met zegen voor immer, Hem met vreugde overstroomd voor uw aanschijn.
6For you make him most blessed forever. You make him glad with joy in your presence.
7Ja, de koning blijft op Jahweh vertrouwen, Op de gunst van den Allerhoogste, zonder te wankelen!
7For the king trusts in the LORD. Through the loving kindness of the Most High, he shall not be moved.
8Uw hand zal al uw vijanden treffen, Uw rechterhand al die u haten;
8Your hand will find out all of your enemies. Your right hand will find out those who hate you.
9Gij zult ze doen blozen als een gloeiende oven, Wanneer gij maar een blik op hen werpt. Jahweh zal in zijn toorn ze verslinden, En het vuur ze verteren.
9You will make them as a fiery furnace in the time of your anger. The LORD will swallow them up in his wrath. The fire shall devour them.
10Hun vrucht zult gij van de aarde verdelgen, Hun kroost onder de kinderen der mensen.
10You will destroy their descendants from the earth, their posterity from among the children of men.
11En als ze u kwaad willen doen, Of boze plannen beramen, bereiken zij niets;
11For they intended evil against you. They plotted evil against you which cannot succeed.
12Want gij zult ze de hielen doen lichten, En met uw boog op hen mikken.
12For you will make them turn their back, when you aim drawn bows at their face.
13Sta op dan, Jahweh, in uw kracht; Dan zingen en prijzen wij uw macht!
13Be exalted, LORD, in your strength, so we will sing and praise your power.
Tip: use the ← and → keys to turn chapters.