Psalmen
Chapter 27
Petrus Canisius Bible, 1…
vs World English Bible
Aa
Text size
Line width
Verse numbers
Petrus Canisius Bible, 1939 (De Heilige Schrift)
World English Bible
1Van David. Jahweh is mijn licht en mijn heil: Wien zou ik vrezen? Jahweh is de schuts van mijn leven: Wien zou ik duchten?
1The LORD is my light and my salvation. Whom shall I fear? The LORD is the strength of my life. Of whom shall I be afraid?
2Al rukken de bozen tegen mij op, Om mijn vlees te verslinden Het zijn mijn verdrukkers en haters, Die struikelen en vallen!
2When evildoers came at me to eat up my flesh, even my adversaries and my foes, they stumbled and fell.
3Al stelt zich een krijgsmacht tegen mij op: Mijn hart kent geen vrees; Al ontbrandt ook de strijd tegen mij: Toch blijf ik gerust!
3Though an army should encamp against me, my heart shall not fear. Though war should rise against me, even then I will be confident.
4Eén ding heb ik Jahweh gevraagd, dit slechts begeerd: In het huis van Jahweh te wonen al de dagen mijns levens, Jahweh’s zoetheid te smaken, En in zijn tempel te overwegen!
4One thing I have asked of the LORD, that I will seek after: that I may dwell in the LORD’s house all the days of my life, to see the LORD’s beauty, and to inquire in his temple.
5Want in zijn tabernakel laat Hij mij schuilen In tijden van nood; Hij beschut mij onder het dek van zijn tent, En plaatst mij veilig op de Rots.
5For in the day of trouble, he will keep me secretly in his pavilion. In the secret place of his tabernacle, he will hide me. He will lift me up on a rock.
6Zo hef ik fier mijn hoofd omhoog Boven mijn vijanden rondom mij heen, Breng in zijn tent de offers van jubel, Wil zingen en spelen voor Jahweh!
6Now my head will be lifted up above my enemies around me. I will offer sacrifices of joy in his tent. I will sing, yes, I will sing praises to the LORD.
7Jahweh, luister naar mijn smeken, Ontferm U mijner, en wil mij verhoren.
7Hear, LORD, when I cry with my voice. Have mercy also on me, and answer me.
8Gij hebt het toch zelf mij gezegd: “Ge moet mijn aangezicht zoeken!”
8When you said, “Seek my face,” my heart said to you, “I will seek your face, LORD.”
9Nu zoek ik uw aanschijn, o Jahweh; Verberg het mij niet. Wijs uw dienaar niet af in uw gramschap: Gij zijt toch mijn hulp! Verstoot mij niet, verlaat mij niet, O God van mijn heil!
9Don’t hide your face from me. Don’t put your servant away in anger. You have been my help. Don’t abandon me, neither forsake me, God of my salvation.
10Neen, al verlaten mij vader en moeder, Jahweh trekt Zich mij aan.
10When my father and my mother forsake me, then the LORD will take me up.
11Wijs mij, o Jahweh, uw weg, Geleid mij op het pad der deugd; En om wille van mijn verdrukkers, o Jahweh,
11Teach me your way, LORD. Lead me in a straight path, because of my enemies.
12Geef mij niet prijs aan de haat van mijn vijand! Want valse getuigen staan tegen mij op, En brengen leugens tegen mij in.
12Don’t deliver me over to the desire of my adversaries, for false witnesses have risen up against me, such as breathe out cruelty.
13O, als ik er eens niet zeker van was, Nog in het land der levenden Jahweh’s goedheid te zien!
13I am still confident of this: I will see the goodness of the LORD in the land of the living.
14Vertrouw maar op Jahweh; wees welgemoed! Sterk zij uw hart; blijf hopen op Jahweh!
14Wait for the LORD. Be strong, and let your heart take courage. Yes, wait for the LORD.

Tip: use the ← and → keys to turn chapters.